donderdag 11 december 2008

Verarming

Onlangs had ik een interessant gesprek met een voormalig vakgenoot. Maria…gezellig Brabants, gulle lach en altijd inspirerende gespreksstof. Dit keer leidde dat tot een uitstapje over fysieke klachten. Daar zijn natuurlijk allerlei theorieën over, de mijne is dat je fysieke klachten vaak terug kunt herleiden naar gedrag wat je vertoont. Bij ontstoken ogen kun je jezelf afvragen wat je niet onder ogen wilt zien, wat je blik vertroebelt? Bij maagpijn kan het de vraag zijn wat je niet verteerd krijgt of wat je zwaar op de maag ligt. In mijn geval betreft het een zeer pijnlijke arm en schouder. Vragen die ik me stelde: Waar wil ik mijn schouders niet onder zetten? Waar krijg ik mijn elleboog niet achter? Welke last drukt er op mijn schouder?
De volgende dag vertrok ik, met lood in mijn nette schoenen, naar het Welzijnsdebat in Utrecht. Geen lood in de zin van er tegenop zien, maar in de zin van de laatste loodjes. Mijn laatste publieke optreden over hulpverlening. Waarover later meer. Dan de dag daarna naar het noorden van het land om wat vrienden te bezoeken. En terwijl ik op een luchtbed in de muziekkamer lig doet mijn arm zo zeer dat ik gedwongen wordt bewegingloos op mijn rug naar het plafond te staren. De tweede dag idem dito, al is het luchtbed ingeruild tegen een beter matras, de pijn is alleen erger. Wakker liggen brengt met zich mee dat je tijd genoeg hebt om na te denken. Zondag kan ik nog net terugrijden maar barst bij mijn moeder in tranen uit van de pijn, wat wil zeggen voor een bikkel als ik. Ik huil nooit wanneer fysiek iets zeer doet. Maar alles lijkt het te begeven deze week. Een pannenhandvat breekt af terwijl ik kokende rijst afgiet, mijn wollen trui is mijn redding en gelukkig verbrand ik slechts een beetje mijn linkerarm. De auto wilde niet meer, een lege batterij en eigenwijze lichtjes. En ook daar zet de verarming zich door, bij de keuring komt mijn knipperlichtschakelaar er niet door. De distributieriem moet sowieso vervangen en alle lampen gerepareerd. Een behoorlijke aanslag op mijn spaargeld.
De heren die ik op bezoek krijg in het kader van reïntegratiebedrijven hebben het vooral over zichzelf en geld en het UWV lijkt opeens niet meer te snappen waarom ik daarmee in gesprek ging.
Alles om me heen neemt af… een verarming. Daar zal de pijn wel vandaan komen. Om me heen hoor ik vooral harde uitlatingen over hoe groepen en mensen aangepakt moeten worden. Op het welzijnsdebat hing vooral de teneur dat hulpverleners in moeten grijpen, gestuurd zouden moeten worden om meer te moraliseren. Wanneer je met die opvatting start om mensen te helpen weet je zeker dat het niet zal lukken. Een verarming in het debat is de interactie die niet of nauwelijks plaats vindt met de zaal, dit zegt dit door in de gesprekken die we met cliënten en misschien elkaar voeren. We delen steeds meer mee en luisteren steeds minder. De sfeer van het debat, die mij het meest bijgebleven is, is precies waar ik me tegen verzet. Beheersen, controleren, moraliseren en in opdracht van gemeenten cliënten gaan vertellen dat ze zich aan moeten passen. Overigens was er naar mijn idee niet echt sprake van een Debat. Er was nauwelijks ruimte voor de zaal om te reageren. Opvallend was overigens dat, op een enkeling na, de zaal het eens was met mijn stelling dat hulpverleners kritischer moeten zijn t.a.v. beleidsmakers en opdrachtgevers in het belang van de cliënt en hun vak. Opvallend was ook dat er nauwelijks op ingegaan kon worden. De spreektijd en ruimte werd vooral besteed aan ingrijpen en gedwongen hulpverlening b.v. in de vorm van verplichte gezinsmanagers (hadden we daar niet de voogdij voor?). De verantwoordelijkheid verschuift steeds meer naar de cliënt en de vrijwillige hulpverlening dreigt langzaam maar zeker afgeschaft te worden. Verder merkte ik dat aanwezige managers, directeuren en hulpverleners allemaal worstelen met dezelfde vraag. Ga ik voor mijn vak en mijn mensen staan met het risico niet ingekocht te worden