Eindejaarsuiting
Het borrelt, speecht, wenst, winkelt en kust wat af in deze tijden. Een gedeelte van de beroepsbevolking maakt zich klaar voor twee weken vakantie zonder files of treinvertragingen. Het ander gedeelte zet zich juist schrap en stroopt de mouwen op. Zij maken juist lange dagen in deze tijd. Daar tussenin zit een groep mensen die het niet kan schelen, het moeilijk heeft, het land uit trekt of thuis genoeg te doen heeft. En er zijn de tobbers die geen geld hebben voor een boom en een uitgebreid diner. Een gedeelte van hen snakkend naar de eindejaarsuitkering. Bijna Kerst, een nieuw jaar staat voor de deur. En of ik het wil of niet, ik hecht er meer waarde aan dan ik ooit van plan was. Het voelt toch weer als een nieuwe kans, een nieuwe uitdaging. Een jaar is een overzichtelijke periode om het weer eens anders te gaan doen.
Een eindejaarsuitkering zit er voor mij niet in dit jaar, dus dan maar een eindejaarsuiting. Drie letters minder, het scheelt een slok op een borrel maar ach, van de goedkope wijn van de Lidl ben ik sowieso eerder dronken, dus wat kan het schelen.
Het was me het jaar wel, wat een avontuur… voor degenen die mijn weblog graag lezen, wees gerust, het is nog lang niet afgelopen. Het wordt alleen maar spannender naar mijn idee, en nieuwsgierig als ik ben kan ik niet wachten tot het volgende hoofdstuk. Overigens heb ik in een boek nog nooit vóóraf de laatste pagina gelezen. Wat me doet denken aan één van de avonturen, het Drakenfeest van Rik van Rijswick (zie blog “3 maanden zomer” van augustus 2009). Ik heb een boek geofferd aan de Draak, wat voor mij bijna een doodzonde is. Overigens was het een boek waarvan ik achteraf gewild had dat ik wél eerst het einde gelezen had. 822 pagina’s boeiend, spannend, prikkelend, en dan opeens is het of de schrijver geen zin meer heeft. Hij sluit af met een vreselijk slap onbevredigend eind wat kant nog wal raakt. Maar goed…ik heb het boek geofferd. Niet meer meeliften op andermans dromen, maar zelf avonturen beleven in plaats van erover te lezen. Het is me aardig gelukt. Maar het was een ander soort avontuur dan ik normaal gesproken opzoek. Dit jaar geen fysieke avonturen, waarbij je letterlijke of fysiek grenzen overgaat. Geen exotische oorden met vreemde talen en gebruiken. Geen wilde, spannende toestanden met ingewikkelde intriges en onverwachte plots.
Plots, dat leidt me naar een mooie uitdrukking die het gevoel waarmee ik het jaar afsluit samenvat. Een Brabantse uitdrukking “Tinuske Plotseling”, een buurman noemde me vroeger zo toen ik klein was. Zo is ze d’r en zo is ze weg… en daar is ze weer. Dat klinkt vrolijk, verrassend, onverwacht. Zo voelt het inderdaad. Ik ben er weer. Maar er waren heus momenten waarop ik liever grijnzend en grimmig à la Schwarzenegger “I’ll be back” had willen zeggen. Niet alles ging vlekkeloos, niet iedereen was zo overtuigd van mij als ik zelf. En op die momenten was het wel eens navigeren om de oude valkuilen te ontwijken. Al met al ik ben wel eens gestruikeld maar heb me nooit echt verstapt. Sommige valkuilen heb ik gedicht met beton, daar zal ik nooit meer in stappen. Andere valkuilen heb ik gedicht met charmante bruggetjes die gevoelig zijn voor instortingsgevaar. Maar ook die onopvallende gaten worden uiteindelijk volgestort met puin en overbodige bagage. Wat ik overhoud zijn de levenslessen. En dat zal altijd wel zo blijven. Steeds nieuwe kruispunten, onbekende paden om te kiezen. Soms paniekerig en in tranen, vertwijfeld, aarzelend, op andere momenten rucksichtloos, nonchalant en intuïtief. Iedere keer stond er ergens op dat pad wel iemand te wachten. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat je elkaar ontmoet. Sommige mensen lopen mee, anderen blijven achter, maar allemaal hebben ze iets bij te dragen aan de reis.
Ik krijg bijna de neiging om een soort dankwoord te gaan schrijven voor al die mensen die me in het afgelopen jaar niet aflatend gesteund hebben. Er waren veel nieuwe mensen. Van alle kanten sprongen er onverwacht voorbijgangers op het pad. Alhoewel ik om sommigen heen gelopen ben zijn er ook mensen bij wie ik stil wil blijven staan. Het gebeurde niet soms, het gebeurde vaak, dat precies degene die ik nodig had mijn pad kruiste. Al wist ik dat op dat moment niet altijd. Ik wil niet door iedereen aardig gevonden worden, om maar weer eens een tegenovergesteld statement te maken. Er zijn types waarvan ik hoop dat ze me vermijden, maar daar staat tegenover dat er een heleboel mensen waren afgelopen jaar waar ik stil van werd. Veel vreemdelingen, die heel makkelijk en heel snel, vertrouwd aanvoelden en waarmee ik dilemma’s deelde die horen bij mijn nieuw verworven identiteit, een zelfstandig onderneemster. Omdat ze nieuw zijn hoefde ik niet af te rekenen met oude beelden, oude verwachtingen. Door het besef dat ik geen rol meer hoefde te spelen, maar eindelijk mezelf kon zijn, ben ik geloofwaardiger geworden dan ooit. En hoe heerlijk is het dan om te ervaren dat mensen belangeloos iets voor je willen doen? Dat ze het je gunnen dat het je goed gaat? Hoogtepunt toch als iemand die je naam vergeten is je aanspreekt met “Hey, leuk mens.” Of wanneer een ander als antwoord op mijn vraag zegt: “Jij stoort mij nooit, jij mag me altijd bellen.” Let op de nuance JIJ i.p.v. JE, dat geeft het voor mij net de extra waarde in het contact. En zo zijn er nog legio voorbeelden van nieuwe mensen die me hun vertrouwen geven op mijn staalgrijze ogen en innemende babbel. Reden temeer om te laten zien dat het niet alleen buitenkant is wat ik laat zien. Geweldige mensen die wat mij betreft nog lang mogen blijven zodat ik ook iets waardevols terug kan geven.
En natuurlijk grote dank aan de mensen die me al langer kennen en precies op het juiste moment de juiste dingen zeiden en deden. Soms door me op mijn kop te geven, soms door een bemoedigend telefoontje of kaartje. Maar in ieder geval door me altijd serieus te nemen met al mijn pretenties, twijfels en wonderlijke plannen. Het zijn ook de mensen die niet in mijn hoofd gaan zitten peuteren om te achterhalen wat er in omgaat. Die weten inmiddels wel dat je het met mij nooit helemaal weet. En dat ik me pas meld als ik de door mijn gevonden oplossing even wil toetsen. Het zijn tegelijkertijd de mensen die minder verbaasd zijn over mijzelf dan ikzelf ben.
Tinuske Plotseling. Ik ben terug van weggeweest terwijl ik nergens naar toe was. Ik heb gekeken, geluisterd, nagedacht en ik denk dat ik van betekenis kan zijn. Inmiddels denken andere mensen dat ook. Naatje wist het trouwens jaren geleden al. Die gaf me een mok cadeau met de tekst dat iedereen recht heeft op mijn mening. Niet dat ik geen tegenspraak duld, maar ik val je wel continu in de rede tijdens je betoog om je te overtuigen van mijn gelijk. Gelukkig heb ik het inmiddels met zoveel charme en beleid geleerd dat de boodschap overkomt. Niet om gelijk te krijgen maar omdat ik er echt van overtuigd ben dat het grote “HET” anders kan. En dat “HET” staat voor alles wat te maken met de manier waarop we naar elkaar kijken, hoe we ervoor kiezen met elkaar om te gaan, hoe we er ook voor kunnen kiezen te leven vanuit kansen in plaats van bedreigingen. Tja, en probeer dat maar eens uit te smeren over opvattingen over vriendschappen, familie, het terrein van zorg en welzijn, het contact met je buurman, de actualiteitenprogramma’s op tv, de wereld in het algemeen en Ties in het bijzonder. Ik heb het er druk mee gehad en ik heb ook heus regelmatig getwijfeld. Er gebeurde zoveel om iets van te vinden dat ik het hele jaar bezig ben geweest meningen te vormen, mijn draai te vinden in een hoekige wereld. En die mening steeds weer bij te stellen want morgen is het allemaal weer anders. Het is dan bijzonder mooi dat mijn mening, die zich steeds vernieuwd en afgeschaft of aangescherpt wordt, gewaardeerd wordt door anderen die me vragen mijn opvattingen en ideeën openbaar te maken en mijn kennis en kunde in te zetten.
Ik heb gekregen wat ik wilde, een eigen bedrijf gericht op professionals en een inspirerende uitdagende functie als docent voor de aankomende sociaal werkers, waarin ik, betweterig als ik ben, anderen mensen mag leren hoe “HET” moet. Hoe maak je contact, hoe kijk je naar mensen, hoe zorg je voor een beetje meer ademruimte en wat extra geluk. Wie, behalve ikzelf misschien, had ooit gedacht dat ik met mijn turbulente schoolverleden nog eens als docente voor de klas zou staan? Weer een cirkeltje rond. Ik wens je voor 2010 veel zijpaden, kruispunten en cirkeltjes, zonder het pad te verliezen. Geniet ervan.
vrijdag 18 december 2009
vrijdag 13 november 2009
Link Ding
Een bonte stoet van gezichten, namen, stemmen, geuren en geluiden houdt een defilé in mijn hoofd. Zodra ik mijn ogen sluit zie ik weer een nieuw portret en het zoveelste mooi vormgegeven visitekaartje. Het is net alsof er zo'n ouderwetse viewmaster in mijn hoofd zit. Bij elke knipper van mijn ogen verschijnt er een nieuw beeld. Oude en nieuwe plaatjes wisselen elkaar af.
De laatste weken ben ik voornamelijk bezig geweest met netwerken, wat inderdaad nét werken is. Bijzonder hoe mijn computer en visitekaartjesboekje zich vullen met de meest uiteenlopende nieuwe, maar ook oude teruggevonden contacten.
Als startend ondernemer is het belangrijk je gezicht te laten zien en je stem te laten horen. En dus heb ik me enthousiast, maar niet ondoordacht, in de wereld van de workshops, events en internetgroepen gestort. Met een aanloopje van een paar weken, want je moet wel beslissen wat de wijde wereld van je mag weten, heb ik de sprong gewaagd en leer overal allerlei nieuwe vaardigheden en scherp oude weer wat aan. Mijn Engels wordt weer wat opgevijzeld door allerlei vaktermen als: brandmarketing, businessstatement, stakeholders, en elevatorpitch. Die laatste is een interessante en afgeleid van de 2 minuten die je hebt om je directeur in de lift je geweldige plan voor te leggen. Ik kan er niet zoveel mee omdat ik vind dat een directeur zijn personeel serieus hoort te nemen en daarvoor tijd dient te maken, ongeacht of een idee goed of minder goed valt. Zonder personeel is een directeur ook maar gewoon zijn eigen baasje. Daar komt nog bij dat mijn spreektempo zo hoog ligt dat ik in die 2 minuten niet alleen vertel wat een goed idee ik heb maar ook nog even vertel wat mijn lievelingskleur is en mijn visie op de fusie van Smit-Tak met Boskalis.
Waar eerst gevraagd werd wat mijn burgerservicenummer was wordt nu gevraagd of ik ZZP-er ben? Ja, ik ben zelfstandige zonder poespas. Ben ik een éénpitter? Nee, ik kook op een 4 pits maar wel zonder wokbrander. Kortom, ik begin een beetje in de war te raken van al die termen, vereiste vaardigheden en omgangsregels. En dus betrap ik me erop dat ik bij een workshop van de Kamer van Koophandel vertel wat ik graag eet en in de snackbar mijn visitekaartje uit sta te delen.
De opeenvolging van al die netwerkbijeenkomsten ligt zo hoog en de plekken zijn zo gevarieerd dat ik in korte tijd zowel de Campinafabriek van binnen zie als de Nederlandse Cacaofabriek en ik rijd van industrieterrein naar idylisch dorpje. Ik wil daarbij ook nog nadenken over al die mensen die de laatste weken voorbij gekomen zijn. Want het is wel leuk contacten te leggen, maar belangrijker is dat je mensen echt ontmoet. Dat je weet wie ze zijn, wat je voor ze kunt betekenen, wat hen beweegt. Opeens is mijn kring uitgebreid met fotografen, vormgevers, kunstenaars, ict-ers, coaches, begrafenisondernemers, tekstschrijvers enzovoorts. In mijn hoofd worden allerlei herinneringen en nieuwe indrukken aan elkaar geknoopt en gemixed tot een bonte massa vol vragen, antwoorden, kansen en mogelijkheden. Ik probeer al die ontmoetingen en wijze raadgevingen te verwerken achter mijn computer met uitzicht op het veldje voor de deur.Ook daar houdt het echter niet op. Ik ben tegenwoordig te vinden op Linkedin. En mensen vinden mij ook. Fantastisch... leuke, zinvolle, interessante contacten. Verfrissende ideeën, nieuwe visies, prikkelende discussies.
Maar ik merk ook dat ik misschien even gas terug moet nemen. De overflow in mijn hoofd leidt ertoe dat ik een Link Ding wordt. Een ongericht projectiel. Ik vind alles leuk, alles interessant, alles belangrijk en laat me meeslepen naar alle kanten. Het inspireert me om van alles te ondernemen maar heeft ook een beetje het effect dat ik als een puddinkje (gekregen bij Campina)in elkaar zak achter mijn labtop en denk: Oeps, even terug naar het lesje: "Wat is je focus? Hoe bepaal je je doelgroep? Hoe kom ik aan opdrachten?"
Misschien moest ik gewoon maar eens effe een weekendje nemen om tijd te vinden voor de focus op mezelf, alles eens even laten bezinken, en dan gaan we maandag weer met frisse moed aan de slag.
Gelukkig zijn er in die hele stroom van nieuwe contacten en inspirerende mensen ook de rustmomenten. Mensen bij wie ik me niet hoef te elevatorpitchen of profileren. Gewoon een bakje koffie, een uitstapje naar zee, de Strabregtse Hei op of voor de open haard met een goed gesprek. Tijd om even uit te loggen. Linkedin wordt even Linkeduit. Het nuttige en praktische Startershandboek van Josette Dijkhuizen maakt plaats voor een meeslepende roman. Het respresentatieve pakje wordt ingeruild voor voor mijn versleten joggingbroek en BV Brabant moet opzij voor Boer zoekt Vrouw.
De laatste weken ben ik voornamelijk bezig geweest met netwerken, wat inderdaad nét werken is. Bijzonder hoe mijn computer en visitekaartjesboekje zich vullen met de meest uiteenlopende nieuwe, maar ook oude teruggevonden contacten.
Als startend ondernemer is het belangrijk je gezicht te laten zien en je stem te laten horen. En dus heb ik me enthousiast, maar niet ondoordacht, in de wereld van de workshops, events en internetgroepen gestort. Met een aanloopje van een paar weken, want je moet wel beslissen wat de wijde wereld van je mag weten, heb ik de sprong gewaagd en leer overal allerlei nieuwe vaardigheden en scherp oude weer wat aan. Mijn Engels wordt weer wat opgevijzeld door allerlei vaktermen als: brandmarketing, businessstatement, stakeholders, en elevatorpitch. Die laatste is een interessante en afgeleid van de 2 minuten die je hebt om je directeur in de lift je geweldige plan voor te leggen. Ik kan er niet zoveel mee omdat ik vind dat een directeur zijn personeel serieus hoort te nemen en daarvoor tijd dient te maken, ongeacht of een idee goed of minder goed valt. Zonder personeel is een directeur ook maar gewoon zijn eigen baasje. Daar komt nog bij dat mijn spreektempo zo hoog ligt dat ik in die 2 minuten niet alleen vertel wat een goed idee ik heb maar ook nog even vertel wat mijn lievelingskleur is en mijn visie op de fusie van Smit-Tak met Boskalis.
Waar eerst gevraagd werd wat mijn burgerservicenummer was wordt nu gevraagd of ik ZZP-er ben? Ja, ik ben zelfstandige zonder poespas. Ben ik een éénpitter? Nee, ik kook op een 4 pits maar wel zonder wokbrander. Kortom, ik begin een beetje in de war te raken van al die termen, vereiste vaardigheden en omgangsregels. En dus betrap ik me erop dat ik bij een workshop van de Kamer van Koophandel vertel wat ik graag eet en in de snackbar mijn visitekaartje uit sta te delen.
De opeenvolging van al die netwerkbijeenkomsten ligt zo hoog en de plekken zijn zo gevarieerd dat ik in korte tijd zowel de Campinafabriek van binnen zie als de Nederlandse Cacaofabriek en ik rijd van industrieterrein naar idylisch dorpje. Ik wil daarbij ook nog nadenken over al die mensen die de laatste weken voorbij gekomen zijn. Want het is wel leuk contacten te leggen, maar belangrijker is dat je mensen echt ontmoet. Dat je weet wie ze zijn, wat je voor ze kunt betekenen, wat hen beweegt. Opeens is mijn kring uitgebreid met fotografen, vormgevers, kunstenaars, ict-ers, coaches, begrafenisondernemers, tekstschrijvers enzovoorts. In mijn hoofd worden allerlei herinneringen en nieuwe indrukken aan elkaar geknoopt en gemixed tot een bonte massa vol vragen, antwoorden, kansen en mogelijkheden. Ik probeer al die ontmoetingen en wijze raadgevingen te verwerken achter mijn computer met uitzicht op het veldje voor de deur.Ook daar houdt het echter niet op. Ik ben tegenwoordig te vinden op Linkedin. En mensen vinden mij ook. Fantastisch... leuke, zinvolle, interessante contacten. Verfrissende ideeën, nieuwe visies, prikkelende discussies.
Maar ik merk ook dat ik misschien even gas terug moet nemen. De overflow in mijn hoofd leidt ertoe dat ik een Link Ding wordt. Een ongericht projectiel. Ik vind alles leuk, alles interessant, alles belangrijk en laat me meeslepen naar alle kanten. Het inspireert me om van alles te ondernemen maar heeft ook een beetje het effect dat ik als een puddinkje (gekregen bij Campina)in elkaar zak achter mijn labtop en denk: Oeps, even terug naar het lesje: "Wat is je focus? Hoe bepaal je je doelgroep? Hoe kom ik aan opdrachten?"
Misschien moest ik gewoon maar eens effe een weekendje nemen om tijd te vinden voor de focus op mezelf, alles eens even laten bezinken, en dan gaan we maandag weer met frisse moed aan de slag.
Gelukkig zijn er in die hele stroom van nieuwe contacten en inspirerende mensen ook de rustmomenten. Mensen bij wie ik me niet hoef te elevatorpitchen of profileren. Gewoon een bakje koffie, een uitstapje naar zee, de Strabregtse Hei op of voor de open haard met een goed gesprek. Tijd om even uit te loggen. Linkedin wordt even Linkeduit. Het nuttige en praktische Startershandboek van Josette Dijkhuizen maakt plaats voor een meeslepende roman. Het respresentatieve pakje wordt ingeruild voor voor mijn versleten joggingbroek en BV Brabant moet opzij voor Boer zoekt Vrouw.
woensdag 9 september 2009
Alles draait om TIES
Het is nu een jaar dat ik op eigen benen sta (met geleende schoentjes van het UWV). Een goed moment om terug te kijken en de balans op te maken. Nou, met die balans zit het volgens mij beter dan ooit. Het drastiese besluit om mijn badhistiese levensvisie maar eens in de praktijk te gaan brengen heeft me meer evenwicht gebracht dan ik had durven hopen. Het afgelopen jaar heeft vooral om mij gedraaid en dat is helemaal niet altijd negatief. Soms is egoïsties bezig zijn de enige weg om weer in contact te komen met jezelf en de rest van de wereld. Prachtig woord Ego-is-Ties. Zo voelde het vaak wel, ik met al mijn pretenties, hoe goed ik het doe, wat ik allemaal geleerd heb, hoe de mensheid in elkaar zou moeten zitten. Maar er zit wel een kern van waarheid in. Door mezelf vaak bemoedigend toe te spreken, mijn ego op te vijzelen en eens wat minder stil te staan bij wat de anderen allemaal denken, voelen, vertellen, willen, moeten… Dit keer had ik daar geen tijd voor, niet omdat ik het druk had met werk, maar omdat ik het druk had met mezelf. Het hele jaar heb ik mezelf op meerdere fronten flink onder de loep genomen. En het heeft me veel gebracht… uiteraard staan in zo’n weblog in eerste instantie niet álle zielenroerselen. En ook al druppelen ze dan niet zo door in mijn weblog, er zijn heus ook wel tranen geweest. Maar nooit van spijt over de beslissing die ik genomen heb.
Op 7 maart 2008 raakte ik, door het gesprek met de supervisor die me destijds adviseerde een leuker leven te gaan leiden, in een onverwachte identiteitscrisis. Van het soort dat van het ene op het andere moment de bodem onder je voeten uitslaat. Al 20 jaar lang ontleende ik mijn identiteit aan het vak dat ik uitoefen en ik voelde me er nooit in thuis. Ik had almaar het idee dat ik een betere versie moest neerzetten van wat ik werkelijk was. Als een tweedehands opgepoetste auto met later ingebouwde moderne snufjes zoals een TomTom. En dat ik terwijl ik weet dat ik beter op mijn TiesTies kan vertrouwen. Op het moment dat het besluit viel, viel er ook een last van me af. Ik had een keuze. Maar thuis sloeg evengoed de paniek toe… wat moet ik dan gaan doen? Wat wil ik nou echt? Wat zeggen de sterren? De Tarotkaarten? De I Tjing. Aan welke codes en regels moest ik me nu vasthouden wanneer ik geen baan meer had om me in het gareel te houden. Ik besloot op dat moment dat een prachtig schrift wat nog mooi leeg lag te wezen uitermate geschikt zou zijn om te dienen als Tiesstatement. En zo af en toe als ik het effe kwijt was, of ergens op zat te broeien, vonden er avondjes plaats waarbij ik inderdaad mijn jaarhoroscoop ging zoeken; de I Tjing orakelde en mijn Tarotjaarkaart uit ging rekenen.
Het is nooit zover gekomen dat ik prachtige afscheidsdoosje van Janny heb hoeven gebruiken. Zij gaf me een mooi bekleed doosje wat dichtgebonden is met een macramétechniek. Dit laatste getuigt overigens van grote humor. Ik heb regelmatig tegen Janny, die destijds mijn leidinggevende was, geïrriteerd opgemerkt dat ik vond dat sommige hulpverleners zich beter bezig kunnen houden met macramé. In het doosje zit een voorwerp en ik weet nu nóg niet wat het is. De opdracht bij het doosje is prachtig. Wanneer ik twijfels zou hebben, in de knoop zou raken met mezelf en het écht niet meer zou weten zou ik een knoop los moeten peuteren. Tijdens het los peuteren van de knoop, wat de nodige tijd vergt, kan ik reflecteren op mezelf en kom ik waarschijnlijk tot de conclusie dat ik het hulpmiddel in het doosje niet nodig heb en het zelf kan. Het doosje staat, ook ter motivatie, in mijn blikveld op mijn werkkamer.
Op zoek naar antwoorden in al die orakels werd mijn beslissing steeds bevestigd… en terugkijkend klopt het tot nog toe helemaal. Een van de dingen die ik het meest ervaren heb is het jaar van de Kluizenaar. Dat klinkt heftiger dan het is want ik heb giganties veel mensen ontmoet en gesproken, maar… ik heb een heleboel niet gedeeld, niet ter overweging of kritische toetsing met anderen. Ik heb het allemaal zelf bedacht, zelf geregeld, zelf opgevreten, herkauwd en waar nodig uitgekotst of alsnog verteerd. Dat waren niet alleen de leuke momenten en de euforische momenten, het waren ook de momenten waarop keuzes gemaakt moesten worden en beslissingen genomen. Dit keer komt het allemaal van binnenuit en niet ingegeven of doorgesproken met collega’s of naaste vrienden en familie. Ik liet ze soms wel wat lezen of zien, maar als puntje bij paaltje kwam was dat meer ter informatie dan ter goedkeuring,. En op sommige momenten was het erg stil om me heen en druk in mijn hoofd. Tegelijkertijd vond ik het prima.., omdat er inmiddels ook een sterk gevoel van vertrouwen in mezelf bijgekomen is. Ik kan het wel. En zelfs al kan ik het niet, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd. En daarvoor had ik mijn tijd en rust nodig, wat enigszins verwijst naar het egoistiese. Jezelf op dat moment belangrijker vinden dan de ander. Toch is het wonderbaarlijk wanneer ik terugkijk, hoe rustig ik hieronder gebleven ben. Geen ontroostbaar verdrietige momenten, geen doorzakavonden waarbij je met tissues alle fotoboeken nog eens bekijkt, geen hunkeren naar vervlogen tijden, geen neigingen om “Wat als..”vragen te stellen.
Nee, gewoon diep ademhalen en doorgaan. Het zwemmen en de yoga hebben me erg geholpen bij het doorademen. Alhoewel het zwemmen er door steeds terugkerende oorproblemen bij in is geschoten heeft het een prima effect op me gehad. Eventuele wrevels en wrange gedachten die je over het algemeen het meest gemakkelijk oploopt bij de Albert Heijn in de lange rij voor de kassa, werden door het water weggewassen. De yoga hielp met name bij mijn balans en leerde me momenten van rust in te bouwen wanneer de mallemolen in mijn hoofd op hol sloeg. Gelukkig niet van paniek, maar van een overvloed aan inspiratie en ideeën voor mijn bedrijf. Het ene idee na het andere werd omgezet in een plan of project. Het Tiesstatement is zo’n project.
Op een avond was ik weer eens bezig met één van mijn “Graaf je in en leef je uit” activiteiten en het Tiesstatement kwam er aan te pas. Ik heb kaders nodig, collega’s die voorheen die kaders aangaven zijn er niet meer. En dus vond ik het tijd mijn eigen kaders en regels te bedenken. Nou ja, het zijn geen regels maar eerder principes die me helpen op het rechte pad te blijven. Nou ja, principes, het zijn eerder leefregeltjes die me helpen. Nou ja, leefregeltjes, het zijn meer geheugensteuntjes…
Dit is dus dat Bahdisme waar ik eerder over sprak in een weblog en aan het begin van dit verhaal. Het Bahdisme is vooral gebaseerd op het niet doen van dingen waar je een hekel aan hebt. Dingen waarbij je denkt:”Bah, bah”. Nadenkend over hoe ik nou eigenlijk in elkaar zat en hoe ik in elkaar zou willen zitten, ben ik die avond begonnen. Een levensstijl en houding die gebaseerd is op alle ervaringen die ik opgedaan heb en die gebaseerd zijn op het leven wat ik lijd/leid. Je ontwikkelt een houding, ook op die momenten dat het leven je pijn doet bij verlies, verbroken liefdes, teleurstellingen. En zo kwam ik tot de conclusie dat ik mijn leven baseer op de volgende uitgangspunten:
Doe wat je beloofd hebt.
Fouten waarvan je jezelf bewust bent kun je rechtzetten.
Maak geen misbruik van je positie, in welke positie je dan ook zit (macht, slachtoffer, toeschouwer)
Noem het beestje bij zijn naam. Zeg bijvoorbeeld niet onstuimig als je stom lomp bedoelt. (Hoe meer ik zorgvuldig probeer te zijn in mijn taalgebruik hoe onhandiger ik word waardoor de boodschap niet overkomt en ik ongeloofwaardig overkom en misverstanden veroorzaak in plaats van ze uit de weg help)
Weiger geheimen te bewaren waarmee je jezelf of een ander klem kunt zetten en de situatie in stand houden.
Stook niet in relaties.
Nooit bewust sex met mannen met kinderen en/of een vrouw. (Het kan natuurlijk voorkomen dat je op een popfestival in een tentje beland met een geweldige vent die zelf niet eens weet dat hij daar is, laat staan zijn vrouw… laat helemaal staan, of in dit geval liggen, dat jij daarvan op de hoogte bent. Maar omdat niemand in zo’n geval op de hoogte is vanwege het afwezige bewustzijn is dit een vergeeflijk avontuurtje).
Alles wat je doet moet je kunnen verantwoorden aan jezelf.
Durf jezelf strafwerk te geven, maar maak die dan ook onvergetelijk.(Ga zwoegen op een houtblok of stok en verbied je zelf om tijdens het schoonschrapen van het werkstuk te roken, te eten, te drinken of te bellen. Doe het buiten in de kou en zorg dat je afziet. Maar maak er vervolgens een prachtig kunstwerk van door het te beschilderen en te versieren. Geniet vanaf dan van de last die van je schouders afgevallen is door de boetedoening. En onthoud iedere keer wanneer je het werkstuk ziet waarom je dat gemaakt hebt.)
Doe geen dingen waar je anderen mee voor het blok kunt zetten zodat ze in een onmogelijke positie terechtkomen.( Zoals het geven van telefoonnummers van andere mensen die helemaal niet gebeld wensen te worden door degene die het nummer gekregen heeft.)
Maak nooit, en public, grappen ten koste van een ander om zelf te scoren.
Verzamel levensbewijs. Brevetten van slagen maar ook van falen en verlies. Koester die bewijzen en duik er regelmatig even in. (Ook van de verdrietige dingen heb je geleerd en van de verliezen die je geleden heb. Graaf af en toe herdenkingsprentjes op, oude liefdesbrieven en afscheidskaartjes en geef jezelf een schouderklopje dat je geleerd hebt van al die ervaringen).
Ben trots op littekens, maar draag ze waardig en pronk er niet mee. (Probeer geen aandacht te trekken door ellendige ervaringen die je opgedaan hebt, al zijn ze nog zo bepalend voor je leven geweest. Wees er trots op dat je er nog bent, maar wees bescheiden in je vertoon daarvan om te voorkomen dat je gezien wordt als een wandelend drama of andersom als een sterker mens dan je werkelijk wilt of kunt zijn.)
Als het leven een feest is hoort daar af en toe een flinke kater bij. (Doorleef alle ellende en verdriet, zwelg in droevige muziek met een doos zakdoekjes. wentel je in zelfmedelijden. Niet langer dan 10 minuten in mijn geval. Juist door tegenslag leer je volop te genieten van de momenten dat het goed gaat. )
Er is niks met niks doen.( Vergeet dat hele etiket, actieve sociale betrokken vrouw midden in de samenleving met uitlopende interesses en donder alle schuldgevoelens over niets doen in de kliko. Regelmatig niks doen is heel gezond, zeer geestverruimend en goed voor je lichaam.)
Nooit sex met iemand die verliefd op je is, tenzij het wederzijds is uiteraard. (Geef geen hoop waar hoop een bult ellende wordt en uitgroeit tot een bergketen van diepe dalen en pieken met drama en donderwolken veroorzaakt door teleurstelling, schuldgevoel, kapotte vriendschappen en een geruïneerde marktwaarde)
Deze lijst is niet compleet. Het zijn maar richtinggevers. Ondanks allerlei wetten, religies, etiquette en discussies over normen en waarden zal er nooit een éénduidige opvatting komen over hoe we het allemáál zouden moeten doen. Ik geloof er niet meer in dat je een ander kunt vertellen hoe hij het moet doen, ik weet niet eens of ik er wel ooit echt in geloofd heb, daar wrong ook de schoen met het werk wat ik deed. Als een moralist de straat opmoeten om het woord van willens en wetens te verspreiden. Als je weet hoe iets moet, wil dat nog niet zeggen dat je het wilt… als er iemand haar levenlang bewezen heeft dat gesnapt te hebben dan ben ik het wel. Ik wist vaak wel hoe men vond dat het moest, maar ik wilde het niet. Op de middelbare school niet, thuis niet, op het werk niet. Altijd in de contramine, altijd recalcitrant en krities.
Inmiddels 44 heb ik begrepen dat het handiger is wanneer iedereen zijn eigen levensovertuiging volgt, er van uitgaande dat niemand er echt op uit is een ander moedwillig te kwetsen (tenminste niet in de kringen waarin ik me over het algemeen begeef zoals mijn straat, mijn wijk, mijn stad, mijn sociale omgeving). Ook ben ik er inmiddels van overtuigd dat mijn recalcitrantie geen recalcitrantie is maar een vorm van autonomie die regelmatig botst met de algemene opvattingen. Ook nu nog…
zo beland ik regelmatig ongevraagd en ongewild in discussie met vrouwen die zich ervoor verbazen dat ik "nog steeds" manloos op allerlei festiviteiten en bijeenkomsten verschijn.
Het blijven weigeren te gaan internetdaten wordt door en groot gedeelte vrouwen uitgelegd als niet mee willen doen aan hoe het tegenwoordig hoort. Regelmatig beland ik in discussies of beter gezegd pleidooien van vrouwen die mij er van willen overtuigen dat internetdaten hét middel is voor het ontmoeten van een man. Die pleidooien verworden overigens regelmatig tot opbeurende woorden en meelijwekkende blikken wanneer ik zeg dat ik niet op zoek ben naar een man. Ik ben er van overtuigd dat ik vanzelf iemand tegenkom, maar dat zijn veel vrouwen om me heen niet. Argumenten als:” Je wordt er ook niet jonger op.” “ Jij moet toch ook aan je trekken komen.” “Jij hebt toch ook behoefte aan geborgenheid” worden ingezet om me van zelfstandige dame te reduceren tot een zielige veertiger die de boot gemist heeft. Tja, ik word meestal ziek op boten, ik voel me al geborgen in mijn fijne huisje en ik kan altijd nog aan touw gaan trekken. En inderdaad, ik word er, gelukkig, niet jonger op. Vaak raken ze enigszins geïrriteerd, vinden me recalcitrant en snappen er niks van dat ik me zo vermaak. Nog verbaasder zijn ze vaak als blijkt dat ik geen hekel heb aan mannen. Ik ben wars van opmerkingen als:” Je weet hoe mannen zijn.” Of de opmerking:”Zo zijn toch alle mannen…” Nee, nee en nog eens nee… ik ken ontelbaar veel fatsoenlijke mannen en ik ben dol op mannen. Vooral grote kale mannen, of donkere gespierde mannen, of sportieve atletische mannen, mannen met mooi lang haar of krullen. Intelligente mannen, emotioneel volwassen mannen, eigenwijze mannen, humoristiese mannen… En ik geniet ervan om met ze te dansen, lachen, werken,drinken, praten, zwijgen, ouwehoeren… En dan is het zóóóó ontzettend jammer dat er altijd van die vrouwen zijn die het moment moeten verpesten. Die dan helemaal hyper beginnen te wapperen met hun handen, geheime signalen uitzenden met hun ogen of dubbelzinnig gaan staan giechelen. “Of dat niet iets voor jou is…” En opnieuw word ik dan gereduceerd tot de club wanhopig op zoek zijnde vrouwen. Laat mij toch gewoon plezier hebben, vrienden maken, genieten van mijn gezelschap zonder dat er meteen die belastende lading aan gegeven wordt als zou ik op zoek zijn naar een man. Dames en eventuele heren die me verdenken van dubbelspel in het contact wat er is, geloof me… als ik meer wil dan alleen plezier dan zorg ik daar echt wel voor. Daar heb ik geen internetdate, of vooraf geplande per ongelukontmoetingen, doorverwijzingen naar kroegen met loslopend mansvolkvee of telefoonnummers van onbekenden voor nodig. Mijn tijd komt vanzelf nog wel… samen met die ene geweldige man die nog niet op de hoogte is van mijn bestaan of me gewoon nog niet goed genoeg kent. En als ik hem tegenkom zal je dat heus niet ontgaan…
Terugkijkend op dit afgelopen jaar heb ik me behoorlijk bahdisties gedragen. Op veel fronten aan uitdaging geen gebrek maar ik ben er aardig doorheen gerold. Ik ben al mijn beloftes (die ik overigens zelden maak) nagekomen. Die enkele keer dat ik iets fout gedaan had heb ik het rechtgezet of op zijn minst nagevraagd of ik iets fouts gezegd of gedaan had. Strafwerk heb ik mezelf afgelopen jaar niet hoeven geven. Ik heb niet in relaties gestookt. Mijn macht niet misbruikt. Ik heb niks gedaan.
Da’s wel een goeie vind ik zelf. Ik heb niks gedaan afgelopen jaar. Tegelijkertijd heb ik natuurlijk héél véél gedaan. Ik geloof niet dat ik eerder zo’n intensief jaar met mezelf heb doorgebracht. Ik was er altijd wel, maar een beetje aan de binnenkant van de zijlijn, af en toe uit de band springend, maar nog steeds netjes binnen het lijntje. En toen ben ik eruit gestapt. Voor iemand die altijd weigerde vanaf de zijlijn toe te kijken was dat wel bijzonder. Ik, meisje van het middelpunt. Ik ben erlangs gaan staan, heb dat hele spelletje eens bekeken met mijn armen over elkaar geslagen. Het balletje, als metafoor voor geluk, is allerlei kanten opgerold. Af en toe een doelpunt scoren, soms via een hoekschop, soms met een harde kopbal of een penalty… en soms gewoon omdat het goed uitpakt. Maar het is het meest vermoeiende spelletje wat er is, want uiteindelijk loop je je kapot te rennen maar de bal is uiteindelijk nooit echt van jou. Je mag hem niet oppakken en ermee wegrennen om hem thuis in een glanzende vitrine te koesteren. De bal moet rollen… tenzij je natuurlijk besluit dat je helemaal geen zin meer hebt in dat spelletje. Ik ben sowieso altijd meer een solist geweest, en dus bedenk ik mijn eigen spelletje. Nooit meer achter een bal aanrennen, maar gewoon gaan zitten kijken en blij zijn als hij toevalligerwijs in jouw schoot beland, maar hem dan ook direct weer terug durven spelen. Ik heb sinds dat besluit veel balletjes op mogen vangen en even vast mogen houden. En wanneer ik hem weer kwijt was kwam die vanzelf wel weer terug terwijl ik rustig wachtte aan de zijlijn. Dat spelletje ben ik steeds meer uit gaan breiden met het bespelen van het publiek en dus steel ik in mijn eigen wereldje alsnog de show met mijn zelfbedachte spelletje. Ik doe niet meer helemaal mee, maar hoor er nog steeds wél bij. Ik heb mijn positie in het team ingeleverd maar ben nog steeds de sterspeler. Daar ga ik weer… wat ben ik toch goed, wat ben ik geweldig, wat zit het me mee en wat heb ik veel nieuwe fans, waaronder ikzelf de grootste. Hoogmoed komt voor de val. En dus zal er heus nog wel eens een moment komen waarbij ik snotterend op mijn eiland van eenzaamheid (ofwel mijn hoekbank met fleecedekentje) zielig zit te wezen, maar ik zal dan altijd terugvallen op nu. Op wie ik ben. En ook daarover heb ik in mijn Tiesstatement een beschrijving opgenomen. Ik ben het soort vrouw die niet elk weekend in een museum of theater te vinden is maar nooit een Oerolfestival overslaat. Geen geld over heeft voor een afwasmachine, bladblazer of airco maar wel heel veel van de wereld gezien heeft op haar reizen. Ouderwets is en van handwerk houdt zoals het opendraaien van autoraampjes, puree stampen met een stamper en koffie zetten met een waterketel. Papier en glas netjes scheidt maar wel een diesel rijdt. Liever af en toe een goede wijn dan elke avond een goedkoop pilsje…Gezond leeft door groente te eten, te variëren met vlees, vis en vegetarisch maar tegelijkertijd wel rookt, chips eet en regelmatig een frietje of pizza. Soppend op de bank Leaving Las Vegas kijkt maar een hekelijk heeft aan de films van Quentin Torentino, Vertederd raakt door kinderen en natuur, maar even zo goed aan de buis gekluisterd zit wanneer Parijs-Dakar door kwetsbare dorpjes in Afrika racet. Ik ben zo’n vrouw van flodderjurkjes en vestjes en handige slippers maar zich even goed thuis voelt in pakjes, lipstick en hakken, Die vindt dat fatsoen een motto is en respect niet zondermeer verkrijgbaar.
Kortom, ik ben me er eentje en dat heb ik vooral mezelf afgelopen jaar laten zien.

nieuwsgierig naar dit prachtige vest, ga naar www.lodicha.nl
Op 7 maart 2008 raakte ik, door het gesprek met de supervisor die me destijds adviseerde een leuker leven te gaan leiden, in een onverwachte identiteitscrisis. Van het soort dat van het ene op het andere moment de bodem onder je voeten uitslaat. Al 20 jaar lang ontleende ik mijn identiteit aan het vak dat ik uitoefen en ik voelde me er nooit in thuis. Ik had almaar het idee dat ik een betere versie moest neerzetten van wat ik werkelijk was. Als een tweedehands opgepoetste auto met later ingebouwde moderne snufjes zoals een TomTom. En dat ik terwijl ik weet dat ik beter op mijn TiesTies kan vertrouwen. Op het moment dat het besluit viel, viel er ook een last van me af. Ik had een keuze. Maar thuis sloeg evengoed de paniek toe… wat moet ik dan gaan doen? Wat wil ik nou echt? Wat zeggen de sterren? De Tarotkaarten? De I Tjing. Aan welke codes en regels moest ik me nu vasthouden wanneer ik geen baan meer had om me in het gareel te houden. Ik besloot op dat moment dat een prachtig schrift wat nog mooi leeg lag te wezen uitermate geschikt zou zijn om te dienen als Tiesstatement. En zo af en toe als ik het effe kwijt was, of ergens op zat te broeien, vonden er avondjes plaats waarbij ik inderdaad mijn jaarhoroscoop ging zoeken; de I Tjing orakelde en mijn Tarotjaarkaart uit ging rekenen.
Het is nooit zover gekomen dat ik prachtige afscheidsdoosje van Janny heb hoeven gebruiken. Zij gaf me een mooi bekleed doosje wat dichtgebonden is met een macramétechniek. Dit laatste getuigt overigens van grote humor. Ik heb regelmatig tegen Janny, die destijds mijn leidinggevende was, geïrriteerd opgemerkt dat ik vond dat sommige hulpverleners zich beter bezig kunnen houden met macramé. In het doosje zit een voorwerp en ik weet nu nóg niet wat het is. De opdracht bij het doosje is prachtig. Wanneer ik twijfels zou hebben, in de knoop zou raken met mezelf en het écht niet meer zou weten zou ik een knoop los moeten peuteren. Tijdens het los peuteren van de knoop, wat de nodige tijd vergt, kan ik reflecteren op mezelf en kom ik waarschijnlijk tot de conclusie dat ik het hulpmiddel in het doosje niet nodig heb en het zelf kan. Het doosje staat, ook ter motivatie, in mijn blikveld op mijn werkkamer.
Op zoek naar antwoorden in al die orakels werd mijn beslissing steeds bevestigd… en terugkijkend klopt het tot nog toe helemaal. Een van de dingen die ik het meest ervaren heb is het jaar van de Kluizenaar. Dat klinkt heftiger dan het is want ik heb giganties veel mensen ontmoet en gesproken, maar… ik heb een heleboel niet gedeeld, niet ter overweging of kritische toetsing met anderen. Ik heb het allemaal zelf bedacht, zelf geregeld, zelf opgevreten, herkauwd en waar nodig uitgekotst of alsnog verteerd. Dat waren niet alleen de leuke momenten en de euforische momenten, het waren ook de momenten waarop keuzes gemaakt moesten worden en beslissingen genomen. Dit keer komt het allemaal van binnenuit en niet ingegeven of doorgesproken met collega’s of naaste vrienden en familie. Ik liet ze soms wel wat lezen of zien, maar als puntje bij paaltje kwam was dat meer ter informatie dan ter goedkeuring,. En op sommige momenten was het erg stil om me heen en druk in mijn hoofd. Tegelijkertijd vond ik het prima.., omdat er inmiddels ook een sterk gevoel van vertrouwen in mezelf bijgekomen is. Ik kan het wel. En zelfs al kan ik het niet, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd. En daarvoor had ik mijn tijd en rust nodig, wat enigszins verwijst naar het egoistiese. Jezelf op dat moment belangrijker vinden dan de ander. Toch is het wonderbaarlijk wanneer ik terugkijk, hoe rustig ik hieronder gebleven ben. Geen ontroostbaar verdrietige momenten, geen doorzakavonden waarbij je met tissues alle fotoboeken nog eens bekijkt, geen hunkeren naar vervlogen tijden, geen neigingen om “Wat als..”vragen te stellen.
Nee, gewoon diep ademhalen en doorgaan. Het zwemmen en de yoga hebben me erg geholpen bij het doorademen. Alhoewel het zwemmen er door steeds terugkerende oorproblemen bij in is geschoten heeft het een prima effect op me gehad. Eventuele wrevels en wrange gedachten die je over het algemeen het meest gemakkelijk oploopt bij de Albert Heijn in de lange rij voor de kassa, werden door het water weggewassen. De yoga hielp met name bij mijn balans en leerde me momenten van rust in te bouwen wanneer de mallemolen in mijn hoofd op hol sloeg. Gelukkig niet van paniek, maar van een overvloed aan inspiratie en ideeën voor mijn bedrijf. Het ene idee na het andere werd omgezet in een plan of project. Het Tiesstatement is zo’n project.
Op een avond was ik weer eens bezig met één van mijn “Graaf je in en leef je uit” activiteiten en het Tiesstatement kwam er aan te pas. Ik heb kaders nodig, collega’s die voorheen die kaders aangaven zijn er niet meer. En dus vond ik het tijd mijn eigen kaders en regels te bedenken. Nou ja, het zijn geen regels maar eerder principes die me helpen op het rechte pad te blijven. Nou ja, principes, het zijn eerder leefregeltjes die me helpen. Nou ja, leefregeltjes, het zijn meer geheugensteuntjes…
Dit is dus dat Bahdisme waar ik eerder over sprak in een weblog en aan het begin van dit verhaal. Het Bahdisme is vooral gebaseerd op het niet doen van dingen waar je een hekel aan hebt. Dingen waarbij je denkt:”Bah, bah”. Nadenkend over hoe ik nou eigenlijk in elkaar zat en hoe ik in elkaar zou willen zitten, ben ik die avond begonnen. Een levensstijl en houding die gebaseerd is op alle ervaringen die ik opgedaan heb en die gebaseerd zijn op het leven wat ik lijd/leid. Je ontwikkelt een houding, ook op die momenten dat het leven je pijn doet bij verlies, verbroken liefdes, teleurstellingen. En zo kwam ik tot de conclusie dat ik mijn leven baseer op de volgende uitgangspunten:
Doe wat je beloofd hebt.
Fouten waarvan je jezelf bewust bent kun je rechtzetten.
Maak geen misbruik van je positie, in welke positie je dan ook zit (macht, slachtoffer, toeschouwer)
Noem het beestje bij zijn naam. Zeg bijvoorbeeld niet onstuimig als je stom lomp bedoelt. (Hoe meer ik zorgvuldig probeer te zijn in mijn taalgebruik hoe onhandiger ik word waardoor de boodschap niet overkomt en ik ongeloofwaardig overkom en misverstanden veroorzaak in plaats van ze uit de weg help)
Weiger geheimen te bewaren waarmee je jezelf of een ander klem kunt zetten en de situatie in stand houden.
Stook niet in relaties.
Nooit bewust sex met mannen met kinderen en/of een vrouw. (Het kan natuurlijk voorkomen dat je op een popfestival in een tentje beland met een geweldige vent die zelf niet eens weet dat hij daar is, laat staan zijn vrouw… laat helemaal staan, of in dit geval liggen, dat jij daarvan op de hoogte bent. Maar omdat niemand in zo’n geval op de hoogte is vanwege het afwezige bewustzijn is dit een vergeeflijk avontuurtje).
Alles wat je doet moet je kunnen verantwoorden aan jezelf.
Durf jezelf strafwerk te geven, maar maak die dan ook onvergetelijk.(Ga zwoegen op een houtblok of stok en verbied je zelf om tijdens het schoonschrapen van het werkstuk te roken, te eten, te drinken of te bellen. Doe het buiten in de kou en zorg dat je afziet. Maar maak er vervolgens een prachtig kunstwerk van door het te beschilderen en te versieren. Geniet vanaf dan van de last die van je schouders afgevallen is door de boetedoening. En onthoud iedere keer wanneer je het werkstuk ziet waarom je dat gemaakt hebt.)
Doe geen dingen waar je anderen mee voor het blok kunt zetten zodat ze in een onmogelijke positie terechtkomen.( Zoals het geven van telefoonnummers van andere mensen die helemaal niet gebeld wensen te worden door degene die het nummer gekregen heeft.)
Maak nooit, en public, grappen ten koste van een ander om zelf te scoren.
Verzamel levensbewijs. Brevetten van slagen maar ook van falen en verlies. Koester die bewijzen en duik er regelmatig even in. (Ook van de verdrietige dingen heb je geleerd en van de verliezen die je geleden heb. Graaf af en toe herdenkingsprentjes op, oude liefdesbrieven en afscheidskaartjes en geef jezelf een schouderklopje dat je geleerd hebt van al die ervaringen).
Ben trots op littekens, maar draag ze waardig en pronk er niet mee. (Probeer geen aandacht te trekken door ellendige ervaringen die je opgedaan hebt, al zijn ze nog zo bepalend voor je leven geweest. Wees er trots op dat je er nog bent, maar wees bescheiden in je vertoon daarvan om te voorkomen dat je gezien wordt als een wandelend drama of andersom als een sterker mens dan je werkelijk wilt of kunt zijn.)
Als het leven een feest is hoort daar af en toe een flinke kater bij. (Doorleef alle ellende en verdriet, zwelg in droevige muziek met een doos zakdoekjes. wentel je in zelfmedelijden. Niet langer dan 10 minuten in mijn geval. Juist door tegenslag leer je volop te genieten van de momenten dat het goed gaat. )
Er is niks met niks doen.( Vergeet dat hele etiket, actieve sociale betrokken vrouw midden in de samenleving met uitlopende interesses en donder alle schuldgevoelens over niets doen in de kliko. Regelmatig niks doen is heel gezond, zeer geestverruimend en goed voor je lichaam.)
Nooit sex met iemand die verliefd op je is, tenzij het wederzijds is uiteraard. (Geef geen hoop waar hoop een bult ellende wordt en uitgroeit tot een bergketen van diepe dalen en pieken met drama en donderwolken veroorzaakt door teleurstelling, schuldgevoel, kapotte vriendschappen en een geruïneerde marktwaarde)
Deze lijst is niet compleet. Het zijn maar richtinggevers. Ondanks allerlei wetten, religies, etiquette en discussies over normen en waarden zal er nooit een éénduidige opvatting komen over hoe we het allemáál zouden moeten doen. Ik geloof er niet meer in dat je een ander kunt vertellen hoe hij het moet doen, ik weet niet eens of ik er wel ooit echt in geloofd heb, daar wrong ook de schoen met het werk wat ik deed. Als een moralist de straat opmoeten om het woord van willens en wetens te verspreiden. Als je weet hoe iets moet, wil dat nog niet zeggen dat je het wilt… als er iemand haar levenlang bewezen heeft dat gesnapt te hebben dan ben ik het wel. Ik wist vaak wel hoe men vond dat het moest, maar ik wilde het niet. Op de middelbare school niet, thuis niet, op het werk niet. Altijd in de contramine, altijd recalcitrant en krities.
Inmiddels 44 heb ik begrepen dat het handiger is wanneer iedereen zijn eigen levensovertuiging volgt, er van uitgaande dat niemand er echt op uit is een ander moedwillig te kwetsen (tenminste niet in de kringen waarin ik me over het algemeen begeef zoals mijn straat, mijn wijk, mijn stad, mijn sociale omgeving). Ook ben ik er inmiddels van overtuigd dat mijn recalcitrantie geen recalcitrantie is maar een vorm van autonomie die regelmatig botst met de algemene opvattingen. Ook nu nog…
zo beland ik regelmatig ongevraagd en ongewild in discussie met vrouwen die zich ervoor verbazen dat ik "nog steeds" manloos op allerlei festiviteiten en bijeenkomsten verschijn.
Het blijven weigeren te gaan internetdaten wordt door en groot gedeelte vrouwen uitgelegd als niet mee willen doen aan hoe het tegenwoordig hoort. Regelmatig beland ik in discussies of beter gezegd pleidooien van vrouwen die mij er van willen overtuigen dat internetdaten hét middel is voor het ontmoeten van een man. Die pleidooien verworden overigens regelmatig tot opbeurende woorden en meelijwekkende blikken wanneer ik zeg dat ik niet op zoek ben naar een man. Ik ben er van overtuigd dat ik vanzelf iemand tegenkom, maar dat zijn veel vrouwen om me heen niet. Argumenten als:” Je wordt er ook niet jonger op.” “ Jij moet toch ook aan je trekken komen.” “Jij hebt toch ook behoefte aan geborgenheid” worden ingezet om me van zelfstandige dame te reduceren tot een zielige veertiger die de boot gemist heeft. Tja, ik word meestal ziek op boten, ik voel me al geborgen in mijn fijne huisje en ik kan altijd nog aan touw gaan trekken. En inderdaad, ik word er, gelukkig, niet jonger op. Vaak raken ze enigszins geïrriteerd, vinden me recalcitrant en snappen er niks van dat ik me zo vermaak. Nog verbaasder zijn ze vaak als blijkt dat ik geen hekel heb aan mannen. Ik ben wars van opmerkingen als:” Je weet hoe mannen zijn.” Of de opmerking:”Zo zijn toch alle mannen…” Nee, nee en nog eens nee… ik ken ontelbaar veel fatsoenlijke mannen en ik ben dol op mannen. Vooral grote kale mannen, of donkere gespierde mannen, of sportieve atletische mannen, mannen met mooi lang haar of krullen. Intelligente mannen, emotioneel volwassen mannen, eigenwijze mannen, humoristiese mannen… En ik geniet ervan om met ze te dansen, lachen, werken,drinken, praten, zwijgen, ouwehoeren… En dan is het zóóóó ontzettend jammer dat er altijd van die vrouwen zijn die het moment moeten verpesten. Die dan helemaal hyper beginnen te wapperen met hun handen, geheime signalen uitzenden met hun ogen of dubbelzinnig gaan staan giechelen. “Of dat niet iets voor jou is…” En opnieuw word ik dan gereduceerd tot de club wanhopig op zoek zijnde vrouwen. Laat mij toch gewoon plezier hebben, vrienden maken, genieten van mijn gezelschap zonder dat er meteen die belastende lading aan gegeven wordt als zou ik op zoek zijn naar een man. Dames en eventuele heren die me verdenken van dubbelspel in het contact wat er is, geloof me… als ik meer wil dan alleen plezier dan zorg ik daar echt wel voor. Daar heb ik geen internetdate, of vooraf geplande per ongelukontmoetingen, doorverwijzingen naar kroegen met loslopend mansvolkvee of telefoonnummers van onbekenden voor nodig. Mijn tijd komt vanzelf nog wel… samen met die ene geweldige man die nog niet op de hoogte is van mijn bestaan of me gewoon nog niet goed genoeg kent. En als ik hem tegenkom zal je dat heus niet ontgaan…
Terugkijkend op dit afgelopen jaar heb ik me behoorlijk bahdisties gedragen. Op veel fronten aan uitdaging geen gebrek maar ik ben er aardig doorheen gerold. Ik ben al mijn beloftes (die ik overigens zelden maak) nagekomen. Die enkele keer dat ik iets fout gedaan had heb ik het rechtgezet of op zijn minst nagevraagd of ik iets fouts gezegd of gedaan had. Strafwerk heb ik mezelf afgelopen jaar niet hoeven geven. Ik heb niet in relaties gestookt. Mijn macht niet misbruikt. Ik heb niks gedaan.
Da’s wel een goeie vind ik zelf. Ik heb niks gedaan afgelopen jaar. Tegelijkertijd heb ik natuurlijk héél véél gedaan. Ik geloof niet dat ik eerder zo’n intensief jaar met mezelf heb doorgebracht. Ik was er altijd wel, maar een beetje aan de binnenkant van de zijlijn, af en toe uit de band springend, maar nog steeds netjes binnen het lijntje. En toen ben ik eruit gestapt. Voor iemand die altijd weigerde vanaf de zijlijn toe te kijken was dat wel bijzonder. Ik, meisje van het middelpunt. Ik ben erlangs gaan staan, heb dat hele spelletje eens bekeken met mijn armen over elkaar geslagen. Het balletje, als metafoor voor geluk, is allerlei kanten opgerold. Af en toe een doelpunt scoren, soms via een hoekschop, soms met een harde kopbal of een penalty… en soms gewoon omdat het goed uitpakt. Maar het is het meest vermoeiende spelletje wat er is, want uiteindelijk loop je je kapot te rennen maar de bal is uiteindelijk nooit echt van jou. Je mag hem niet oppakken en ermee wegrennen om hem thuis in een glanzende vitrine te koesteren. De bal moet rollen… tenzij je natuurlijk besluit dat je helemaal geen zin meer hebt in dat spelletje. Ik ben sowieso altijd meer een solist geweest, en dus bedenk ik mijn eigen spelletje. Nooit meer achter een bal aanrennen, maar gewoon gaan zitten kijken en blij zijn als hij toevalligerwijs in jouw schoot beland, maar hem dan ook direct weer terug durven spelen. Ik heb sinds dat besluit veel balletjes op mogen vangen en even vast mogen houden. En wanneer ik hem weer kwijt was kwam die vanzelf wel weer terug terwijl ik rustig wachtte aan de zijlijn. Dat spelletje ben ik steeds meer uit gaan breiden met het bespelen van het publiek en dus steel ik in mijn eigen wereldje alsnog de show met mijn zelfbedachte spelletje. Ik doe niet meer helemaal mee, maar hoor er nog steeds wél bij. Ik heb mijn positie in het team ingeleverd maar ben nog steeds de sterspeler. Daar ga ik weer… wat ben ik toch goed, wat ben ik geweldig, wat zit het me mee en wat heb ik veel nieuwe fans, waaronder ikzelf de grootste. Hoogmoed komt voor de val. En dus zal er heus nog wel eens een moment komen waarbij ik snotterend op mijn eiland van eenzaamheid (ofwel mijn hoekbank met fleecedekentje) zielig zit te wezen, maar ik zal dan altijd terugvallen op nu. Op wie ik ben. En ook daarover heb ik in mijn Tiesstatement een beschrijving opgenomen. Ik ben het soort vrouw die niet elk weekend in een museum of theater te vinden is maar nooit een Oerolfestival overslaat. Geen geld over heeft voor een afwasmachine, bladblazer of airco maar wel heel veel van de wereld gezien heeft op haar reizen. Ouderwets is en van handwerk houdt zoals het opendraaien van autoraampjes, puree stampen met een stamper en koffie zetten met een waterketel. Papier en glas netjes scheidt maar wel een diesel rijdt. Liever af en toe een goede wijn dan elke avond een goedkoop pilsje…Gezond leeft door groente te eten, te variëren met vlees, vis en vegetarisch maar tegelijkertijd wel rookt, chips eet en regelmatig een frietje of pizza. Soppend op de bank Leaving Las Vegas kijkt maar een hekelijk heeft aan de films van Quentin Torentino, Vertederd raakt door kinderen en natuur, maar even zo goed aan de buis gekluisterd zit wanneer Parijs-Dakar door kwetsbare dorpjes in Afrika racet. Ik ben zo’n vrouw van flodderjurkjes en vestjes en handige slippers maar zich even goed thuis voelt in pakjes, lipstick en hakken, Die vindt dat fatsoen een motto is en respect niet zondermeer verkrijgbaar.
Kortom, ik ben me er eentje en dat heb ik vooral mezelf afgelopen jaar laten zien.

nieuwsgierig naar dit prachtige vest, ga naar www.lodicha.nl
vrijdag 21 augustus 2009
3 maanden zomer
Heb je even? Ga er maar eens goed voor zitten. 3 maanden geleden alweer… Je zou bijna denken dat ik van de aardbodem verdwenen was, maar niets is minder waar. Ik stuiterde van Terschelling naar Amsterdam, via Den Bosch, Venlo, Kaatsheuvel, Beesel en Elsendorp. Ik rolde van het ene heugelijke feit in het andere feestje, onderweg oude en nieuwe vrienden ontmoetend. Ook waren er weer momenten van afscheid, voor dierbare vrienden, waarbij ik aan de zijlijn niet meer kon doen dan een luisterend oor bieden en dankbaar zijn voor wat en wie ik zelf allemaal nog heb. En… en passant heb ik nog even mijn bedrijfje opgestart wat al een weblog op zich zou zijn. Nieuwsgierig wat het uiteindelijk allemaal geworden is? Kijk op www.touw.org.
Laten we beginnen met Oerol. Ik zou er kort over kunnen zijn en zeggen dat het een beetje tegenviel, maar omdat er toch wel wat bijzondere hoogte en dieptepunten waren zal ik er over uitweiden. Zoals elk jaar hadden we “ons” groepsveld gehuurd bij Staatsbosbeheer en de eerste schok was de vernieuwde velden en de nieuwe sanitaire units. Ik ben op het moment vooral van het verminderen en werd geconfronteerd met een vermeerdering. Meer gras, meer open vlakte, meer douches en toiletten… zelfs meer licht midden in de nacht en meer, veel meer mensen. Over het algemeen geldt het gezegde: “Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.” Maar in dit geval was het eerder:”Hoe meer zielen, hoe minder deugd.” Door communicatiemisverstanden en individuen die hun eigen plan trokken op een te groot “groepsveld” lukte het niet om de sfeer te krijgen waar we eigenlijk voor kwamen. Er was geen “samenzijn”, geen intimiteit en saamhorigheid. Het was vooral gehakketak, irritaties tussen groepjes in groepjes en steeds weer kwamen er nieuwe mensen bij via de enclave die zich gevormd had. Overigens waren niet al die nieuwe mensen van het type groot ego en klein inlevingsvermogen, er waren wel degelijk superattente en behulpzame mensen bij. Maar met het merendeel wat zich toegevoegd had aan ons veld was geen contact, weinig initiatief om de gezamenlijke zaken op orde te houden (vuur, hout, schoon sanitair etc.).
Aan het eind van de week kreeg ik, overigens mede op eigen initiatief, de taak toebedeeld het probleem van teveel ongenode gasten op te lossen met degene die daarvoor verantwoordelijk was. Praktisch gezien was er niemand anders die dit kon doen en ook emotioneel waren de aangewezen personen even niet beschikbaar omdat zij andere belangrijkere zaken te verhapstukken hadden, waarover straks meer…
Direct had ik profijt van de lessen van ZH De Dalai Lama. Iedereen probeert op zijn of haar manier gelukkig te zijn . En dus ben ik onversaagd en kalm het gesprek aangegaan. Er waren terechte en onterechte verwijten over en weer, zondebokken en zwarte schapen, 10 waarheden en niet minder leugens… maar uiteindelijk werd het probleem naar tevredenheid opgelost. Ik ben niet te beïnvloeden door tranen, stampvoeterij en stroopsmeren. En tijdens het hele gesprek merkte ik dat het me lukte bij ons (ik sprak namens de groep) standpunt te blijven, begrip te houden voor de andere kant en het hele verhaal af te sluiten met het aanbieden van een tissue tegen de tranen en een knuffel om de verzekering te geven dat ik niet boos was. Daar was ik best trots op. Voorheen zou ik er een halszaak van gemaakt hebben, te direct zijn geworden en moedwillig iemand op zijn plek gezet hebben. Ik zou dan waarschijnlijk mijn gelijk ook wel gehaald hebben maar het zou dan nog weken doorgesudderd hebben in mijn ziel tot het als een aangebrand stukje op mijn gal zou zijn blijven liggen. Nu lukte het me om, zonder ruzie en cynische opmerkingen, te komen tot een goede afronding. Ik hoorde het mezelf ook zeggen:”Ik weet dat jij het ook gewoon goed wil doen voor iedereen, en dat waardeer ik ook.” Prachtig hoe dat werkt. Het grappige was dat mijn gesprekspartner en ik geen last meer gehad hebben van dit debacle maar dat de anderen veel meer moeite hadden om het los te laten en te kunnen zien dat inmiddels erg hard gewerkt werd om alles in goede banen te leiden en ons onze plek terug te geven. Dat laatste was overigens niet meer echt mogelijk omdat verschillende vrienden inmiddels eerder dan gepland vertrokken waren. Daarnaast kregen we eind van de week een telefoontje dat een 12 jarig vriendje plotseling uit het leven gerukt was, vandaar mijn eerdere opmerking over emotioneel niet beschikbaar zijn. Ik heb een paar jaar geleden een keer met hem gevoetbald op het veldje, maar verder kende ik hem nauwelijks. Veel van de aanwezigen kenden hem wel, evenals zijn ouders. ’s Avonds ontstond een prachtig herdenkingsmoment. Bij de grote kachel plaatsten we een cirkel met onze witte lampenzakjes, spontaan gingen verschillende mensen iets halen om in de cirkel te zetten. Beschermers naar het hiernamaals zoals een engeltje, een boedha, een shiva… er lag een sinaasappel, een bosje bloemen, gekleurde waxinelichtjes… twee van de ongenode maar aardige extra gasten speelden prachtige muziek op gitaar en een hang. En toen was er dat kippenvelmoment: op het eind van het liedje blies een windvlaag een groot gedeelte van de, normaal permanent brandende lichtjes, uit. En daar sta je dan, met aan de ene kant een vreemde en aan de andere kant een vriend. Hand in hand nadenkend over alle facetten die komen kijken bij de dood van een kind. Het verdriet van (groot)ouders, vriendjes, bekenden, klasgenootjes. Een prachtige toekomst die met één klap stilstaat, herinneringen aan eigen momenten van verlies… iedereen verzonken in zijn eigen gedachten. Je hoort de snikken, het diepe zuchten, het stille schuifelen. En je voelt de verwondering en misschien ook wel wat ergernis dat er eerst zoiets verschrikkelijks moest gebeuren om de groep enigszins met elkaar te verbinden. En toch zijn dat onvergetelijke momenten…

Een ander onvergetelijk moment was mijn weerzien met een oude vriend. 25 jaar op en af, de ene periode wat intensiever dan de andere, maar nu was het wel erg lang geleden dat we elkaar gesproken hadden. Enigszins gebrouilleerd, echt ruzie hebben we nooit. En opeens stond hij daar… op de dijk langs het dansstrand. Het was één van de warmste en langste omhelzingen die ik ooit gehad heb. En het deed ons beiden goed. En ook nu merkte ik achteraf dat ik toch ergens aan het veranderen ben. Wat het precies is weet ik niet. Of het nu komt door het ouder worden, het nemen van een levensveranderende beslissing zoals een punt achter mijn carrière, of door de lessen van ZH De Dalai Lama en de dagelijkse uitspraak op de Happinezkalender… ergens doe ik iets anders dan anders. Ik had geen behoefte om iets op te rakelen, na de trappen of te gaan vissen in oude sloten. Wel had ik de behoefte te uiten dat ik blij was hem weer te ontmoeten, mijn trots uit te spreken over wat hij inmiddels bereikt heeft en hem nog eens een dikke knuffel te geven. En ook daarin zat die wederkerigheid.
In allerlei bladen, boeken, tv-series wordt het allemaal zo groot gemaakt, zo ingewikkeld, zo behangen met rituelen en therapiegroepjes… gelardeerd met orakelende uitspraken en voorzien van diepzinnige theorieën en levensfilosofieën. Maar het is allemaal niet zo moeilijk… en dus lees ik geen Celestijnse Beloftes en Secrets meer maar probeer me te gedragen naar een aantal eenvoudige levensprincipes die niet gebaseerd zijn op Boeddhisme maar Bahdisme, alle gedrag wat je verafschuwt (bahbah) proberen uit je systeem te gooien. Ofwel, om ook maar effe wat te larderen met een uitspraak: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Gezien de hoeveelheid die ik nog te vertellen heb zal ik in een later blog het Bahdisme nog eens uitgebreid toelichten…
Maar goed, al met al was Oerol niet mijn Oerol dit jaar. Overal was het vreselijk druk, te druk. Dan nog was er wel ruimte voor een wandeling door de duinen waar ik niets of niemand tegenkwam behalve bijtjes, vlinders, vogels en konijnen. Maar steeds opnieuw werd je geconfronteerd met schuifelende mensen die ondanks het prachtige weer en het gevarieerde programma ook enigszins moe en geïrriteerd begonnen te raken over het overvolle festival. Maar er waren vooral ook die bijzondere ontmoetingen zoals bijvoorbeeld met een Canadees meisje op verrassingsbezoek. Ze heeft een tijd meegereisd met een kennis van me en hield, samen met haar familie, een weblog bij over hun wereldreis. Het is heel grappig om dan het gezicht en de stem te zien en horen van degene van wiens verhalen je zo genoten hebt. Ze wist niet dat ik haar weblog had zitten volgen en daarnaast ben ik wel eens in Vancouver geweest waar zij vandaan komt, stof genoeg voor een leuk kampvuurgesprek. Gesprekken kwamen zelden echt op gang en de muziek was ook minder dan gehoopt, maar toch… Ik heb gelachen, gedanst, mensen ontmoet, gedronken, mooie kunst gezien. Dus het was nog steeds de moeite waard en volgend jaar gaan we weer.
Op Oerol volgde eerst een week waarin ik vooral het beeldscherm van mijn labtop zag, telefoonstemmen hoorde en ambtelijke taal las. Het bedrijfje moest startklaar en dus moesten het ondernemersplan af en de brochures klaar, coaches (UWV en reïntegratie) gebeld en centen geteld. Klinkt alsof het saai was, maar het was geweldig leuk om te doen. Plannen komen echt tot leven, evenals websites. Daarna volgde een week waarin ik, met een aangemeten imago van zelfstandig onderneemster, van hot naar her moest. Kamer van Koophandel, Belastingdienst, Bank, Coach, UWV… En hier moet even het ongeluksjurkje ter sprake worden gebracht. Voor de bruiloft van mijn nichtje in mei had ik een prachtig jurkje gekocht. Als kind wilde ik al graag zo’n jurk met uitstaande rok en strak lijfje en dus had ik nu mijn zinnen gezet op dit dure beeldschone witte exemplaar met grote rode bloemen. Helemaal af met rode kraaltjes, witte schoenen en een rood tasje… en ergens in je achterhoof het zinnetje:”Als je haar maar goed zit…” Gek genoeg zit het iedere keer tegen als ik dat jurkje draag. Beginnende ambtenaren, computerstoringen, niet uitgereikte formulieren die achteraf noodzakelijk blijken te zijn en ga zo maar door… Ik moet bijvoorbeeld een tweede keer terug naar de Kamer van Koophandel, maar ben de hele middag druk bezig geweest met de website. Omdat ik geen zin heb me helemaal om te kleden doe ik een riem om mijn bruine flodderjurk, leuk hem op met een kleurrijke ketting en sandalen en schud mijn haar enigszins in een warrig model. Ik pak geen tas in maar graai de benodigde formulieren bij elkaar en rijd met mijn favoriete muziekjes op naar de Kamer van Koophandel. En daar zit ik dan… even wachten. En ik zie mezelf binnenkomen. Opgetut, een gemaakt nonchalante glimlach, werktas en handtas bij en alsof het dagelijks kost is, plaatsnemen om te wachten en wat formulieren in te vullen. Ik wil goedemiddag zeggen maar de vrouw heeft een blik die ik eerder misschien voor arrogant aangezien zou hebben maar nu herken als onzekerheid. Ik zie haar denken, zoals ik eerder die week dacht. “Heb ik alles wel op orde? Ben ik echt zo ver? Gaat het nu echt gebeuren?”en een zweempje van “Oh, shit… kan ik dat wel.” Ik mag naar binnen en regel binnen 5 minuten wat ik eerder die week had willen regelen. Achteraf had ik tegen haar willen zeggen:”Zolang je het op jouw manier doet komt het goed…” Want dat is de les die ik geleerd heb van mijn dure mooie jurkje. Het is een mooi jurkje, maar het geeft me het imago van carrièredame, zakelijkheid en formaliteit. Ik pas beter in mijn bruine flodderjurk met warrig haar en blote voeten in teenslippers. Ik ben geloofwaardiger wanneer ik niet het gevoel heb me aan te moeten passen aan mijn jurkje… ik wil helemaal niet zakelijk en formeel zijn. Ik wil een eigen bureau waarin persoonlijk contact en lol in het werk voorop staan. En wanneer het me weer tegenzit in mijn mooie jurkje bij de belastingdienst en de bank besluit ik dat dit geen jurkje meer is wat ik draag wanneer ik zaken moet doen. Het haalt onderuit wat ik ben in plaats van dat het me benadrukt. Hoe dan ook, vanaf 6 juli ben ik gestart als zelfstandig ondernemer.
In een feeststemming ben ik vervolgens de woensdag daarop met mijn moeder, en een oom en tante, naar de opera Fallstaf in Den Bosch geweest. Alhoewel het een onbekende opera was, met een veel te lang intro, heb ik genoten. Vooral van de entourage. Al die mensen op klapstoeltjes met picknickmanden en verrekijkertjes. Spreeuwen die, massaal in grote zwermen, verward hun toevlucht zoeken op de Sint Jan in plaats van in de bomen. Mam had voor wijn, bier, stokbrood en franse kaasjes gezorgd. Onder een dreigende zwarte lucht hebben we zitten smikkelen en genieten van het spektakel. Ondanks een enkele spikkel water bleef het verder droog en genoot een plein vol ouderen, jongeren, vriendengroepen en nieuwsgierigen van de openlucht opera.
En dan, het volgende feestje. Onlangs ontmoette ik bij mijn nicht een kunstenaar (Rik van Rijswick) die werkelijk prachtige objecten maakt. Ik heb een wachtertje van hem gekocht, een prachtig hoofd van houten blokjes met rubber en een roestvrije stalen vizier. Onder het toeziend en motiverende oog van dit wachtertje zit ik nu in mijn nieuwe werkruimte aan dit blog te werken, een soort reminder dat ik leukere dingen zou gaan doen maar daar dan wel in moet investeren. Rik was ook bezig met een grote draak van staal en zou me uitnodigen voor een expositie bij hem thuis ergens in augustus. Tot mijn blijde verrassing kreeg ik echter eerder een uitnodiging voor het Drakenfeest. Het mythische monster was klaar en dat was reden voor een feestje. Er was twijfel of ik wel zou gaan. Ik kende er niemand, of slechts een enkeling heel vaag, wat nou als het niet leuk was… Toch besloot ik te gaan en naast een paar flesjes Gulden Draak bier voor Rik had ik symbolisch een boek meegenomen om te offeren. Een voornemen om minder over avonturen te lezen en er meer te gaan beleven. Spijt heb ik niet gehad, het werd een feest zoals feesten horen te zijn. Mensen van allerlei soorten, maten en leeftijden. Een varken aan het spit, vuurbakken, hapjes, drank, dans en die immense draak midden op het terrein die groots en indrukwekkend boven ons uittorende. Met zijn klauwen bewaakte hij alle cadeaus, boodschappen en symbolen die de feestgangers aan hem geofferd hadden. Ik heb genoten en gedanst tot zeker 5.00 uur in de morgen. Na een korte diepe slaap in mijn blikken hutje op wielen heb ik ’s morgens nog een bakje koffie gedaan en achtergebleven feestgangers bedankt voor de fijne avond. Mijn voornemen om meer avonturen te beleven was meteen goed, want al was het maar een feestje en al is een wijntje drinken en een dansje doen nog zo gewoon en banaal, het was tegelijkertijd een avontuur tussen als die aardige vreemde mensen die ik een volgende keer kan begroeten en terug kan kijken op iets wat we samen beleefd hebben.
Visites waren er ook. Janny die nog gezellig even langskomt voor ze op vakantie gaat, Hennie die komt eten omdat ze hier, vanuit Frankrijk, op vakantie is, Willem en Daan die sportief op de fiets vanuit Nijmegen een bakje komen doen. Het is zomers gezellig, eten en drinken in de tuin, lekker lang licht, geen haast…
Voor het ene feest moet je meer doen dan voor het andere en dus moest tijdens alle drukte van een bedrijf opstarten en feestjes vieren nog geoefend worden voor de 25 jarige bruiloft van mijn zus. Behalve nadenken over een liedje moest ik een kwart van de nachtwacht schilderen. Een origineel maar hels karwei. Mijn zus wilde graag een schilderij als huwelijkscadeau en zo bedacht mijn andere zus dat we de nachtwacht na konden schilderen en dan onze hoofden door de uitsparingen steken om een liedje te zingen met zijn achttienen. Het was absoluut de moeite waard. Een gigantisch doek van 4 panelen, veel hilariteit om de posities die we achter het doek in moesten nemen en een zus en zwager die dubbel lagen van het lachen. En natuurlijk weer fijn gedanst, gedronken en geouwehoerd.
En dan lees ik een bericht van een vriendin dat haar moeder, toch nog eerder dan verwacht, gestorven is. Wonend in een klein dorp waar iedereen elkaar kent wordt de avondwake druk bezocht. De kerk zit zo vol dat een enkeling moet blijven staan. Het is opnieuw een traditionele mis die me eraan herinnert dat ik toch echt mijn wensen onderhand eens vast moet leggen om te voorkomen dat ik ter aarde besteld wordt in een niet bij me passend jurkje. Voor mijn gevoel klopt wat er verteld wordt niet helemaal met hoe het werkelijk was. Ik ben “blij” er geweest te zijn voor mijn vriendin, maar kan enige kriebel niet voorkomen. Toch is belangrijk mee te kunnen leven, het hele gebeuren om zo’n begrafenis heen vond ik uitputtend. Je golft van de ene emotie in de andere, soms niet wetend of die van jou is of voortkomt uit het verdriet wat je ziet bij de achtergebleven echtgenoot, of je broers en zussen. Sommige momenten zijn mooi zoals het ophalen van de herinneringen, anderen zijn pijnlijk zoals over de doden niets dan goeds. En natuurlijk gebeurt het steeds vaker. Onze ouders beginnen ons te ontvallen, je wordt je steeds bewuster van de kortheid van het leven.
Opnieuw ontvang ik een uitnodiging van Rik, dit keer om te komen kijken hoe de gigantische draak op een sokkel geplaatst wordt op de rotonde in Beesel. Het is een heel gebeuren, met twee diepladers en twee kranen. Maar alles gaat vlekkeloos en in no time staat de Draak. Hoe lang hij daar blijft is nog niet bekend, het kan lang maar ook kort zijn… maar hij staat er voorlopig nog.
Ook mijn leven wordt trouwens steeds korter naarmate ik ouder wordt, voorlopig ben ik van plan nog wel effe te blijven. Dat is het volgende feestje. Ik word 44. Ik trakteer bij mam in de tuin op taart, want dan is toch iedereen die niet op vakantie is bij elkaar en op de dag zelf komt mam nog even langs. Ze wil eigenlijk nooit iets drinken en na het overhandigen van de zoenen, de bloemen en een fles wijn stort ze zich op mijn tuin en schoffelt het onkruid weg zodat ik ’s avonds vrienden kan ontvangen voor een barbecue met een tuin die op orde is.
Het wordt een gezellige avond. Het zoontje van een vriendin werpt zich op als volleerd kok en draait ons vlees en vis om en om. Vrienden die wel van elkaar gehoord hebben maar elkaar nog nooit ontmoet wisselen gezamenlijke kennissen en weetjes uit. De regen die de hele middag gevallen is besluit ermee op te houden op het moment dat wij gaan beginnen en regelmatig duikt spontaan iemand de keuken in om af te wassen, op te ruimen of bij te schenken. Ik geniet ervan wanneer mensen zich zo thuis voelen dat ze hun gang gaan. Daarnaast is het ook wel grappig om met zijn tweeën op je knieën voor de magnetron te liggen om uit te vinden hoe je ijs ontdooit. Een van mijn vriendinnen die nog nooit bij mij geweest is (vreemd genoeg zitten we altijd bij haar) biedt spontaan een bureau aan voor mijn nieuwe werkruimte als ik haar laat zien wat ik met de bovenverdieping van plan ben. Van andere vrienden krijg ik een gigantische bol touw die ik ga gebruiken om eindelijk de trap te bekleden. Het wordt een gezellig en niet al te laat feestje.
De cadeaus en ideeën inspireren me zo dat ik de dag na mijn verjaardag direct aan de slag ga. Ik breek mijn slaappodium af, tex kamers, verwijder en verplaats schilderijen en foto’s en sjouw me een breuk aan kastjes en bedden. Maar in 3 dagen is het zover dat alles staat waar het moet staan en er spullen opgehaald kunnen worden. En dus haal ik donderdag het loodzware Memphisdesignbureau op, compleet met losse wandplanken. Ik krijg het voor een schijntje en ben ze zeer dankbaar daarvoor.
Ik ben niet van de Ikea… ik geniet niet van de overzichtelijke indeling, het alles in één concept en de zelfbedieningsmodule die Ikea tot Ikea maakt. Gelukkig is daar dan Naatje, mijn ondersteunende begeleidster wanneer ik vrijdag naar Ikea moet. Ons goede plan om erg vroeg te gaan leidt ertoe dat we tot 10.00 uur gratis koffie moeten drinken in het restaurant waar complete families en bouwvakkers zich geïnstalleerd hebben voor een ontbijt van één euro. Alsof het een pretpark is staan mensen in de rij voor de roodwitte ketting die pas verwijderd wordt wanneer het 10.00 uur is. Gelukkig zijn we goed voorbereid en kunnen efficiënt in een half uur alle spullen halen die we nodig hebben en nog iets afhandelen bij de klantenservice. ’s Middags krijg ik hulp bij het naar bovensjouwen van het bureau en ik verbaas me de hele week al regelmatig over hoe sterk ik soms ben. Complete pallets heb ik naar beneden gesjouwd, planken naar boven en kasten van links naar rechts. Na de hele dag worstelen met bureaus, planken, kasten en Ikea-systemen ben ik ’s avonds moe maar voldaan. En nog voor ik naar mijn volgende feest vertrek heb ik mijn eigen werkruimte, met uitzicht op het veld voor de deur, het speeltuintje en de drukke straat waar de hele dag van alles gebeurt. De zon komt pas eind van de middag en dus is het er overdag lekker koel. Ik slaap nu aan de achterkant waar ik ’s morgens vogeltjes hoor in plaats van brommers en waar het stukken koeler is in de zomer. Of het komt door al het sjouwen en feesten of gewoon door de ligging en de rust van de kamer… ik lig eerder in bed dan voorheen.
Op dinsdagmiddag is het tijd voor een verjaardagsfeestje waar het gonst van de wespen. Ik weet dat ik allergisch ben maar omdat het zo lang geleden is dat ik zo heftig reageerde neem ik het niet meer zo serieus. Ik dacht altijd dat het wel meeviel. Nou, dat viel het dus niet. Ik raak een wesp, ik word nog niet eens gestoken, slechts een kleine botsing tegen mijn hand. Aangezien ik niet benauwd wordt of opzwel besluit ik een pil te pakken in plaats van mijn Epipen. Alles lijkt goed te gaan maar tegen de avond is mijn hand en arm wel erg dik. Overleg met de huisartsenpost en met azijn, azaron en icepacks probeer ik de avond door te komen. En dan slaat toch de paniek toe als ik op tijd naar bed wil. Morgen vertrek ik naar het Landjuweelfestival op Ruigoord… mijn arm is nog twee keer zo dik geworden en mocht ik alsnog in shock raken dan overleef ik de nacht niet. Mijn zus adviseert me toch naar de huisartsenpost te rijden en ware het niet dat ze gedronken had, dan kwam ze me ophalen om mee te gaan. Maar dan is daar natuurlijk Naatje… lieve trouwe solide nuchtere Naatje. Ze haalt me op, houdt me kalm en zet me thuis weer af. Dat allemaal rond middernacht. Omdat ik twee allergiepillen gehad heb hoef ik geen Pretnizon… wel zal ik er nog last van hebben de komende dagen.
Niet uit het veld te slaan (het paardenveldje wel te verstaan) leef ik de volgende dag nog en rijd ik met icepacks op mijn hand en arm naar Amsterdam, zet twee tenten op in de paardenwei. Een grote waarin ik slaap en waar we eventueel kunnen zitten en eten als het regent, en een slaaptentje voor Hennie die donderdags arriveert. Het is geweldig. Het weer is prachtig, leuke buren waaronder twee broertjes uit Den Bosch, de muziek is goed, de sfeer super. Ik constateer met enige verbazing dat ik in deze hoek van Nederland inmiddels meer kennissen en vrienden heb dan in mijn eigen woonplaats. Er wordt regelmatig gezoend, omhelsd en geknuffeld… ondanks instructies tegen de Mexicaanse Griep. Het is ook wel bijzonder om een keer een paar dagen met Hennie op te trekken. Normaal vliegt ze even binnen om samen te eten en een paar uurtjes bij te kletsen maar net wanneer je op gang komt moet ze altijd weer weg naar de volgende afspraak. Logisch omdat ze meestal maar kort in Nederland is. Maar omdat ze nu op een huis past in Amsterdam kan ze mee en hebben we eindelijk eens tijd om door te kletsen, te lachen, rond te hangen, samen te koken en steeds de draad van het gesprek weer op te pakken. Af en toe is het ook vermoeiend, we zijn allebei afwisselend erg druk en erg stil en die momenten lopen niet altijd synchroon. Wanneer ik nog wakker moet worden is Hennie al fit als een hoentje bezig met het ontbijt. En als ik ’s avonds nog honderdduizend mensen de revue laat passeren compleet met doopceel, goede en slechte eigenschappen, zit Hennie beleefd te knikkebollen. Gelukkig is Hennie geen hangtype wat zich afhankelijk opstelt. En wanneer zaterdag dan eindelijk, na zorgelijke berichten, onbeantwoorde voicemailberichten en smsjes Ed uiteindelijk toch nog arriveert raken we elkaar een avondje uit het oog.

Ed en ik zien elkaar een paar keer per jaar, op bijvoorbeeld Oerol en Landjuweel. Oerol moest hij helaas missen omdat hij ziek was, helaas... Ed heeft me vorig jaar ervan overtuigd dat ik naar Landjuweel moest komen dat jaar, ondanks dat ik aankondigde alleen maar te kunnen praten over mijn afscheid van het werk. Hij heeft aldoor naar me geluisterd en genoten van mijn verhalen. Nu was het andersom. Ed had van alles te vertellen, maar een korte toelichting op zijn huidige staat van zijn volstond en zijn behoefte was vooral lol maken, even vergeten wat er allemaal tegenzit. En lol maken kunnen wij samen uitstekend. Vanaf dat we elkaar ontmoeten tot aan het afscheid hebben we een soort humor en uitstraling die een positief effect heeft op mensen om ons heen. Behalve dat kunnen we uren lullen over (on)interessante zaken. Voor degenen die Allstars kennen, we hebben een soort Eredivisievriendschap.
Ed is dronken, op een leuke manier. Wanneer we ergens heen lopen weet hij precies de weg maar zodra zijn benen in beweging komen gaan ze naar links in plaats van rechtdoor. Effect is dat we steeds net ergens anders belanden dan oorspronkelijk gepland wat tot aangename ontdekkingen en verrassende ontmoetingen leidt. Ed maakt kennis met mijn vrienden en kennissen die hij nog niet kent en nergens blijven we erg lang hangen omdat we het zo druk hebben met drukte maken. Het wordt ondertussen licht en hebben nog steeds het gevoel dat we niet klaar zijn met het feest. Om een uur of zes ’s morgens komen we uit bij de housebus waar allerlei pretpillen en lollijntjes te verkrijgen zijn. Ik ben daar niet van en ga voor een boterham pindakaas omdat ik barst van de honger. Daar kan niemand mij aan helpen, wel krijg ik een pakketje koude makreel. Terwijl ik vis sta te peuzelen worden er om mij heen pillen gepopt en staat iedereen te tandenknarsen van de drugs. Ik kan me er wel mee amuseren, de euforische helemaal uit hun dak gaande bende komt inmiddels op me over als een meute mechanisch hopsende moderne hippies met een vastgepakte glimlach… ze vermaken zich prima. Ik ook, maar als een jongen die er uitziet als 16 me zijn liefde verklaart en mijn tegenargumenten om niet te gaan zoenen (ik kan zou zijn moeder kunnen zijn) van tafel wil vegen door zijn rijbewijs te laten zien om aan te tonen dat hij 25 is, vind ik tijd om te gaan slapen. Om 7.30 uur rol ik in mijn bedje en om 8.00 uur weer eruit omdat het veel te heet is in de tent. Na een nacht zonder slaap (wat iets anders is dan een slapeloze nacht) besluiten we de grote tent vast af te breken zodat ik maandagochtend niet al te veel hoef te sjouwen, Hennie gaat die avond naar huis.
En ook nu komt er slecht nieuws, een ernstig zieke vriend van Hennie blijkt al overleden te zijn. Het is onwezenlijk om tijdens een feest vol muziek, drank, dans, kunst, cultuur, vrolijke mensen… zo’n boodschap te krijgen en te verwerken. Er vallen regelmatig stiltes in een poging te bevatten dat het al afgelopen is. Hennie besluit eerder die middag te gaan in plaats van met de laatste bus… Ed ben ik ’s morgens ergens verloren en die laat weten dat hij veilig thuis is en niet meer terugkomt naar het feest. En opeens ben ik even een beetje ontheemd. Maar al snel laat ik me weer leiden door de sfeer, de zon en de muziek. Ik geniet nog een avond, dans me in het zweet, krijg spierpijn in mijn enkels en laat de alcohol achterwege. Maar ik geniet zo en realiseer me dat ik het zo leuk heb, me zo goed kan vermaken, dat ik niet anders kan constateren dat ik verliefd ben… op mezelf. Ondanks af en toe een naar moment toch een goed gevoel. Een prachtige zomer.
Laten we beginnen met Oerol. Ik zou er kort over kunnen zijn en zeggen dat het een beetje tegenviel, maar omdat er toch wel wat bijzondere hoogte en dieptepunten waren zal ik er over uitweiden. Zoals elk jaar hadden we “ons” groepsveld gehuurd bij Staatsbosbeheer en de eerste schok was de vernieuwde velden en de nieuwe sanitaire units. Ik ben op het moment vooral van het verminderen en werd geconfronteerd met een vermeerdering. Meer gras, meer open vlakte, meer douches en toiletten… zelfs meer licht midden in de nacht en meer, veel meer mensen. Over het algemeen geldt het gezegde: “Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.” Maar in dit geval was het eerder:”Hoe meer zielen, hoe minder deugd.” Door communicatiemisverstanden en individuen die hun eigen plan trokken op een te groot “groepsveld” lukte het niet om de sfeer te krijgen waar we eigenlijk voor kwamen. Er was geen “samenzijn”, geen intimiteit en saamhorigheid. Het was vooral gehakketak, irritaties tussen groepjes in groepjes en steeds weer kwamen er nieuwe mensen bij via de enclave die zich gevormd had. Overigens waren niet al die nieuwe mensen van het type groot ego en klein inlevingsvermogen, er waren wel degelijk superattente en behulpzame mensen bij. Maar met het merendeel wat zich toegevoegd had aan ons veld was geen contact, weinig initiatief om de gezamenlijke zaken op orde te houden (vuur, hout, schoon sanitair etc.).
Aan het eind van de week kreeg ik, overigens mede op eigen initiatief, de taak toebedeeld het probleem van teveel ongenode gasten op te lossen met degene die daarvoor verantwoordelijk was. Praktisch gezien was er niemand anders die dit kon doen en ook emotioneel waren de aangewezen personen even niet beschikbaar omdat zij andere belangrijkere zaken te verhapstukken hadden, waarover straks meer…
Direct had ik profijt van de lessen van ZH De Dalai Lama. Iedereen probeert op zijn of haar manier gelukkig te zijn . En dus ben ik onversaagd en kalm het gesprek aangegaan. Er waren terechte en onterechte verwijten over en weer, zondebokken en zwarte schapen, 10 waarheden en niet minder leugens… maar uiteindelijk werd het probleem naar tevredenheid opgelost. Ik ben niet te beïnvloeden door tranen, stampvoeterij en stroopsmeren. En tijdens het hele gesprek merkte ik dat het me lukte bij ons (ik sprak namens de groep) standpunt te blijven, begrip te houden voor de andere kant en het hele verhaal af te sluiten met het aanbieden van een tissue tegen de tranen en een knuffel om de verzekering te geven dat ik niet boos was. Daar was ik best trots op. Voorheen zou ik er een halszaak van gemaakt hebben, te direct zijn geworden en moedwillig iemand op zijn plek gezet hebben. Ik zou dan waarschijnlijk mijn gelijk ook wel gehaald hebben maar het zou dan nog weken doorgesudderd hebben in mijn ziel tot het als een aangebrand stukje op mijn gal zou zijn blijven liggen. Nu lukte het me om, zonder ruzie en cynische opmerkingen, te komen tot een goede afronding. Ik hoorde het mezelf ook zeggen:”Ik weet dat jij het ook gewoon goed wil doen voor iedereen, en dat waardeer ik ook.” Prachtig hoe dat werkt. Het grappige was dat mijn gesprekspartner en ik geen last meer gehad hebben van dit debacle maar dat de anderen veel meer moeite hadden om het los te laten en te kunnen zien dat inmiddels erg hard gewerkt werd om alles in goede banen te leiden en ons onze plek terug te geven. Dat laatste was overigens niet meer echt mogelijk omdat verschillende vrienden inmiddels eerder dan gepland vertrokken waren. Daarnaast kregen we eind van de week een telefoontje dat een 12 jarig vriendje plotseling uit het leven gerukt was, vandaar mijn eerdere opmerking over emotioneel niet beschikbaar zijn. Ik heb een paar jaar geleden een keer met hem gevoetbald op het veldje, maar verder kende ik hem nauwelijks. Veel van de aanwezigen kenden hem wel, evenals zijn ouders. ’s Avonds ontstond een prachtig herdenkingsmoment. Bij de grote kachel plaatsten we een cirkel met onze witte lampenzakjes, spontaan gingen verschillende mensen iets halen om in de cirkel te zetten. Beschermers naar het hiernamaals zoals een engeltje, een boedha, een shiva… er lag een sinaasappel, een bosje bloemen, gekleurde waxinelichtjes… twee van de ongenode maar aardige extra gasten speelden prachtige muziek op gitaar en een hang. En toen was er dat kippenvelmoment: op het eind van het liedje blies een windvlaag een groot gedeelte van de, normaal permanent brandende lichtjes, uit. En daar sta je dan, met aan de ene kant een vreemde en aan de andere kant een vriend. Hand in hand nadenkend over alle facetten die komen kijken bij de dood van een kind. Het verdriet van (groot)ouders, vriendjes, bekenden, klasgenootjes. Een prachtige toekomst die met één klap stilstaat, herinneringen aan eigen momenten van verlies… iedereen verzonken in zijn eigen gedachten. Je hoort de snikken, het diepe zuchten, het stille schuifelen. En je voelt de verwondering en misschien ook wel wat ergernis dat er eerst zoiets verschrikkelijks moest gebeuren om de groep enigszins met elkaar te verbinden. En toch zijn dat onvergetelijke momenten…
Een ander onvergetelijk moment was mijn weerzien met een oude vriend. 25 jaar op en af, de ene periode wat intensiever dan de andere, maar nu was het wel erg lang geleden dat we elkaar gesproken hadden. Enigszins gebrouilleerd, echt ruzie hebben we nooit. En opeens stond hij daar… op de dijk langs het dansstrand. Het was één van de warmste en langste omhelzingen die ik ooit gehad heb. En het deed ons beiden goed. En ook nu merkte ik achteraf dat ik toch ergens aan het veranderen ben. Wat het precies is weet ik niet. Of het nu komt door het ouder worden, het nemen van een levensveranderende beslissing zoals een punt achter mijn carrière, of door de lessen van ZH De Dalai Lama en de dagelijkse uitspraak op de Happinezkalender… ergens doe ik iets anders dan anders. Ik had geen behoefte om iets op te rakelen, na de trappen of te gaan vissen in oude sloten. Wel had ik de behoefte te uiten dat ik blij was hem weer te ontmoeten, mijn trots uit te spreken over wat hij inmiddels bereikt heeft en hem nog eens een dikke knuffel te geven. En ook daarin zat die wederkerigheid.
In allerlei bladen, boeken, tv-series wordt het allemaal zo groot gemaakt, zo ingewikkeld, zo behangen met rituelen en therapiegroepjes… gelardeerd met orakelende uitspraken en voorzien van diepzinnige theorieën en levensfilosofieën. Maar het is allemaal niet zo moeilijk… en dus lees ik geen Celestijnse Beloftes en Secrets meer maar probeer me te gedragen naar een aantal eenvoudige levensprincipes die niet gebaseerd zijn op Boeddhisme maar Bahdisme, alle gedrag wat je verafschuwt (bahbah) proberen uit je systeem te gooien. Ofwel, om ook maar effe wat te larderen met een uitspraak: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Gezien de hoeveelheid die ik nog te vertellen heb zal ik in een later blog het Bahdisme nog eens uitgebreid toelichten…
Maar goed, al met al was Oerol niet mijn Oerol dit jaar. Overal was het vreselijk druk, te druk. Dan nog was er wel ruimte voor een wandeling door de duinen waar ik niets of niemand tegenkwam behalve bijtjes, vlinders, vogels en konijnen. Maar steeds opnieuw werd je geconfronteerd met schuifelende mensen die ondanks het prachtige weer en het gevarieerde programma ook enigszins moe en geïrriteerd begonnen te raken over het overvolle festival. Maar er waren vooral ook die bijzondere ontmoetingen zoals bijvoorbeeld met een Canadees meisje op verrassingsbezoek. Ze heeft een tijd meegereisd met een kennis van me en hield, samen met haar familie, een weblog bij over hun wereldreis. Het is heel grappig om dan het gezicht en de stem te zien en horen van degene van wiens verhalen je zo genoten hebt. Ze wist niet dat ik haar weblog had zitten volgen en daarnaast ben ik wel eens in Vancouver geweest waar zij vandaan komt, stof genoeg voor een leuk kampvuurgesprek. Gesprekken kwamen zelden echt op gang en de muziek was ook minder dan gehoopt, maar toch… Ik heb gelachen, gedanst, mensen ontmoet, gedronken, mooie kunst gezien. Dus het was nog steeds de moeite waard en volgend jaar gaan we weer.
Op Oerol volgde eerst een week waarin ik vooral het beeldscherm van mijn labtop zag, telefoonstemmen hoorde en ambtelijke taal las. Het bedrijfje moest startklaar en dus moesten het ondernemersplan af en de brochures klaar, coaches (UWV en reïntegratie) gebeld en centen geteld. Klinkt alsof het saai was, maar het was geweldig leuk om te doen. Plannen komen echt tot leven, evenals websites. Daarna volgde een week waarin ik, met een aangemeten imago van zelfstandig onderneemster, van hot naar her moest. Kamer van Koophandel, Belastingdienst, Bank, Coach, UWV… En hier moet even het ongeluksjurkje ter sprake worden gebracht. Voor de bruiloft van mijn nichtje in mei had ik een prachtig jurkje gekocht. Als kind wilde ik al graag zo’n jurk met uitstaande rok en strak lijfje en dus had ik nu mijn zinnen gezet op dit dure beeldschone witte exemplaar met grote rode bloemen. Helemaal af met rode kraaltjes, witte schoenen en een rood tasje… en ergens in je achterhoof het zinnetje:”Als je haar maar goed zit…” Gek genoeg zit het iedere keer tegen als ik dat jurkje draag. Beginnende ambtenaren, computerstoringen, niet uitgereikte formulieren die achteraf noodzakelijk blijken te zijn en ga zo maar door… Ik moet bijvoorbeeld een tweede keer terug naar de Kamer van Koophandel, maar ben de hele middag druk bezig geweest met de website. Omdat ik geen zin heb me helemaal om te kleden doe ik een riem om mijn bruine flodderjurk, leuk hem op met een kleurrijke ketting en sandalen en schud mijn haar enigszins in een warrig model. Ik pak geen tas in maar graai de benodigde formulieren bij elkaar en rijd met mijn favoriete muziekjes op naar de Kamer van Koophandel. En daar zit ik dan… even wachten. En ik zie mezelf binnenkomen. Opgetut, een gemaakt nonchalante glimlach, werktas en handtas bij en alsof het dagelijks kost is, plaatsnemen om te wachten en wat formulieren in te vullen. Ik wil goedemiddag zeggen maar de vrouw heeft een blik die ik eerder misschien voor arrogant aangezien zou hebben maar nu herken als onzekerheid. Ik zie haar denken, zoals ik eerder die week dacht. “Heb ik alles wel op orde? Ben ik echt zo ver? Gaat het nu echt gebeuren?”en een zweempje van “Oh, shit… kan ik dat wel.” Ik mag naar binnen en regel binnen 5 minuten wat ik eerder die week had willen regelen. Achteraf had ik tegen haar willen zeggen:”Zolang je het op jouw manier doet komt het goed…” Want dat is de les die ik geleerd heb van mijn dure mooie jurkje. Het is een mooi jurkje, maar het geeft me het imago van carrièredame, zakelijkheid en formaliteit. Ik pas beter in mijn bruine flodderjurk met warrig haar en blote voeten in teenslippers. Ik ben geloofwaardiger wanneer ik niet het gevoel heb me aan te moeten passen aan mijn jurkje… ik wil helemaal niet zakelijk en formeel zijn. Ik wil een eigen bureau waarin persoonlijk contact en lol in het werk voorop staan. En wanneer het me weer tegenzit in mijn mooie jurkje bij de belastingdienst en de bank besluit ik dat dit geen jurkje meer is wat ik draag wanneer ik zaken moet doen. Het haalt onderuit wat ik ben in plaats van dat het me benadrukt. Hoe dan ook, vanaf 6 juli ben ik gestart als zelfstandig ondernemer.
In een feeststemming ben ik vervolgens de woensdag daarop met mijn moeder, en een oom en tante, naar de opera Fallstaf in Den Bosch geweest. Alhoewel het een onbekende opera was, met een veel te lang intro, heb ik genoten. Vooral van de entourage. Al die mensen op klapstoeltjes met picknickmanden en verrekijkertjes. Spreeuwen die, massaal in grote zwermen, verward hun toevlucht zoeken op de Sint Jan in plaats van in de bomen. Mam had voor wijn, bier, stokbrood en franse kaasjes gezorgd. Onder een dreigende zwarte lucht hebben we zitten smikkelen en genieten van het spektakel. Ondanks een enkele spikkel water bleef het verder droog en genoot een plein vol ouderen, jongeren, vriendengroepen en nieuwsgierigen van de openlucht opera.
En dan, het volgende feestje. Onlangs ontmoette ik bij mijn nicht een kunstenaar (Rik van Rijswick) die werkelijk prachtige objecten maakt. Ik heb een wachtertje van hem gekocht, een prachtig hoofd van houten blokjes met rubber en een roestvrije stalen vizier. Onder het toeziend en motiverende oog van dit wachtertje zit ik nu in mijn nieuwe werkruimte aan dit blog te werken, een soort reminder dat ik leukere dingen zou gaan doen maar daar dan wel in moet investeren. Rik was ook bezig met een grote draak van staal en zou me uitnodigen voor een expositie bij hem thuis ergens in augustus. Tot mijn blijde verrassing kreeg ik echter eerder een uitnodiging voor het Drakenfeest. Het mythische monster was klaar en dat was reden voor een feestje. Er was twijfel of ik wel zou gaan. Ik kende er niemand, of slechts een enkeling heel vaag, wat nou als het niet leuk was… Toch besloot ik te gaan en naast een paar flesjes Gulden Draak bier voor Rik had ik symbolisch een boek meegenomen om te offeren. Een voornemen om minder over avonturen te lezen en er meer te gaan beleven. Spijt heb ik niet gehad, het werd een feest zoals feesten horen te zijn. Mensen van allerlei soorten, maten en leeftijden. Een varken aan het spit, vuurbakken, hapjes, drank, dans en die immense draak midden op het terrein die groots en indrukwekkend boven ons uittorende. Met zijn klauwen bewaakte hij alle cadeaus, boodschappen en symbolen die de feestgangers aan hem geofferd hadden. Ik heb genoten en gedanst tot zeker 5.00 uur in de morgen. Na een korte diepe slaap in mijn blikken hutje op wielen heb ik ’s morgens nog een bakje koffie gedaan en achtergebleven feestgangers bedankt voor de fijne avond. Mijn voornemen om meer avonturen te beleven was meteen goed, want al was het maar een feestje en al is een wijntje drinken en een dansje doen nog zo gewoon en banaal, het was tegelijkertijd een avontuur tussen als die aardige vreemde mensen die ik een volgende keer kan begroeten en terug kan kijken op iets wat we samen beleefd hebben.
Visites waren er ook. Janny die nog gezellig even langskomt voor ze op vakantie gaat, Hennie die komt eten omdat ze hier, vanuit Frankrijk, op vakantie is, Willem en Daan die sportief op de fiets vanuit Nijmegen een bakje komen doen. Het is zomers gezellig, eten en drinken in de tuin, lekker lang licht, geen haast…
Voor het ene feest moet je meer doen dan voor het andere en dus moest tijdens alle drukte van een bedrijf opstarten en feestjes vieren nog geoefend worden voor de 25 jarige bruiloft van mijn zus. Behalve nadenken over een liedje moest ik een kwart van de nachtwacht schilderen. Een origineel maar hels karwei. Mijn zus wilde graag een schilderij als huwelijkscadeau en zo bedacht mijn andere zus dat we de nachtwacht na konden schilderen en dan onze hoofden door de uitsparingen steken om een liedje te zingen met zijn achttienen. Het was absoluut de moeite waard. Een gigantisch doek van 4 panelen, veel hilariteit om de posities die we achter het doek in moesten nemen en een zus en zwager die dubbel lagen van het lachen. En natuurlijk weer fijn gedanst, gedronken en geouwehoerd.
En dan lees ik een bericht van een vriendin dat haar moeder, toch nog eerder dan verwacht, gestorven is. Wonend in een klein dorp waar iedereen elkaar kent wordt de avondwake druk bezocht. De kerk zit zo vol dat een enkeling moet blijven staan. Het is opnieuw een traditionele mis die me eraan herinnert dat ik toch echt mijn wensen onderhand eens vast moet leggen om te voorkomen dat ik ter aarde besteld wordt in een niet bij me passend jurkje. Voor mijn gevoel klopt wat er verteld wordt niet helemaal met hoe het werkelijk was. Ik ben “blij” er geweest te zijn voor mijn vriendin, maar kan enige kriebel niet voorkomen. Toch is belangrijk mee te kunnen leven, het hele gebeuren om zo’n begrafenis heen vond ik uitputtend. Je golft van de ene emotie in de andere, soms niet wetend of die van jou is of voortkomt uit het verdriet wat je ziet bij de achtergebleven echtgenoot, of je broers en zussen. Sommige momenten zijn mooi zoals het ophalen van de herinneringen, anderen zijn pijnlijk zoals over de doden niets dan goeds. En natuurlijk gebeurt het steeds vaker. Onze ouders beginnen ons te ontvallen, je wordt je steeds bewuster van de kortheid van het leven.
Opnieuw ontvang ik een uitnodiging van Rik, dit keer om te komen kijken hoe de gigantische draak op een sokkel geplaatst wordt op de rotonde in Beesel. Het is een heel gebeuren, met twee diepladers en twee kranen. Maar alles gaat vlekkeloos en in no time staat de Draak. Hoe lang hij daar blijft is nog niet bekend, het kan lang maar ook kort zijn… maar hij staat er voorlopig nog.
Ook mijn leven wordt trouwens steeds korter naarmate ik ouder wordt, voorlopig ben ik van plan nog wel effe te blijven. Dat is het volgende feestje. Ik word 44. Ik trakteer bij mam in de tuin op taart, want dan is toch iedereen die niet op vakantie is bij elkaar en op de dag zelf komt mam nog even langs. Ze wil eigenlijk nooit iets drinken en na het overhandigen van de zoenen, de bloemen en een fles wijn stort ze zich op mijn tuin en schoffelt het onkruid weg zodat ik ’s avonds vrienden kan ontvangen voor een barbecue met een tuin die op orde is.
Het wordt een gezellige avond. Het zoontje van een vriendin werpt zich op als volleerd kok en draait ons vlees en vis om en om. Vrienden die wel van elkaar gehoord hebben maar elkaar nog nooit ontmoet wisselen gezamenlijke kennissen en weetjes uit. De regen die de hele middag gevallen is besluit ermee op te houden op het moment dat wij gaan beginnen en regelmatig duikt spontaan iemand de keuken in om af te wassen, op te ruimen of bij te schenken. Ik geniet ervan wanneer mensen zich zo thuis voelen dat ze hun gang gaan. Daarnaast is het ook wel grappig om met zijn tweeën op je knieën voor de magnetron te liggen om uit te vinden hoe je ijs ontdooit. Een van mijn vriendinnen die nog nooit bij mij geweest is (vreemd genoeg zitten we altijd bij haar) biedt spontaan een bureau aan voor mijn nieuwe werkruimte als ik haar laat zien wat ik met de bovenverdieping van plan ben. Van andere vrienden krijg ik een gigantische bol touw die ik ga gebruiken om eindelijk de trap te bekleden. Het wordt een gezellig en niet al te laat feestje.
De cadeaus en ideeën inspireren me zo dat ik de dag na mijn verjaardag direct aan de slag ga. Ik breek mijn slaappodium af, tex kamers, verwijder en verplaats schilderijen en foto’s en sjouw me een breuk aan kastjes en bedden. Maar in 3 dagen is het zover dat alles staat waar het moet staan en er spullen opgehaald kunnen worden. En dus haal ik donderdag het loodzware Memphisdesignbureau op, compleet met losse wandplanken. Ik krijg het voor een schijntje en ben ze zeer dankbaar daarvoor.
Ik ben niet van de Ikea… ik geniet niet van de overzichtelijke indeling, het alles in één concept en de zelfbedieningsmodule die Ikea tot Ikea maakt. Gelukkig is daar dan Naatje, mijn ondersteunende begeleidster wanneer ik vrijdag naar Ikea moet. Ons goede plan om erg vroeg te gaan leidt ertoe dat we tot 10.00 uur gratis koffie moeten drinken in het restaurant waar complete families en bouwvakkers zich geïnstalleerd hebben voor een ontbijt van één euro. Alsof het een pretpark is staan mensen in de rij voor de roodwitte ketting die pas verwijderd wordt wanneer het 10.00 uur is. Gelukkig zijn we goed voorbereid en kunnen efficiënt in een half uur alle spullen halen die we nodig hebben en nog iets afhandelen bij de klantenservice. ’s Middags krijg ik hulp bij het naar bovensjouwen van het bureau en ik verbaas me de hele week al regelmatig over hoe sterk ik soms ben. Complete pallets heb ik naar beneden gesjouwd, planken naar boven en kasten van links naar rechts. Na de hele dag worstelen met bureaus, planken, kasten en Ikea-systemen ben ik ’s avonds moe maar voldaan. En nog voor ik naar mijn volgende feest vertrek heb ik mijn eigen werkruimte, met uitzicht op het veld voor de deur, het speeltuintje en de drukke straat waar de hele dag van alles gebeurt. De zon komt pas eind van de middag en dus is het er overdag lekker koel. Ik slaap nu aan de achterkant waar ik ’s morgens vogeltjes hoor in plaats van brommers en waar het stukken koeler is in de zomer. Of het komt door al het sjouwen en feesten of gewoon door de ligging en de rust van de kamer… ik lig eerder in bed dan voorheen.
Op dinsdagmiddag is het tijd voor een verjaardagsfeestje waar het gonst van de wespen. Ik weet dat ik allergisch ben maar omdat het zo lang geleden is dat ik zo heftig reageerde neem ik het niet meer zo serieus. Ik dacht altijd dat het wel meeviel. Nou, dat viel het dus niet. Ik raak een wesp, ik word nog niet eens gestoken, slechts een kleine botsing tegen mijn hand. Aangezien ik niet benauwd wordt of opzwel besluit ik een pil te pakken in plaats van mijn Epipen. Alles lijkt goed te gaan maar tegen de avond is mijn hand en arm wel erg dik. Overleg met de huisartsenpost en met azijn, azaron en icepacks probeer ik de avond door te komen. En dan slaat toch de paniek toe als ik op tijd naar bed wil. Morgen vertrek ik naar het Landjuweelfestival op Ruigoord… mijn arm is nog twee keer zo dik geworden en mocht ik alsnog in shock raken dan overleef ik de nacht niet. Mijn zus adviseert me toch naar de huisartsenpost te rijden en ware het niet dat ze gedronken had, dan kwam ze me ophalen om mee te gaan. Maar dan is daar natuurlijk Naatje… lieve trouwe solide nuchtere Naatje. Ze haalt me op, houdt me kalm en zet me thuis weer af. Dat allemaal rond middernacht. Omdat ik twee allergiepillen gehad heb hoef ik geen Pretnizon… wel zal ik er nog last van hebben de komende dagen.
Niet uit het veld te slaan (het paardenveldje wel te verstaan) leef ik de volgende dag nog en rijd ik met icepacks op mijn hand en arm naar Amsterdam, zet twee tenten op in de paardenwei. Een grote waarin ik slaap en waar we eventueel kunnen zitten en eten als het regent, en een slaaptentje voor Hennie die donderdags arriveert. Het is geweldig. Het weer is prachtig, leuke buren waaronder twee broertjes uit Den Bosch, de muziek is goed, de sfeer super. Ik constateer met enige verbazing dat ik in deze hoek van Nederland inmiddels meer kennissen en vrienden heb dan in mijn eigen woonplaats. Er wordt regelmatig gezoend, omhelsd en geknuffeld… ondanks instructies tegen de Mexicaanse Griep. Het is ook wel bijzonder om een keer een paar dagen met Hennie op te trekken. Normaal vliegt ze even binnen om samen te eten en een paar uurtjes bij te kletsen maar net wanneer je op gang komt moet ze altijd weer weg naar de volgende afspraak. Logisch omdat ze meestal maar kort in Nederland is. Maar omdat ze nu op een huis past in Amsterdam kan ze mee en hebben we eindelijk eens tijd om door te kletsen, te lachen, rond te hangen, samen te koken en steeds de draad van het gesprek weer op te pakken. Af en toe is het ook vermoeiend, we zijn allebei afwisselend erg druk en erg stil en die momenten lopen niet altijd synchroon. Wanneer ik nog wakker moet worden is Hennie al fit als een hoentje bezig met het ontbijt. En als ik ’s avonds nog honderdduizend mensen de revue laat passeren compleet met doopceel, goede en slechte eigenschappen, zit Hennie beleefd te knikkebollen. Gelukkig is Hennie geen hangtype wat zich afhankelijk opstelt. En wanneer zaterdag dan eindelijk, na zorgelijke berichten, onbeantwoorde voicemailberichten en smsjes Ed uiteindelijk toch nog arriveert raken we elkaar een avondje uit het oog.
Ed en ik zien elkaar een paar keer per jaar, op bijvoorbeeld Oerol en Landjuweel. Oerol moest hij helaas missen omdat hij ziek was, helaas... Ed heeft me vorig jaar ervan overtuigd dat ik naar Landjuweel moest komen dat jaar, ondanks dat ik aankondigde alleen maar te kunnen praten over mijn afscheid van het werk. Hij heeft aldoor naar me geluisterd en genoten van mijn verhalen. Nu was het andersom. Ed had van alles te vertellen, maar een korte toelichting op zijn huidige staat van zijn volstond en zijn behoefte was vooral lol maken, even vergeten wat er allemaal tegenzit. En lol maken kunnen wij samen uitstekend. Vanaf dat we elkaar ontmoeten tot aan het afscheid hebben we een soort humor en uitstraling die een positief effect heeft op mensen om ons heen. Behalve dat kunnen we uren lullen over (on)interessante zaken. Voor degenen die Allstars kennen, we hebben een soort Eredivisievriendschap.
Ed is dronken, op een leuke manier. Wanneer we ergens heen lopen weet hij precies de weg maar zodra zijn benen in beweging komen gaan ze naar links in plaats van rechtdoor. Effect is dat we steeds net ergens anders belanden dan oorspronkelijk gepland wat tot aangename ontdekkingen en verrassende ontmoetingen leidt. Ed maakt kennis met mijn vrienden en kennissen die hij nog niet kent en nergens blijven we erg lang hangen omdat we het zo druk hebben met drukte maken. Het wordt ondertussen licht en hebben nog steeds het gevoel dat we niet klaar zijn met het feest. Om een uur of zes ’s morgens komen we uit bij de housebus waar allerlei pretpillen en lollijntjes te verkrijgen zijn. Ik ben daar niet van en ga voor een boterham pindakaas omdat ik barst van de honger. Daar kan niemand mij aan helpen, wel krijg ik een pakketje koude makreel. Terwijl ik vis sta te peuzelen worden er om mij heen pillen gepopt en staat iedereen te tandenknarsen van de drugs. Ik kan me er wel mee amuseren, de euforische helemaal uit hun dak gaande bende komt inmiddels op me over als een meute mechanisch hopsende moderne hippies met een vastgepakte glimlach… ze vermaken zich prima. Ik ook, maar als een jongen die er uitziet als 16 me zijn liefde verklaart en mijn tegenargumenten om niet te gaan zoenen (ik kan zou zijn moeder kunnen zijn) van tafel wil vegen door zijn rijbewijs te laten zien om aan te tonen dat hij 25 is, vind ik tijd om te gaan slapen. Om 7.30 uur rol ik in mijn bedje en om 8.00 uur weer eruit omdat het veel te heet is in de tent. Na een nacht zonder slaap (wat iets anders is dan een slapeloze nacht) besluiten we de grote tent vast af te breken zodat ik maandagochtend niet al te veel hoef te sjouwen, Hennie gaat die avond naar huis.
En ook nu komt er slecht nieuws, een ernstig zieke vriend van Hennie blijkt al overleden te zijn. Het is onwezenlijk om tijdens een feest vol muziek, drank, dans, kunst, cultuur, vrolijke mensen… zo’n boodschap te krijgen en te verwerken. Er vallen regelmatig stiltes in een poging te bevatten dat het al afgelopen is. Hennie besluit eerder die middag te gaan in plaats van met de laatste bus… Ed ben ik ’s morgens ergens verloren en die laat weten dat hij veilig thuis is en niet meer terugkomt naar het feest. En opeens ben ik even een beetje ontheemd. Maar al snel laat ik me weer leiden door de sfeer, de zon en de muziek. Ik geniet nog een avond, dans me in het zweet, krijg spierpijn in mijn enkels en laat de alcohol achterwege. Maar ik geniet zo en realiseer me dat ik het zo leuk heb, me zo goed kan vermaken, dat ik niet anders kan constateren dat ik verliefd ben… op mezelf. Ondanks af en toe een naar moment toch een goed gevoel. Een prachtige zomer.
vrijdag 5 juni 2009
Tante Mientje en Zijne Heiligheid de Dalai Lama

Gisteren was het zover... naar de lezing van Zijne Heiligheid de Dalai Lama in Amsterdam. Samen met zo'n 10.000 andere toehoorders nam ik 's middags plaats voor het onderwerp "De kracht van compassie in turbulente tijden." Zijn eerste uitleg over het begrip compassie koppelt hij aan het gevoel wat wij als kind ontvangen van onze moeders. En daar zit ze, naast me, ons mam. Sjieke grijze dame, volledig gefocusd en niet af te leiden van wat er op het podium gebeurt. Ze heeft zich vooraf goed geïnformeerd door over ZH de Dalai Lama te lezen, tv te kijken en zonder van haar katholieke geloof te vallen vindt ze hem zeker zo indrukwekkend als de Paus. En dan heeft ze de Dalai Lama nog niet eens horen spreken. En nu, nu zit ze hier geconcentreerd te luisteren onder de headset van het vertaalsysteem.
Opnieuw realiseer ik me hoe bijzonder ons mam is. Met Pinksteren was ik bij een kunstexpositie/beurs van een nicht in Limburg. Mijn moeder was daar vorige maand op een groot feest geweest. Ik maakte kennis met allerlei interessante mensen en het was geweldig om te zien hoe hun ogen oplichten wanneer mijn nicht mij voorstelde als de dochter van Tante Mientje. Bijna iedereen kende Tante Mientje.
Bij de naam Tante Mientje zou je het beeld kunnen krijgen van een drukke dame met een theedoek om haar hoofd, een zwabber en sloffen. Alhoewel ons mam regelmatig in een stofjas en laarzen de herten verzorgt en de tuin onderhanden neemt vertoont ze zich in het openbaar vooral goedgekleed. Een sjieke dame in een mooie blazer en kuitlange rok met niet opzichtige glanzende sieraden en altijd een hoedje.
Ze stapt nog overal op af en is net als ik altijd op zoek naar nieuwe verhalen en ervaringen. Geweldig om mee te mogen makan hoe ze na de dood van mijn vader de draad weer opgepakt heeft na jarenlang voor hem gezorgd te hebben. Daarbij heeft ze haar oude interesses weer opgepakt. Ze bezoekt exposities, gaat mee met culturele uitstapjes, ontmoet altijd nieuwe mensen en heeft een gezonde dosis leeshonger. Wat haar zo bijzonder maakt is de manier waarop ze omgaat met mensen van allerlei pluimage. En ik weet niet of ze het zich realiseert maar zij heeft een groot gedeelte van de wijze lessen van ZH de Dalai Lama behoorlijk onder de knie. Voor haar is het vanzelfsprekend open te staan voor nieuwe ideeën, nog van alles te willen leren op haar 76e en te luisteren naar wat anderen te vertellen hebben. Dat getuigt van een grote levenskracht. Natuurlijk heeft mijn moeder opvattingen over goed en fout, maar die uit ze met, inderdaad, compassie. En natuurlijk is mijn moeder wel eens teleurgesteld of gekwetst door mensen, maar definitief met iemand breken heeft ze nog nooit gedaan. Integendeel... ze kan over de daad heenkijken en zal altijd opnieuw de verbinding zoeken. Niet door ingewikkeld urenlangdurend gebakkelei maar door een kaartje of een bloemetje en er gewoon weer zijn als het nodig is.
En dit doet ze overal en altijd. In haar eigen familie maar ook in de families waar zij als zus of schoonzus deel van uitmaakt. Ondanks onderlinge strubbelingen of verbroken contacten staat mijn moeder met iedereen op goede voet en weet daartussen door te laveren en her en der banden weer te herstellen. Neven, nichten kennissen en vrienden die iemand verloren hebben of klem zitten met een of ander, vinden in mijn moeder een warm mens die hun verdriet aanhoort en een arm om ze heen slaat. Ze is ook de adviseur bij allerlei probleempjes en problemen waar de kleinkinderen mee te maken hebben maar is en blijft hun oma zoals oma's horen te zijn. Gezellig, altijd in voor grapjes en spelletjes en af en toe een logeerpartijtje. En op de bruiloft van mijn oudste nichtje staat ze regelmatig op de dansvloer, doet ze mee aan sketch en steelt de show. Kortom, ze is de madre de familias.
Ik ben dankbaar dat ik met ons mam gegaan ben. Ze kan zich vinden in de woorden die ZH de Dalai Lama spreekt en typerend voor haar is dat ze het prettig vond dat hij bij zijn vertrek de zaal "zegende". Het geeft haar weer een nieuw kijkje in waar ik zoal mee bezig ben en wat mij beweegt.
In de trein zijn we allebei redelijk stil. Terwijl we in onze informatieboekjes nog eens e.e.a. nabladeren, elkaar af en toe wijzen op voorbijflitsende uitzichten langs het spoor, laten we alles eens bezinken. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik altijd een hekel gehad heb aan verslaafden die om geld schooien. Op de parkeerplaats staat een inventieve junk. Hij wil graag ons parkeerkaartje als daar nog tijd op staat. In eerste instantie heb ik de neiging om hem af te wimpelen maar dan treedt het toverwoord in werking Compassie, Compassie. En onder het instappen bedenk ik dat het eigenlijk een hele slim manier is om aan geld te komen. Behalve dat het me aanstaat dat een verslaafde geld probeert te verdienen op legale wijze en de parkeerkosten voor de automoblisten daarmee drukt, was de jongen ook nog eens uiterst beleefd... en dus ga ik over tot een daad van compassie en ik geef hem het kaartje wat tot de volgende dag 10.00 uur geldig is,
Als we even later gezellig zitten te eten met een wijntje erbij spraakwatervallen we er op los over vriendschappen, hoe mensen in het leven staan, dat mijn eigen onderneminkje (inmiddels mede dankzij de medewerking van het UWV) in rap tempo dichterbij komt. We genieten allebei en bijna zou ik vergeten dat ik nog iets voor ons mam gemaakt had. Een hartje in de vorm van steen heb ik beschilderd en in het midden een nepdiamantje vastgezet. Mijn beloning is een onvergetelijke glimlach en een zoen.
Indrukwekkend, zowel mijn moeder als ZH de Dalai Lama. Twee mensen van totaal verschillend kaliber maar beiden bescheiden en krachtig in hun eenvoudige manier van leven. De inhoud van de lezing was boeiend en overtuigend. Het meest bijzondere moment was voor mij de gezamenlijke meditatie waarbij 10.000 mensen drie minuten in stilte doorbrachten. De ingehouden kuchjes die sporadisch te horen waren versterkten de grootsheid ervan. 10.000 mensen hebben zich voorgenomen om meer compassie te tonen. Ik heb minstens drie goede leermeesters. Boeddha, ZH De Dalai Lama en Tante Mientje.
donderdag 23 april 2009
Ach wat nou afscheid
Het zijn weer geweldige weken geweest, met veel tijd voor ontmoetingen en interessante gesprekken over levensthema's. Zowel afscheid als begin waren issues die voorbij kwamen. Afscheid in de meest definitieve zin van het woord. Patsboem, opeens is het afgelopen, maar ook langzaam naderbij sluipend afscheid.
Zo'n abrupt afscheid betrof een mevrouw in de straat. Alhoewel ik haar persoonlijk niet zo goed kende, heb ik regelmatig een praatje gemaakt met haar man die me op de hoogte hield van het verloop van haar ziekte. Thuisgekomen na de begrafenis legde ik, in eerste instantie enigszins achteloos, het gedachtenisprentje in mijn mand. Ik heb een mand waarin allerlei belangrijke levensmomenten van mij en mijn naasten verzameld zijn. Huwelijksaankondigingen, geboortekaartjes, rouwprentjes, maar ook gedichten en liefdesbrieven. Zo één keer per jaar ga ik ervoor zitten om het allemaal weer eens door te nemen. Dat vraagt moed vanwege de gevarieerde emoties die voorbij komen. Grappig genoeg kruip ik dan altijd in het oude vest van ons pap, alsof dat de pijn enigszins kan verzachten. De mand bevat een kopie van de brief die ik ons pap meegegeven heb naar het hiernamaals, overigens samen met een pakje Sterlingshag en een doosje Potters. Prentjes van stilgeboren kindjes, ouders van vrienden, ooms en tantes. Prentjes van jonge vrienden. Twee ervan stierven plotseling, hebben geen afscheid meer kunnen nemen. Twee anderen verkozen zelf de dood. Alhoewel het, gezien hun lijden aan het leven begrijpelijk is, blijft het tegelijkertijd ongelofelijk moeilijk te accepteren dat iemand zo alleen in het leven kan komen staan en zo diep ongelukkig is dat hij geen andere uitweg meer ziet. Eén van hen heeft nog een woord van dank achtergelaten aan al die mensen die poogden het leven draaglijker te maken, de ander kon zelfs dát niet meer.
Moeilijk, een keuze te moeten maken wanneer je weet dat je einde nadert. Ook dat thema speelt voor mij. De aanleiding weet ik niet meer maar in de familie kwamen we te spreken over hoe zaken geregeld moeten worden mocht mij iets overkomen. Wat zijn mijn wensen als ik bijvoorbeeld een ernstige hersenbloeding zou krijgen of kom te overlijden. Het praktische gedeelte is niet zo'n probleem. Een overzicht van rekeningen, abonnementen en wat waar te vinden is, is zo gemaakt. Maar een lijst van wie er op je laatste feestje mogen komen, welke spullen je aan wie na wilt laten en welke muziek je wilt draaien wordt al lastiger. Soms leg ik het maar even weg omdat ik merk dat ik enigzins doorschiet in het regiseren van mijn eigen begrafenis. Ik vertrek waarschijnlijk zoals ik geleefd heb, met onverwachte verrassingen en alles volgens plan. Beetje griezelig ook wel en aangezien ik niets over mezelf af wil roepen laat ik het regelmatig voor wat het is.
Eén ding weet ik wel zeker, ik wil niet dat er standaarddingen over me gezegd worden zoals op de begrafenis van de buurvrouw. Een traditionele mis die waardevol geweest is voor de nabestaanden en die ik kan volgen maar die mij niets zegt. Ik word nergens geraakt door de teksten en de rituelen die gebruikt worden. Kriebels kreeg ik ervan toen de pastoor deze vrouw eer bewees omdat ze zoals het hoort haar rol als moeder en echtgenoot vervuld heeft, dát gedaan heeft waartoe zij op aarde was. Alsof je zonder partner en kinderen geen rol te vervullen zou hebben. Over mij hoeft bijvoorbeeld niet gezegd te worden dat ik lief was. Ik ben betrokken, oprecht, onafhankelijk en nog veel meer, maar ik ben niet lief. Evenmin als dat ik altijd een luisterend oor zou hebben voor mensen met problemen. Ik heb geen luisterend oor, ik val iedereen in de rede en ventileer luidruchtig mijn mening, ook als het andermans problemen betreft. Kortom, hopelijk wordt ik herdacht zoals ik was, dus ook ongeduldig, eigenwijs en een spraakwaterval, zonder verhullende poespas als het ooit zover is. Een goede reden dus om toch maar werk te maken van een soort afscheidsdocument zodat mijn leven niet aan het einde afgedaan worden met een tenietdoening van alle inspanningen die ik gedaan heb om op te vallen.
Maar goed...de brief bevat ook een paar prachtige brieven. Van die brieven waarvan je hoopt dat je ze ooit in een doos van oma vindt. Liefdesbrieven die het bewijs vormen dat je tenminste éénmaal in je leven hebt liefgehad en werd liefgehad. Egostrelend zoals je opgehemeld wordt en hartverscheurend waarom het tijd voor afscheid is. Kortom met alles wat hoort bij een onmogelijke liefde. In deze liefde was alles terug te vinden van een sluipend naderend afscheid. Behalve het genot, de lol en de lust duidde alles erop dat we nooit in staat zouden zijn de rol te vervullen die de ander van ons verwachtte. Ik zou nooit het mooie meisje aan de zijlijn worden die kritiekloos thuis op hem wacht en hij zou nooit die emotioneel volwassen man worden op wie ik zou kunnen varen in woelige tijden. Er was gewoon niet meer voldoende lijm voorhanden om de scherven wéér aan elkaar te plakken en met een verbrijzeld hart nam ik letterlijk en figuurlijk afstand door naar Canada te vertrekken.
En ook dat vind ik terug. In een prachtige brief van een jongen die ik ontmoette in de Rocky Mountains in Canada, jaren geleden, en met wie ik een week doorbracht in een groep in de wildernis. Soms ontmoet je mensen die je je leven lang bijblijven, al zie je ze nooit meer. Die je laten zien wie je bent en wie je vooral moet blijven. Hij was het die me, in een week vol wandelingen, wildernis en wijnmomenten me deed inzien dat liefdes levenslessen zijn en geen permanente staat van zijn. Dat grootse liefdes uit de geschiedenis niet vlekkeloos en alleen harmonieus verlopen maar juist zo groots zijn omdat ze het beste uit je halen wat er in zit, ook als dat betekent dat je daardoor de ander niet meer herkent in hoe je in het leven staat. Grootse liefdes maken je tot wie je bent. Op mij had het het effect dat er meer kwam van wat er al was. Nog vrijer, nog onafhankelijker en zelfstandiger. Dat zie ik nu, toen voelde ik me vooral verplicht aan hem en gevangen en vol van iemand anders in mijn hoofd, waardoor ik mezelf dreigde te verliezen. Nu ben ik die grote liefde daar dankbaar voor. Onbewust heeft hij me meer van mezelf gegeven dan ik in mijn eentje gevonden zou hebben. En met goede herinneringen en een vergevende grijns bedenk ik dat de toenmalige man van mijn leven altijd refereerde aan een gedicht van J.P. Rawie: "It's better to have loved and lost then never to have loved at all." Op zijn zoektocht naar de liefde heeft hij vaak geïncasseerd maar vooral ook heel veel lol gehad en dat had ik hem nooit af willen pakken. Evenmin als hij me niet af wilde pakken dat ik op de eerste plaats sta en anders liever een stukje ga lopen.
In de liefdesbrieven en de brief uit Canada, van Pablo, lees ik mezelf terug. Vrijgevochten, onafhankelijk, zelfstandig, oprecht... maar ook kwetsbaar als ik wil én serieus. Maar ik heb afscheid genomen van oud zeer en wroeging. Het was zo als het was en nu is het weer anders...
Meer in het heden waren er ook mooie wandelingen, wildernis en wijnmomenten met Janny. Gewoon in Zuid-Limburg, onze eigen Rocky Mountains in Nederland. Want keien waren er zat, mooie ronde, hoekige, gekleurde, witte. Geïnspireerd door het feestje van Janny, met oud-collega's waarbij we ronde keien inpakten in vilt, hebben Janny en ik onze tijd onder andere besteed aan keien zoeken. Misschien hebben we er wel uitgezien als oude vrouwtjes, gebogen en een beetje langzaam over de paden in het prachtige heuvellandschap. Geweldig en bijzonder hoe je afscheid kunt nemen. Janny's afscheid op haar werk zat er aan te komen, in wisselend tempo was te voorzien dat het moment zou komen. En hoe je er dan voor kunt kiezen om er iets goeds van te maken. En zo ontmoet je dan opeens mensen van wie je afscheid genomen had. Sommigen waar ik eigenlijk niet meer aan gedacht had, anderen waarvan je hoopte dat je ze nog eens zou zien. En het is ook een soort beginnetje, elkaar opnieuw leren waarderen om wat je nú doet, niet om wat geweest is. Inspirerend en motiverend om op een andere manier bij elkaar te zijn, afscheid te nemen van de rol die je had en een begin te maken met een nieuw gedeelte van jezelf, wat anderen misschien allang in je gezien hadden.
Een wonderbaarlijk moment was 's nachts, toen we na een dag lopen, praten, eten en wijntjes drinken gingen slapen. Janny vond het een goed idee dat ik aan de kant van de deur zou gaan liggen, dan kon ik haar beschermen als er iemand binnenkwam, want ik durfde dat wel. Een slapeloze nacht was het vervolg en uit een eerder blog bleek al dat ik altijd slaap, maar niet als ik prettig hyper ben ergens over. Want dat grapje maakte dat ik me ineens realiseerde dat zij vroeger mij beschermde in haar rol van leidinggevende. Nu opeens het vertrouwen en de eer te krijgen dat ik in kan staan voor haar veiligheid deed me goed. Behalve dat zat mijn hoofd nog vol bloesem, dikbilkoeien en keien, woorden en gedachten en inspiratie voor al mijn plannen. Het bed lag te lekker om er niet bewust van te genieten en met af en toe een dutje ben ik glimlachend de nacht doorgekomen. Door afscheid te nemen van mensen, rollen, oude patronen ontdek je je sterke kanten door het ontmoeten van nieuwe mensen, rollen en patronen (want ja, met patronen is niets mis mee als ze werken). Kortom, ik ben er weer helemaal klaar voor, kom maar op...

met dank voor de foto aan Janny
Zo'n abrupt afscheid betrof een mevrouw in de straat. Alhoewel ik haar persoonlijk niet zo goed kende, heb ik regelmatig een praatje gemaakt met haar man die me op de hoogte hield van het verloop van haar ziekte. Thuisgekomen na de begrafenis legde ik, in eerste instantie enigszins achteloos, het gedachtenisprentje in mijn mand. Ik heb een mand waarin allerlei belangrijke levensmomenten van mij en mijn naasten verzameld zijn. Huwelijksaankondigingen, geboortekaartjes, rouwprentjes, maar ook gedichten en liefdesbrieven. Zo één keer per jaar ga ik ervoor zitten om het allemaal weer eens door te nemen. Dat vraagt moed vanwege de gevarieerde emoties die voorbij komen. Grappig genoeg kruip ik dan altijd in het oude vest van ons pap, alsof dat de pijn enigszins kan verzachten. De mand bevat een kopie van de brief die ik ons pap meegegeven heb naar het hiernamaals, overigens samen met een pakje Sterlingshag en een doosje Potters. Prentjes van stilgeboren kindjes, ouders van vrienden, ooms en tantes. Prentjes van jonge vrienden. Twee ervan stierven plotseling, hebben geen afscheid meer kunnen nemen. Twee anderen verkozen zelf de dood. Alhoewel het, gezien hun lijden aan het leven begrijpelijk is, blijft het tegelijkertijd ongelofelijk moeilijk te accepteren dat iemand zo alleen in het leven kan komen staan en zo diep ongelukkig is dat hij geen andere uitweg meer ziet. Eén van hen heeft nog een woord van dank achtergelaten aan al die mensen die poogden het leven draaglijker te maken, de ander kon zelfs dát niet meer.
Moeilijk, een keuze te moeten maken wanneer je weet dat je einde nadert. Ook dat thema speelt voor mij. De aanleiding weet ik niet meer maar in de familie kwamen we te spreken over hoe zaken geregeld moeten worden mocht mij iets overkomen. Wat zijn mijn wensen als ik bijvoorbeeld een ernstige hersenbloeding zou krijgen of kom te overlijden. Het praktische gedeelte is niet zo'n probleem. Een overzicht van rekeningen, abonnementen en wat waar te vinden is, is zo gemaakt. Maar een lijst van wie er op je laatste feestje mogen komen, welke spullen je aan wie na wilt laten en welke muziek je wilt draaien wordt al lastiger. Soms leg ik het maar even weg omdat ik merk dat ik enigzins doorschiet in het regiseren van mijn eigen begrafenis. Ik vertrek waarschijnlijk zoals ik geleefd heb, met onverwachte verrassingen en alles volgens plan. Beetje griezelig ook wel en aangezien ik niets over mezelf af wil roepen laat ik het regelmatig voor wat het is.
Eén ding weet ik wel zeker, ik wil niet dat er standaarddingen over me gezegd worden zoals op de begrafenis van de buurvrouw. Een traditionele mis die waardevol geweest is voor de nabestaanden en die ik kan volgen maar die mij niets zegt. Ik word nergens geraakt door de teksten en de rituelen die gebruikt worden. Kriebels kreeg ik ervan toen de pastoor deze vrouw eer bewees omdat ze zoals het hoort haar rol als moeder en echtgenoot vervuld heeft, dát gedaan heeft waartoe zij op aarde was. Alsof je zonder partner en kinderen geen rol te vervullen zou hebben. Over mij hoeft bijvoorbeeld niet gezegd te worden dat ik lief was. Ik ben betrokken, oprecht, onafhankelijk en nog veel meer, maar ik ben niet lief. Evenmin als dat ik altijd een luisterend oor zou hebben voor mensen met problemen. Ik heb geen luisterend oor, ik val iedereen in de rede en ventileer luidruchtig mijn mening, ook als het andermans problemen betreft. Kortom, hopelijk wordt ik herdacht zoals ik was, dus ook ongeduldig, eigenwijs en een spraakwaterval, zonder verhullende poespas als het ooit zover is. Een goede reden dus om toch maar werk te maken van een soort afscheidsdocument zodat mijn leven niet aan het einde afgedaan worden met een tenietdoening van alle inspanningen die ik gedaan heb om op te vallen.
Maar goed...de brief bevat ook een paar prachtige brieven. Van die brieven waarvan je hoopt dat je ze ooit in een doos van oma vindt. Liefdesbrieven die het bewijs vormen dat je tenminste éénmaal in je leven hebt liefgehad en werd liefgehad. Egostrelend zoals je opgehemeld wordt en hartverscheurend waarom het tijd voor afscheid is. Kortom met alles wat hoort bij een onmogelijke liefde. In deze liefde was alles terug te vinden van een sluipend naderend afscheid. Behalve het genot, de lol en de lust duidde alles erop dat we nooit in staat zouden zijn de rol te vervullen die de ander van ons verwachtte. Ik zou nooit het mooie meisje aan de zijlijn worden die kritiekloos thuis op hem wacht en hij zou nooit die emotioneel volwassen man worden op wie ik zou kunnen varen in woelige tijden. Er was gewoon niet meer voldoende lijm voorhanden om de scherven wéér aan elkaar te plakken en met een verbrijzeld hart nam ik letterlijk en figuurlijk afstand door naar Canada te vertrekken.
En ook dat vind ik terug. In een prachtige brief van een jongen die ik ontmoette in de Rocky Mountains in Canada, jaren geleden, en met wie ik een week doorbracht in een groep in de wildernis. Soms ontmoet je mensen die je je leven lang bijblijven, al zie je ze nooit meer. Die je laten zien wie je bent en wie je vooral moet blijven. Hij was het die me, in een week vol wandelingen, wildernis en wijnmomenten me deed inzien dat liefdes levenslessen zijn en geen permanente staat van zijn. Dat grootse liefdes uit de geschiedenis niet vlekkeloos en alleen harmonieus verlopen maar juist zo groots zijn omdat ze het beste uit je halen wat er in zit, ook als dat betekent dat je daardoor de ander niet meer herkent in hoe je in het leven staat. Grootse liefdes maken je tot wie je bent. Op mij had het het effect dat er meer kwam van wat er al was. Nog vrijer, nog onafhankelijker en zelfstandiger. Dat zie ik nu, toen voelde ik me vooral verplicht aan hem en gevangen en vol van iemand anders in mijn hoofd, waardoor ik mezelf dreigde te verliezen. Nu ben ik die grote liefde daar dankbaar voor. Onbewust heeft hij me meer van mezelf gegeven dan ik in mijn eentje gevonden zou hebben. En met goede herinneringen en een vergevende grijns bedenk ik dat de toenmalige man van mijn leven altijd refereerde aan een gedicht van J.P. Rawie: "It's better to have loved and lost then never to have loved at all." Op zijn zoektocht naar de liefde heeft hij vaak geïncasseerd maar vooral ook heel veel lol gehad en dat had ik hem nooit af willen pakken. Evenmin als hij me niet af wilde pakken dat ik op de eerste plaats sta en anders liever een stukje ga lopen.
In de liefdesbrieven en de brief uit Canada, van Pablo, lees ik mezelf terug. Vrijgevochten, onafhankelijk, zelfstandig, oprecht... maar ook kwetsbaar als ik wil én serieus. Maar ik heb afscheid genomen van oud zeer en wroeging. Het was zo als het was en nu is het weer anders...
Meer in het heden waren er ook mooie wandelingen, wildernis en wijnmomenten met Janny. Gewoon in Zuid-Limburg, onze eigen Rocky Mountains in Nederland. Want keien waren er zat, mooie ronde, hoekige, gekleurde, witte. Geïnspireerd door het feestje van Janny, met oud-collega's waarbij we ronde keien inpakten in vilt, hebben Janny en ik onze tijd onder andere besteed aan keien zoeken. Misschien hebben we er wel uitgezien als oude vrouwtjes, gebogen en een beetje langzaam over de paden in het prachtige heuvellandschap. Geweldig en bijzonder hoe je afscheid kunt nemen. Janny's afscheid op haar werk zat er aan te komen, in wisselend tempo was te voorzien dat het moment zou komen. En hoe je er dan voor kunt kiezen om er iets goeds van te maken. En zo ontmoet je dan opeens mensen van wie je afscheid genomen had. Sommigen waar ik eigenlijk niet meer aan gedacht had, anderen waarvan je hoopte dat je ze nog eens zou zien. En het is ook een soort beginnetje, elkaar opnieuw leren waarderen om wat je nú doet, niet om wat geweest is. Inspirerend en motiverend om op een andere manier bij elkaar te zijn, afscheid te nemen van de rol die je had en een begin te maken met een nieuw gedeelte van jezelf, wat anderen misschien allang in je gezien hadden.
Een wonderbaarlijk moment was 's nachts, toen we na een dag lopen, praten, eten en wijntjes drinken gingen slapen. Janny vond het een goed idee dat ik aan de kant van de deur zou gaan liggen, dan kon ik haar beschermen als er iemand binnenkwam, want ik durfde dat wel. Een slapeloze nacht was het vervolg en uit een eerder blog bleek al dat ik altijd slaap, maar niet als ik prettig hyper ben ergens over. Want dat grapje maakte dat ik me ineens realiseerde dat zij vroeger mij beschermde in haar rol van leidinggevende. Nu opeens het vertrouwen en de eer te krijgen dat ik in kan staan voor haar veiligheid deed me goed. Behalve dat zat mijn hoofd nog vol bloesem, dikbilkoeien en keien, woorden en gedachten en inspiratie voor al mijn plannen. Het bed lag te lekker om er niet bewust van te genieten en met af en toe een dutje ben ik glimlachend de nacht doorgekomen. Door afscheid te nemen van mensen, rollen, oude patronen ontdek je je sterke kanten door het ontmoeten van nieuwe mensen, rollen en patronen (want ja, met patronen is niets mis mee als ze werken). Kortom, ik ben er weer helemaal klaar voor, kom maar op...
met dank voor de foto aan Janny
maandag 16 maart 2009
Zaterdagnamiddaggedachten en de relatie tussen koekjesreclame en de Dalai Lama
Zaterdagnamiddag... na een heleboel buitenactiviteit in de nog wat schuchtere lentezon begint het 's middags te motregenen. Na een week met te weinig slaap en teveel koppijn besluit ik dat het tijd is voor bankzaken. In mijn familie wordt deze term regelmatig gebruikt op zondagochtend wanneer de voltallige familie aan de koffie zit bij "ons mam". Op haar vraag welke plannen we die middag hebben is er altijd wel iemand die "bankzaken" gaat doen. In de meeste gevallen betekent dat op de bank liggen en dutten of televisie kijken. In mijn geval komt daar lezen, schrijven en nadenken bij, en af en toe een goed gesprek.
Ik kruip dus onder mijn fleecedekentje met een goed boek en leg het na 3 bladzijden weg omdat ik me niet kan concentreren. Mijn hoofd loopt over van de gedachten en flarden over wat zich de laatste maanden heeft voorgedaan. Veel tegenslagen en slagjes, zowel voor mezelf als voor mensen die dichtbij me staan. Geen drama's, geen onoverkomelijke problemen maar positief is het allemaal niet. Het loopt allemaal niet zo lekker. Ik ben er moe van en dus gaan zowel mijn boek als mijn ogen dicht.
Vroeger had ik wel eens last van slapeloosheid maar sinds iemand zei dat ze juist ging slapen om er even niet bij te hoeven zijn heb ik er ook geen last meer van. Wordt het allemaal te ingewikkeld of te vermoeiend dan sluit ik me even af van de wereld, zet mijn hoofd op pauze en val in slaap. Tenminste, normaal werkt dat zo, maar vanmiddag ben ik, ondanks mijn vermoeidheid te opgewonden.
Door mijn wimpers staar ik naar het vlammetje bij mijn Boeddhabeeld. Er had ook een Mariabeeld kunnen staan of een zelfgemaakte totum. Ik ben niet boeddistisch, al spreekt de levenswijze me wel aan. Maar ach... ik eet nog steeds wel eens vlees, rook en drink en vermorzel dikke spinnen in plaats van ze buiten te zetten. Op een ander niveau heb ik wel, zonder met te willen vergelijken met Prins Siddhartha die zich onder het volk begaf en later Boeddha werd, de keuze gemaakt mijn rijkdom en beschermende zekerheden op te geven en te gaan voor een nieuw levenspad. Het vlammetje wordt in mijn huis aangestoken bij een Boeddhabeeld, ben ik buitenshuis op stap dan zal ik niet schromen om dit te doen bij een Maria-altaar. Het gaat naar mijn idee om de gedachte erachter. Dagelijks steek ik, terloops zonder ingewikkelde rituelen, een kaarsje aan waarbij ik even stil sta bij het feit dat er meer is tussen Hemel en Aarde. En daarmee bedoel ik niet de goden, geesten en religies. Ik bedoel de mensen om me heen die ziek zijn, voor een moeilijke keuze of opdracht staan, maar ook degenen die genezen zijn of een examen gehaald hebben. Dat vlammetje wordt voor het slapengaan uitgeblazen met de gedachte dat er weer een dag opzit, en ik er nog steeds ben, samen met dierbaren om me heen. Een vlammetje als symbool van kracht, hoop, dankbaarheid. Het heeft ook te maken met het besef dat er meer tussen Hemel en Aarde is dan waar ik mee bezig ben. De wereld draait steeds minder om mij, zonder daarbij mijn verlangens opzij te zetten.
Wonderbaarlijk zoals dingen kunnen lopen. Mensen werken onder andere om hun verlangens te kunnen bevredigen. Een nieuwe auto, nieuwe kleren, een vakantie. Ik maakte pas tijd om iets te willen toen ik in september thuis kwam zitten. Na een 36 urige werkweek had ik opeens alle tijd om me bezig te houden met wat ik graag wilde en daar interessante projecten op los te laten... zoals een wensbord. Je wenst iets, visualiseert het en hebt er vertrouwen in dat je het krijgt, meer hoef je niet te doen. En dus stond ik regelmatig aan de afwas naar mijn bord te kijken waarop wensen stonden als een reis naar Afrika, slank worden, een nieuwe Eoncamera. En er gebeurde niets. Behalve dan dat ik, nadenkend over van alles me opeens realiseerde dat ik niet naar Afrika wil op dit moment. Om me heen is van alles gaande wat me zoveel stof tot nadenken geeft. Ik wil dat interessante proces helemaal niet onderbreken. Ik vind het spannend om te zien hoe zaken zich ontwikkelen, hoe ik me verhoud tot allerlei ingewikkelde vraagstukken in mijn kennissen en familiekring en mijn toekomstige carriëre. Ik wil me bezig houden met mijn atelier, mooie dingen maken voor mensen, mijn dieet (al 5 kilo lichter). Waarom zou ik het gaan zoeken op een andere continent en allerlei indrukken en emoties op gaan doen terwijl ik voorlopig genoeg heb aan mijn eigen kleine continentje, mijn bankstel.
Ik had dus een wensbord waar ik dingen opgeplakt had waarvan ik dacht dat ik ze móést willen en waarover ik positief móést zijn. Niet alles wat ik de laatste maanden meemaakte was positief maar wel interessant en leverde me veel op aan inzicht, inspiratie en levenslessen. En dus verdween het wensbord in mijn tafella en vang ik er slechts een glimp van op als ik op zoek ben naar wierookkoontjes. Gewoon even niets persé moeten willen en jezelf dan wijsmaken dat als je maar positief bent je het ook zult krijgen. Blij zijn met wat je hebt.
Ik vergat het dus verder, zonder mijn verlangens op te geven. Maar het werden meer terloopse verlangens. Zoals je een jas in de etalage kunt zien hangen en denken:"Goh, zo'n jas zou ik wel willen." Als je hem kunt krijgen prima, maar zoniet dan is het ook goed, dan is er nog niets verloren. En natuurlijk, zodra ik ophield te denken dat ik iets persé wilde hebben kwam het op mijn pad. Als eerste die jas die voor mij onbetaalbaar was en een paar winkels verder voor 60 % goedkoper in het rek hing. En zo ook een houtbewerkingsmachientje wat via Airmiles wel betaalbaar was, hulp van mijn zus bij de belastingaangifte, een telefoontje dat twee vrienden veilig terug zijn in Nederland, een grote kans dat ik een eigen werkatelier krijg... allemaal wensen die ik terloops uitgesproken had zonder er obsessief mee bezig te zijn of te proberen ze af te dwingen. En ondertussen door te gaan met wat moet gebeuren in het dagelijks leven. Mijn moeder helpen bij allerlei klussen omdat ze niet vooruit kon door spit, de buren aan de andere kant helpen verhuizen naar een grotere woning (ik zal mijn buurmeisjes vreselijk missen), solliciteren, foto's maken van de carnavalsoptocht waarin familie meeloopt, dieetrecepten verzamelen en inplannen, naar de KNO arts omdat er sinds september een wasmachine in mijn linkeroor dreunt, mijn dak laten repareren, mensen die het moeilijk hebben zo goed mogelijk bijstaan...
De onrust en opgewondenheid die me vandaag van mijn dutje hield kwam door een grote wens die onverwachts in vervulling gaat. Tijdens een documentaire en de journaals waarin het 50 jarig verdriet van Tibet aan de orde kwam zag ik de Dalai Lama. Terloops heb ik gedacht dat ik die man graag een keer live zou willen horen en zien. Toen vanochtend de Happinezz in de brievenbus lag vond ik al snel de lezersaanbieding, eersterangsplaatsen bij zijn bezoek aan Nederland. Normaal zou ik denken:"Dat lukt toch nooit" maar nu flitste de reclame voor koeken door mijn hoofd waarin vrouwen tegen elkaar zeggen:"Ik zou het gewoon doen." En dus, met die koekjesreclame in mijn hoofd, direct via internet kaartjes geregeld. Binnen tien minuten had ik twee uitgeprinte entreetickets voor mij en mijn moeder, voor de lezing van de Dalai Lama op 4 juni a.s. met het thema: "De kracht van compassie in turbulente tijden." Ongelofelijk dat ik aanwezig ga zijn bij de man die in deze tijd symbool staat voor geweldloosheid, één van de belangrijke wereldleiders.
Naar mijn kaarsje starend bedenk ik dat ik de laatste maanden even vergeten was dat er best veel goed gaat en dat er veel leuke dingen op stapel staan de komende tijd. Een uitstapje met Janny naar Limburg, een paar feestjes, leuke mensen die op visite gaan komen of waar ik naar toe ga, Oerol, selectiegesprekken voor het atelier...
Na een periode van een paar maanden waarin het niet zo lekker ging met van alles en nog wat lijkt er opeens weer schot te komen in de vrolijkheid. Alle clichés zijn van toepassing. Achter de wolken schijnt de zon, na regen komt zonneschijn, een nieuwe lente een nieuw begin...
En ook mijn koppijn is verdwenen. Ik zei nog tegen iemand dat het net leek alsof er almaar iets tegen mijn voorhoofd drukte tussen mijn wenkbrauwen wat naar binnen wilde. Nu snap ik het... het zal het besef wel geweest zijn dat als je los durft te laten wat je belemmert je vanzelf gegrepen wordt door wat je nodig hebt. Je krijgt wat je verdient. Wat een wonderlijke wereld.
En dit keer doe ik mijn ogen dicht en val alsnog in slaap na al mijn zaterdagnamiddaggedachten.
Ik kruip dus onder mijn fleecedekentje met een goed boek en leg het na 3 bladzijden weg omdat ik me niet kan concentreren. Mijn hoofd loopt over van de gedachten en flarden over wat zich de laatste maanden heeft voorgedaan. Veel tegenslagen en slagjes, zowel voor mezelf als voor mensen die dichtbij me staan. Geen drama's, geen onoverkomelijke problemen maar positief is het allemaal niet. Het loopt allemaal niet zo lekker. Ik ben er moe van en dus gaan zowel mijn boek als mijn ogen dicht.
Vroeger had ik wel eens last van slapeloosheid maar sinds iemand zei dat ze juist ging slapen om er even niet bij te hoeven zijn heb ik er ook geen last meer van. Wordt het allemaal te ingewikkeld of te vermoeiend dan sluit ik me even af van de wereld, zet mijn hoofd op pauze en val in slaap. Tenminste, normaal werkt dat zo, maar vanmiddag ben ik, ondanks mijn vermoeidheid te opgewonden.
Door mijn wimpers staar ik naar het vlammetje bij mijn Boeddhabeeld. Er had ook een Mariabeeld kunnen staan of een zelfgemaakte totum. Ik ben niet boeddistisch, al spreekt de levenswijze me wel aan. Maar ach... ik eet nog steeds wel eens vlees, rook en drink en vermorzel dikke spinnen in plaats van ze buiten te zetten. Op een ander niveau heb ik wel, zonder met te willen vergelijken met Prins Siddhartha die zich onder het volk begaf en later Boeddha werd, de keuze gemaakt mijn rijkdom en beschermende zekerheden op te geven en te gaan voor een nieuw levenspad. Het vlammetje wordt in mijn huis aangestoken bij een Boeddhabeeld, ben ik buitenshuis op stap dan zal ik niet schromen om dit te doen bij een Maria-altaar. Het gaat naar mijn idee om de gedachte erachter. Dagelijks steek ik, terloops zonder ingewikkelde rituelen, een kaarsje aan waarbij ik even stil sta bij het feit dat er meer is tussen Hemel en Aarde. En daarmee bedoel ik niet de goden, geesten en religies. Ik bedoel de mensen om me heen die ziek zijn, voor een moeilijke keuze of opdracht staan, maar ook degenen die genezen zijn of een examen gehaald hebben. Dat vlammetje wordt voor het slapengaan uitgeblazen met de gedachte dat er weer een dag opzit, en ik er nog steeds ben, samen met dierbaren om me heen. Een vlammetje als symbool van kracht, hoop, dankbaarheid. Het heeft ook te maken met het besef dat er meer tussen Hemel en Aarde is dan waar ik mee bezig ben. De wereld draait steeds minder om mij, zonder daarbij mijn verlangens opzij te zetten.
Wonderbaarlijk zoals dingen kunnen lopen. Mensen werken onder andere om hun verlangens te kunnen bevredigen. Een nieuwe auto, nieuwe kleren, een vakantie. Ik maakte pas tijd om iets te willen toen ik in september thuis kwam zitten. Na een 36 urige werkweek had ik opeens alle tijd om me bezig te houden met wat ik graag wilde en daar interessante projecten op los te laten... zoals een wensbord. Je wenst iets, visualiseert het en hebt er vertrouwen in dat je het krijgt, meer hoef je niet te doen. En dus stond ik regelmatig aan de afwas naar mijn bord te kijken waarop wensen stonden als een reis naar Afrika, slank worden, een nieuwe Eoncamera. En er gebeurde niets. Behalve dan dat ik, nadenkend over van alles me opeens realiseerde dat ik niet naar Afrika wil op dit moment. Om me heen is van alles gaande wat me zoveel stof tot nadenken geeft. Ik wil dat interessante proces helemaal niet onderbreken. Ik vind het spannend om te zien hoe zaken zich ontwikkelen, hoe ik me verhoud tot allerlei ingewikkelde vraagstukken in mijn kennissen en familiekring en mijn toekomstige carriëre. Ik wil me bezig houden met mijn atelier, mooie dingen maken voor mensen, mijn dieet (al 5 kilo lichter). Waarom zou ik het gaan zoeken op een andere continent en allerlei indrukken en emoties op gaan doen terwijl ik voorlopig genoeg heb aan mijn eigen kleine continentje, mijn bankstel.
Ik had dus een wensbord waar ik dingen opgeplakt had waarvan ik dacht dat ik ze móést willen en waarover ik positief móést zijn. Niet alles wat ik de laatste maanden meemaakte was positief maar wel interessant en leverde me veel op aan inzicht, inspiratie en levenslessen. En dus verdween het wensbord in mijn tafella en vang ik er slechts een glimp van op als ik op zoek ben naar wierookkoontjes. Gewoon even niets persé moeten willen en jezelf dan wijsmaken dat als je maar positief bent je het ook zult krijgen. Blij zijn met wat je hebt.
Ik vergat het dus verder, zonder mijn verlangens op te geven. Maar het werden meer terloopse verlangens. Zoals je een jas in de etalage kunt zien hangen en denken:"Goh, zo'n jas zou ik wel willen." Als je hem kunt krijgen prima, maar zoniet dan is het ook goed, dan is er nog niets verloren. En natuurlijk, zodra ik ophield te denken dat ik iets persé wilde hebben kwam het op mijn pad. Als eerste die jas die voor mij onbetaalbaar was en een paar winkels verder voor 60 % goedkoper in het rek hing. En zo ook een houtbewerkingsmachientje wat via Airmiles wel betaalbaar was, hulp van mijn zus bij de belastingaangifte, een telefoontje dat twee vrienden veilig terug zijn in Nederland, een grote kans dat ik een eigen werkatelier krijg... allemaal wensen die ik terloops uitgesproken had zonder er obsessief mee bezig te zijn of te proberen ze af te dwingen. En ondertussen door te gaan met wat moet gebeuren in het dagelijks leven. Mijn moeder helpen bij allerlei klussen omdat ze niet vooruit kon door spit, de buren aan de andere kant helpen verhuizen naar een grotere woning (ik zal mijn buurmeisjes vreselijk missen), solliciteren, foto's maken van de carnavalsoptocht waarin familie meeloopt, dieetrecepten verzamelen en inplannen, naar de KNO arts omdat er sinds september een wasmachine in mijn linkeroor dreunt, mijn dak laten repareren, mensen die het moeilijk hebben zo goed mogelijk bijstaan...
De onrust en opgewondenheid die me vandaag van mijn dutje hield kwam door een grote wens die onverwachts in vervulling gaat. Tijdens een documentaire en de journaals waarin het 50 jarig verdriet van Tibet aan de orde kwam zag ik de Dalai Lama. Terloops heb ik gedacht dat ik die man graag een keer live zou willen horen en zien. Toen vanochtend de Happinezz in de brievenbus lag vond ik al snel de lezersaanbieding, eersterangsplaatsen bij zijn bezoek aan Nederland. Normaal zou ik denken:"Dat lukt toch nooit" maar nu flitste de reclame voor koeken door mijn hoofd waarin vrouwen tegen elkaar zeggen:"Ik zou het gewoon doen." En dus, met die koekjesreclame in mijn hoofd, direct via internet kaartjes geregeld. Binnen tien minuten had ik twee uitgeprinte entreetickets voor mij en mijn moeder, voor de lezing van de Dalai Lama op 4 juni a.s. met het thema: "De kracht van compassie in turbulente tijden." Ongelofelijk dat ik aanwezig ga zijn bij de man die in deze tijd symbool staat voor geweldloosheid, één van de belangrijke wereldleiders.
Naar mijn kaarsje starend bedenk ik dat ik de laatste maanden even vergeten was dat er best veel goed gaat en dat er veel leuke dingen op stapel staan de komende tijd. Een uitstapje met Janny naar Limburg, een paar feestjes, leuke mensen die op visite gaan komen of waar ik naar toe ga, Oerol, selectiegesprekken voor het atelier...
Na een periode van een paar maanden waarin het niet zo lekker ging met van alles en nog wat lijkt er opeens weer schot te komen in de vrolijkheid. Alle clichés zijn van toepassing. Achter de wolken schijnt de zon, na regen komt zonneschijn, een nieuwe lente een nieuw begin...
En ook mijn koppijn is verdwenen. Ik zei nog tegen iemand dat het net leek alsof er almaar iets tegen mijn voorhoofd drukte tussen mijn wenkbrauwen wat naar binnen wilde. Nu snap ik het... het zal het besef wel geweest zijn dat als je los durft te laten wat je belemmert je vanzelf gegrepen wordt door wat je nodig hebt. Je krijgt wat je verdient. Wat een wonderlijke wereld.
En dit keer doe ik mijn ogen dicht en val alsnog in slaap na al mijn zaterdagnamiddaggedachten.
woensdag 21 januari 2009
Onverwachte zaken en de kredietcrisis
Werkloos zijn geeft me soms het gevoel dat ik een soort tijdsvacuum beland ben. Als werkende leef je vaak van herfstvakantie naar kerstvakantie, naar carnavalsvakantie enzovoorts. Nu is dat ritme weg en denk je bij alles, tijd genoeg. Ondertussen gebeurt er van alles om me heen en realiseer ik me opeens dat we alweer een week of zeven verder zijn na mijn laatste blog. Vreemde weken, overigens, die volstroomden met onverwacht bezoek en voorvallen waardoor ik zelf bijna in een kredietcrisis belandde. Van alle kanten wordt een beroep gedaan op mijn krediet en zelf weet ik niet goed hoe mijn krediet ervoor staat in mijn omgeving. Hoeveel willen mensen nog in mij investeren en hoeveel investeer ik nog in anderen?
De twijfels beginnen met het versturen van kerstkaartjes. Er zijn wat nieuwe mensen bijgekomen en een paar oude kennissen afgevallen. Extra kaartjes voor de leuke nieuwe buren, het echtpaar op de hoek waarvan mevrouw ernstig ziek is, nieuwe contacten van Oerol en ex-collega's die je soms wel eens mist. Er komen wat nieuwe kaartjes binnen en er blijven er ook weg, al had ik daar niet helemaal op gerekend.
Ik had er ook niet op gerekend dat een vriendin plotseling medegedeeld kreeg dat ze misschien ernstig ziek was. Gelukkig is er, na behandeling, geen spoor meer te vinden van allerlei akelige kankercellen en valt het dus achteraf gelukkig mee. Maar het zette me wel aan het denken wat ze voor me betekent en dat is niet eens in woorden uit te drukken. Dat doen we overigens ook zelden... we weten dat wel. Onze vriendschap wordt steeds bezegeld in praktische diensten voor elkaar, er zijn als het nodig is, even bijkletsen met een bak koffie of een wijntje en samen stukken lopen. Dat is zo iemand die alle krediet van me krijgt. Ze heeft al zo vaak laten zien dat waard te zijn dat ik het haar renteloos schenk.
Zelf heb ik altijd veel krediet gekregen van iemand die ik voorheen als mijn mentor beschouwde maar meer en meer een vriendin begint te worden. Wat ik ook deed, wat ik ook dwarslag of hoe moeilijk ik het soms ook kon maken altijd was er begrip, aandacht, advies en niet aflatende steun. Niet alleen voor mij, maar voor veel anderen die met haar te maken hadden. En opeens is voor haar alles anders, evenmin als in de financiële kredietcrisis mensen verwacht hadden dat goede banken "om zouden vallen" was bij haar te verwachten dat ze opeens uitgerangeerd zou worden. En toch gebeurt het... en het raakt me. Los van details vind ik niet dat zij het verdiend zo geïsoleerd te worden en opzij gezet. Iemand die altijd zo geïnvesteerd heeft verdient het op z'n minst gehoord te worden, een blijk van medeleven te krijgen van degenen waar zij in geïnvesteerd heeft. Tegelijkertijd stijgt mijn bewondering voor haar. Terwijl we bellen, mailen en regelmatig een bakje koffie doen zie ik dat ze, ondanks het verdriet en de teleurstelling, eindelijk durft te kiezen voor zichzelf en niet langer als buffer dienst doet voor iedereen die zijn grieven kwijt wil of een zondebok nodig heeft. Ook zij krijgt renteloos mijn krediet, het voelt een beetje, afgewogen tegen wat ze voor mij allemaal gedaan heeft, alsof de balans meer in evenwicht is tussen ons.
Er waren nog meer onverwachte bezoekers en voorvallen. Een oude kennis die na jaren weer eens binnenvalt en die bevestigd, vanuit de klantkant, dat hulp niet altijd helpt en dat psychiaters vaak niet goed wijs zijn. Als slachtoffer van woonbegeleiding zit hij inmiddels op een beperkt budget in een vervallen woning die gekoppeld is aan een vreemdsoortig begeleidingscontract. Op grond van de AWBZ wordt zijn begeleiding gefinancierd, maar de ten behoeve daarvan gestelde diagnose kan niemand aan hem verantwoorden. Het is geen makkelijke jongen maar hij is allesbehalve dom of ongemotiveerd, hij is alleen regelmatig in de war en maakt daar dan graag de hele wereld deelgenoot van. Hij heeft nog steeds wel wat krediet bij me, al geef ik hem geen geld wanneer hij daarom vraagt.
Een ander voorval is de boodschap dat mijn ex-schoonvader overleden is en dat maakt dat ik ga nadenken en mijmeren over oude vrienden, nieuwe vrienden, kennissen en familie. Ik heb mijn krediet aardig gehouden het afgelopen jaar. Niet iedereen lijkt evenveel in me te willen investeren maar ik heb het bij mijn weten nergens verspeelt. Op een aantal vlakken is wat twijfel, maar zolang ik daar wegblijf kan me niet verteld worden dat het krediet op is. Daar kom ik wel weer aan toe wanneer crisissen bezworen zijn.
Het UWV en het reïntegratiebedrijf geloven in me en willen investeren in de stappen die gezet moeten worden om zelfstandig ondernemer te worden. Ik constateer wel dat ik misschien emotioneel wat meer moet investeren in mezelf en de balans niet teveel door moet laten slaan naar wat anderen van me vinden.
En dan is er onverwacht bezoek van Koning Winter. Een dik pak sneeuw en zeker 15 graden vorst. Ik ben geen zomermens, vind het al vlug te heet. Na mijn kerstvakantieavontuur in Slovenië, ergens eind jaren '90, met gevoelstemperatuur van min 50 graden door de koude wind, heb ik nu niet snel meer de neiging om te zeggen dat het koud is. Het is hier nog niet zo dat ik vuurtje moet stoken onder mijn auto om de diesel te ontdooien. Het is wel zo dat ik me dan met eenvoudige maar belangrijke zaken bezig kan houden als vogeltjes bijvoeren, stoepjes vegen, lopend boodschappen doen, schaatsen, vaseline op de rubbers van de auto, planten in de schuur nog eens extra inpakken en meer van dat soort winterkarweitjes.
Romantiek is ook zoveel leuker in de winter. Niet dat ik me daar op dit moment mee bezighoud, maar er was vroeger niets leukers dan verliefd zijn in de winter. In de zomer had je het zó gezien, veel blote lijven in bikini en zwembroekjes en de hele dag maar op zo'n veldje liggen aan het water. Er was weinig spannends aan. De winter maakte het veel noodzakelijker dicht tegen elkaar te kruipen. Opgekruld in dikke jassen, mutsen op, af en toe een ijskoude hand onder je trui die daar nooit lang bleef omdat het gewoon niet te doen was. En dus waren de gesprekken belangrijker dan proberen hoe ver je kon gaan. Liefdes die in de winter ontstonden waren naar mijn gevoel ook diepgaander dan de korte zomerflirts wanneer alle "goederen" open en bloot geëtaleerd lagen op de zwembadvelden. De winter was ook zoveel stiller als je 's avonds buiten was. Het kraken van de voetstappen in de sneeuw, zachte plofjes wanneer er een kleine lawine uit een boom viel en het subtiele gesnuf van natte neuzen. Je ging vanzelf zachter praten wat zeer intimiteitsverhogend werkte. Een heel ander sfeertje dan met het gekrijs van pubers wat ver gedragen werd door het water en het geschetter van allerlei radio's. Heerlijk, stoeien in de sneeuw én om een beetje warm te blijven was zoenen noodzakelijk. In plaats van klef hand in hand werd er want in want gelopen. Daar waar de zomer vraagt om afkoeling, niet te dicht op elkaar zitten en irritatie door oververhitting met teveel alcohol, zorgt de winter juist dat mensen tegen elkaar kruipen en elkaar opzoeken met een hete bak koffie of soep. Zou de saamhorige sfeer ook zo goed geweest zijn met inauguratie van Obama als het 30 graden boven nul geweest was? Wie weet... van mij mag het nog gerust even winter zijn.
De twijfels beginnen met het versturen van kerstkaartjes. Er zijn wat nieuwe mensen bijgekomen en een paar oude kennissen afgevallen. Extra kaartjes voor de leuke nieuwe buren, het echtpaar op de hoek waarvan mevrouw ernstig ziek is, nieuwe contacten van Oerol en ex-collega's die je soms wel eens mist. Er komen wat nieuwe kaartjes binnen en er blijven er ook weg, al had ik daar niet helemaal op gerekend.
Ik had er ook niet op gerekend dat een vriendin plotseling medegedeeld kreeg dat ze misschien ernstig ziek was. Gelukkig is er, na behandeling, geen spoor meer te vinden van allerlei akelige kankercellen en valt het dus achteraf gelukkig mee. Maar het zette me wel aan het denken wat ze voor me betekent en dat is niet eens in woorden uit te drukken. Dat doen we overigens ook zelden... we weten dat wel. Onze vriendschap wordt steeds bezegeld in praktische diensten voor elkaar, er zijn als het nodig is, even bijkletsen met een bak koffie of een wijntje en samen stukken lopen. Dat is zo iemand die alle krediet van me krijgt. Ze heeft al zo vaak laten zien dat waard te zijn dat ik het haar renteloos schenk.
Zelf heb ik altijd veel krediet gekregen van iemand die ik voorheen als mijn mentor beschouwde maar meer en meer een vriendin begint te worden. Wat ik ook deed, wat ik ook dwarslag of hoe moeilijk ik het soms ook kon maken altijd was er begrip, aandacht, advies en niet aflatende steun. Niet alleen voor mij, maar voor veel anderen die met haar te maken hadden. En opeens is voor haar alles anders, evenmin als in de financiële kredietcrisis mensen verwacht hadden dat goede banken "om zouden vallen" was bij haar te verwachten dat ze opeens uitgerangeerd zou worden. En toch gebeurt het... en het raakt me. Los van details vind ik niet dat zij het verdiend zo geïsoleerd te worden en opzij gezet. Iemand die altijd zo geïnvesteerd heeft verdient het op z'n minst gehoord te worden, een blijk van medeleven te krijgen van degenen waar zij in geïnvesteerd heeft. Tegelijkertijd stijgt mijn bewondering voor haar. Terwijl we bellen, mailen en regelmatig een bakje koffie doen zie ik dat ze, ondanks het verdriet en de teleurstelling, eindelijk durft te kiezen voor zichzelf en niet langer als buffer dienst doet voor iedereen die zijn grieven kwijt wil of een zondebok nodig heeft. Ook zij krijgt renteloos mijn krediet, het voelt een beetje, afgewogen tegen wat ze voor mij allemaal gedaan heeft, alsof de balans meer in evenwicht is tussen ons.
Er waren nog meer onverwachte bezoekers en voorvallen. Een oude kennis die na jaren weer eens binnenvalt en die bevestigd, vanuit de klantkant, dat hulp niet altijd helpt en dat psychiaters vaak niet goed wijs zijn. Als slachtoffer van woonbegeleiding zit hij inmiddels op een beperkt budget in een vervallen woning die gekoppeld is aan een vreemdsoortig begeleidingscontract. Op grond van de AWBZ wordt zijn begeleiding gefinancierd, maar de ten behoeve daarvan gestelde diagnose kan niemand aan hem verantwoorden. Het is geen makkelijke jongen maar hij is allesbehalve dom of ongemotiveerd, hij is alleen regelmatig in de war en maakt daar dan graag de hele wereld deelgenoot van. Hij heeft nog steeds wel wat krediet bij me, al geef ik hem geen geld wanneer hij daarom vraagt.
Een ander voorval is de boodschap dat mijn ex-schoonvader overleden is en dat maakt dat ik ga nadenken en mijmeren over oude vrienden, nieuwe vrienden, kennissen en familie. Ik heb mijn krediet aardig gehouden het afgelopen jaar. Niet iedereen lijkt evenveel in me te willen investeren maar ik heb het bij mijn weten nergens verspeelt. Op een aantal vlakken is wat twijfel, maar zolang ik daar wegblijf kan me niet verteld worden dat het krediet op is. Daar kom ik wel weer aan toe wanneer crisissen bezworen zijn.
Het UWV en het reïntegratiebedrijf geloven in me en willen investeren in de stappen die gezet moeten worden om zelfstandig ondernemer te worden. Ik constateer wel dat ik misschien emotioneel wat meer moet investeren in mezelf en de balans niet teveel door moet laten slaan naar wat anderen van me vinden.
En dan is er onverwacht bezoek van Koning Winter. Een dik pak sneeuw en zeker 15 graden vorst. Ik ben geen zomermens, vind het al vlug te heet. Na mijn kerstvakantieavontuur in Slovenië, ergens eind jaren '90, met gevoelstemperatuur van min 50 graden door de koude wind, heb ik nu niet snel meer de neiging om te zeggen dat het koud is. Het is hier nog niet zo dat ik vuurtje moet stoken onder mijn auto om de diesel te ontdooien. Het is wel zo dat ik me dan met eenvoudige maar belangrijke zaken bezig kan houden als vogeltjes bijvoeren, stoepjes vegen, lopend boodschappen doen, schaatsen, vaseline op de rubbers van de auto, planten in de schuur nog eens extra inpakken en meer van dat soort winterkarweitjes.
Romantiek is ook zoveel leuker in de winter. Niet dat ik me daar op dit moment mee bezighoud, maar er was vroeger niets leukers dan verliefd zijn in de winter. In de zomer had je het zó gezien, veel blote lijven in bikini en zwembroekjes en de hele dag maar op zo'n veldje liggen aan het water. Er was weinig spannends aan. De winter maakte het veel noodzakelijker dicht tegen elkaar te kruipen. Opgekruld in dikke jassen, mutsen op, af en toe een ijskoude hand onder je trui die daar nooit lang bleef omdat het gewoon niet te doen was. En dus waren de gesprekken belangrijker dan proberen hoe ver je kon gaan. Liefdes die in de winter ontstonden waren naar mijn gevoel ook diepgaander dan de korte zomerflirts wanneer alle "goederen" open en bloot geëtaleerd lagen op de zwembadvelden. De winter was ook zoveel stiller als je 's avonds buiten was. Het kraken van de voetstappen in de sneeuw, zachte plofjes wanneer er een kleine lawine uit een boom viel en het subtiele gesnuf van natte neuzen. Je ging vanzelf zachter praten wat zeer intimiteitsverhogend werkte. Een heel ander sfeertje dan met het gekrijs van pubers wat ver gedragen werd door het water en het geschetter van allerlei radio's. Heerlijk, stoeien in de sneeuw én om een beetje warm te blijven was zoenen noodzakelijk. In plaats van klef hand in hand werd er want in want gelopen. Daar waar de zomer vraagt om afkoeling, niet te dicht op elkaar zitten en irritatie door oververhitting met teveel alcohol, zorgt de winter juist dat mensen tegen elkaar kruipen en elkaar opzoeken met een hete bak koffie of soep. Zou de saamhorige sfeer ook zo goed geweest zijn met inauguratie van Obama als het 30 graden boven nul geweest was? Wie weet... van mij mag het nog gerust even winter zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)