met alle gevolgen voor het personeel van dien. Of ga ik mee in wat de gemeente van me vraagt met het risico mijn medewerkers te verliezen omdat ze zelf vertrekken, evengoed met alle gevolgen van dien. De ontwikkelingen die zich voorgedaan hebben in zorg en welzijn de laatste jaren zorgen voor een leegloop aan professionals die overstappen naar een andere sector. Tekenend vond ik het verhaal van een manager van Jeugdzorg die de meest complexe zaken op moet pakken met net afgestudeerde hulpverleners van begin 20. Dit houdt volgens mij meteen in dat de ervaringen die men opdoet in het werken met mensen niet meer gedeeld worden op basis van vakkennis en daadkracht in handelen. Maar dat de ervaringen die gedeeld worden gebeuren op basis van de ellende en onmacht die je tegenkomt en dat vooral gaat over elkaar informeren over hoe je je hoofd boven water houdt in dit vak.
Voor mij voelde dit laatste publieke optreden als een soort afronding van mijn bemoeienissen binnen de hulpverlening en het beleid wat daarover gemaakt wordt. En het was opnieuw een bevestiging voor mezelf dat ik niet thuishoor in het rijtje mensen wat op het podium. Ik wil niet op één lijn gezet worden met mensen die outreachende hulpverlening inzetten om te dwingen en te controleren, zonder contact te maken met de mens achter die problemen. Ik wil niet in de positie komen dat ik de methodiek die DommelRegio ontwikkeld heeft, waar mijn naam zo sterk aan verbonden is, moet gaan bewaken om te voorkomen dat hij verkeerd ingezet en vervormd wordt tot iets wat het niet is, namelijk gedwongen hulpverlening. Het sterkt mij ook te weten dat ik dat niet langer hoef. Er zijn nog steeds genoeg maatschappelijk werkers die outreachende hulpverlening begrepen hebben en die voor hun klant en hun vak durven te gaan staan.
Want tegelijkertijd is er zo’n onderstroom gaande. Ondanks de verharding in de maatschappij en de verarming in het menselijk contact die ik almaar tegenkom zijn er ook van die kleine flakkerende lichtpuntjes. Mensen die dapper genoeg zijn om tegen de stroom in te gaan, die opeens wél naar zichzelf luisteren in plaats van mee te gaan in de harde opvattingen. Mensen die het anders willen en ergens voor durven te gaan staan. Ik lees in de Happinezz een artikeltje dat de kredietcrisis verarming met zich meebrengt. Het betekent ook dat we vaker thuis met elkaar gaan doorbrengen, de dure auto laten staan en met de kinderen naar school fietsen, weer zelf gaan koken… kortom, tegenover de financiële verarming kan een verrijking staan binnen het menselijk contact. Hiephiephoera…
Ik gebruik mijn vaardigheden uit de outreachende hulpverlening en weet door te dringen tot het UWV met behulp van mijn CWI contactpersoon en dus mag ik aan de slag met een door mij gekozen reïntegratiecoach die me gaat helpen bij het opstarten van een eigen bedrijf. Het zal nog even duren maar met hard werken en door tegen de stroom in te blijven roeien zou het me moeten lukken over een jaar een eigen werkruimte met atelier te hebben. Daarin wil ik trainingen geven. Communicatie combineren met creatie. Nog zat om uit te werken en te bedenken, maar ik geloof er wel in dat je mensen kunt bereiken en ze middelen in handen kunt geven om hun doelen te bepalen en nader tot elkaar te komen. Niet door iets op te leggen, maar juist door er iets uit te halen. Wat ik zo de laatste tijd nog gevolgd heb in hulpverlenend Nederland bevestigd voor mij dat het merendeel van de werkvloer terug wil naar het menselijk contact, maar dat zij aanlopen tegen beleid en opdrachtgevers die zitten op ingrijpen en repressie. Zij zijn de onderstroom en hopelijk laten zij zich leiden door de klepel die ze weten te hangen in plaats van de klokken die overal oorverdovend luiden waardoor niemand elkaar meer verstaat.Voor mij is het opnieuw een bevestiging dat ik de juiste keuze gemaakt hebt. De voorzichtig flakkerende lichtjes nemen toe in sterkte zeker naarmate de Kerst nadert en de pijn in mijn arm neemt langzaam maar zeker af.

Geen opmerkingen: