vrijdag 21 augustus 2009

3 maanden zomer

Heb je even? Ga er maar eens goed voor zitten. 3 maanden geleden alweer… Je zou bijna denken dat ik van de aardbodem verdwenen was, maar niets is minder waar. Ik stuiterde van Terschelling naar Amsterdam, via Den Bosch, Venlo, Kaatsheuvel, Beesel en Elsendorp. Ik rolde van het ene heugelijke feit in het andere feestje, onderweg oude en nieuwe vrienden ontmoetend. Ook waren er weer momenten van afscheid, voor dierbare vrienden, waarbij ik aan de zijlijn niet meer kon doen dan een luisterend oor bieden en dankbaar zijn voor wat en wie ik zelf allemaal nog heb. En… en passant heb ik nog even mijn bedrijfje opgestart wat al een weblog op zich zou zijn. Nieuwsgierig wat het uiteindelijk allemaal geworden is? Kijk op www.touw.org.
Laten we beginnen met Oerol. Ik zou er kort over kunnen zijn en zeggen dat het een beetje tegenviel, maar omdat er toch wel wat bijzondere hoogte en dieptepunten waren zal ik er over uitweiden. Zoals elk jaar hadden we “ons” groepsveld gehuurd bij Staatsbosbeheer en de eerste schok was de vernieuwde velden en de nieuwe sanitaire units. Ik ben op het moment vooral van het verminderen en werd geconfronteerd met een vermeerdering. Meer gras, meer open vlakte, meer douches en toiletten… zelfs meer licht midden in de nacht en meer, veel meer mensen. Over het algemeen geldt het gezegde: “Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.” Maar in dit geval was het eerder:”Hoe meer zielen, hoe minder deugd.” Door communicatiemisverstanden en individuen die hun eigen plan trokken op een te groot “groepsveld” lukte het niet om de sfeer te krijgen waar we eigenlijk voor kwamen. Er was geen “samenzijn”, geen intimiteit en saamhorigheid. Het was vooral gehakketak, irritaties tussen groepjes in groepjes en steeds weer kwamen er nieuwe mensen bij via de enclave die zich gevormd had. Overigens waren niet al die nieuwe mensen van het type groot ego en klein inlevingsvermogen, er waren wel degelijk superattente en behulpzame mensen bij. Maar met het merendeel wat zich toegevoegd had aan ons veld was geen contact, weinig initiatief om de gezamenlijke zaken op orde te houden (vuur, hout, schoon sanitair etc.).
Aan het eind van de week kreeg ik, overigens mede op eigen initiatief, de taak toebedeeld het probleem van teveel ongenode gasten op te lossen met degene die daarvoor verantwoordelijk was. Praktisch gezien was er niemand anders die dit kon doen en ook emotioneel waren de aangewezen personen even niet beschikbaar omdat zij andere belangrijkere zaken te verhapstukken hadden, waarover straks meer…
Direct had ik profijt van de lessen van ZH De Dalai Lama. Iedereen probeert op zijn of haar manier gelukkig te zijn . En dus ben ik onversaagd en kalm het gesprek aangegaan. Er waren terechte en onterechte verwijten over en weer, zondebokken en zwarte schapen, 10 waarheden en niet minder leugens… maar uiteindelijk werd het probleem naar tevredenheid opgelost. Ik ben niet te beïnvloeden door tranen, stampvoeterij en stroopsmeren. En tijdens het hele gesprek merkte ik dat het me lukte bij ons (ik sprak namens de groep) standpunt te blijven, begrip te houden voor de andere kant en het hele verhaal af te sluiten met het aanbieden van een tissue tegen de tranen en een knuffel om de verzekering te geven dat ik niet boos was. Daar was ik best trots op. Voorheen zou ik er een halszaak van gemaakt hebben, te direct zijn geworden en moedwillig iemand op zijn plek gezet hebben. Ik zou dan waarschijnlijk mijn gelijk ook wel gehaald hebben maar het zou dan nog weken doorgesudderd hebben in mijn ziel tot het als een aangebrand stukje op mijn gal zou zijn blijven liggen. Nu lukte het me om, zonder ruzie en cynische opmerkingen, te komen tot een goede afronding. Ik hoorde het mezelf ook zeggen:”Ik weet dat jij het ook gewoon goed wil doen voor iedereen, en dat waardeer ik ook.” Prachtig hoe dat werkt. Het grappige was dat mijn gesprekspartner en ik geen last meer gehad hebben van dit debacle maar dat de anderen veel meer moeite hadden om het los te laten en te kunnen zien dat inmiddels erg hard gewerkt werd om alles in goede banen te leiden en ons onze plek terug te geven. Dat laatste was overigens niet meer echt mogelijk omdat verschillende vrienden inmiddels eerder dan gepland vertrokken waren. Daarnaast kregen we eind van de week een telefoontje dat een 12 jarig vriendje plotseling uit het leven gerukt was, vandaar mijn eerdere opmerking over emotioneel niet beschikbaar zijn. Ik heb een paar jaar geleden een keer met hem gevoetbald op het veldje, maar verder kende ik hem nauwelijks. Veel van de aanwezigen kenden hem wel, evenals zijn ouders. ’s Avonds ontstond een prachtig herdenkingsmoment. Bij de grote kachel plaatsten we een cirkel met onze witte lampenzakjes, spontaan gingen verschillende mensen iets halen om in de cirkel te zetten. Beschermers naar het hiernamaals zoals een engeltje, een boedha, een shiva… er lag een sinaasappel, een bosje bloemen, gekleurde waxinelichtjes… twee van de ongenode maar aardige extra gasten speelden prachtige muziek op gitaar en een hang. En toen was er dat kippenvelmoment: op het eind van het liedje blies een windvlaag een groot gedeelte van de, normaal permanent brandende lichtjes, uit. En daar sta je dan, met aan de ene kant een vreemde en aan de andere kant een vriend. Hand in hand nadenkend over alle facetten die komen kijken bij de dood van een kind. Het verdriet van (groot)ouders, vriendjes, bekenden, klasgenootjes. Een prachtige toekomst die met één klap stilstaat, herinneringen aan eigen momenten van verlies… iedereen verzonken in zijn eigen gedachten. Je hoort de snikken, het diepe zuchten, het stille schuifelen. En je voelt de verwondering en misschien ook wel wat ergernis dat er eerst zoiets verschrikkelijks moest gebeuren om de groep enigszins met elkaar te verbinden. En toch zijn dat onvergetelijke momenten…




Een ander onvergetelijk moment was mijn weerzien met een oude vriend. 25 jaar op en af, de ene periode wat intensiever dan de andere, maar nu was het wel erg lang geleden dat we elkaar gesproken hadden. Enigszins gebrouilleerd, echt ruzie hebben we nooit. En opeens stond hij daar… op de dijk langs het dansstrand. Het was één van de warmste en langste omhelzingen die ik ooit gehad heb. En het deed ons beiden goed. En ook nu merkte ik achteraf dat ik toch ergens aan het veranderen ben. Wat het precies is weet ik niet. Of het nu komt door het ouder worden, het nemen van een levensveranderende beslissing zoals een punt achter mijn carrière, of door de lessen van ZH De Dalai Lama en de dagelijkse uitspraak op de Happinezkalender… ergens doe ik iets anders dan anders. Ik had geen behoefte om iets op te rakelen, na de trappen of te gaan vissen in oude sloten. Wel had ik de behoefte te uiten dat ik blij was hem weer te ontmoeten, mijn trots uit te spreken over wat hij inmiddels bereikt heeft en hem nog eens een dikke knuffel te geven. En ook daarin zat die wederkerigheid.
In allerlei bladen, boeken, tv-series wordt het allemaal zo groot gemaakt, zo ingewikkeld, zo behangen met rituelen en therapiegroepjes… gelardeerd met orakelende uitspraken en voorzien van diepzinnige theorieën en levensfilosofieën. Maar het is allemaal niet zo moeilijk… en dus lees ik geen Celestijnse Beloftes en Secrets meer maar probeer me te gedragen naar een aantal eenvoudige levensprincipes die niet gebaseerd zijn op Boeddhisme maar Bahdisme, alle gedrag wat je verafschuwt (bahbah) proberen uit je systeem te gooien. Ofwel, om ook maar effe wat te larderen met een uitspraak: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Gezien de hoeveelheid die ik nog te vertellen heb zal ik in een later blog het Bahdisme nog eens uitgebreid toelichten…

Maar goed, al met al was Oerol niet mijn Oerol dit jaar. Overal was het vreselijk druk, te druk. Dan nog was er wel ruimte voor een wandeling door de duinen waar ik niets of niemand tegenkwam behalve bijtjes, vlinders, vogels en konijnen. Maar steeds opnieuw werd je geconfronteerd met schuifelende mensen die ondanks het prachtige weer en het gevarieerde programma ook enigszins moe en geïrriteerd begonnen te raken over het overvolle festival. Maar er waren vooral ook die bijzondere ontmoetingen zoals bijvoorbeeld met een Canadees meisje op verrassingsbezoek. Ze heeft een tijd meegereisd met een kennis van me en hield, samen met haar familie, een weblog bij over hun wereldreis. Het is heel grappig om dan het gezicht en de stem te zien en horen van degene van wiens verhalen je zo genoten hebt. Ze wist niet dat ik haar weblog had zitten volgen en daarnaast ben ik wel eens in Vancouver geweest waar zij vandaan komt, stof genoeg voor een leuk kampvuurgesprek. Gesprekken kwamen zelden echt op gang en de muziek was ook minder dan gehoopt, maar toch… Ik heb gelachen, gedanst, mensen ontmoet, gedronken, mooie kunst gezien. Dus het was nog steeds de moeite waard en volgend jaar gaan we weer.
Op Oerol volgde eerst een week waarin ik vooral het beeldscherm van mijn labtop zag, telefoonstemmen hoorde en ambtelijke taal las. Het bedrijfje moest startklaar en dus moesten het ondernemersplan af en de brochures klaar, coaches (UWV en reïntegratie) gebeld en centen geteld. Klinkt alsof het saai was, maar het was geweldig leuk om te doen. Plannen komen echt tot leven, evenals websites. Daarna volgde een week waarin ik, met een aangemeten imago van zelfstandig onderneemster, van hot naar her moest. Kamer van Koophandel, Belastingdienst, Bank, Coach, UWV… En hier moet even het ongeluksjurkje ter sprake worden gebracht. Voor de bruiloft van mijn nichtje in mei had ik een prachtig jurkje gekocht. Als kind wilde ik al graag zo’n jurk met uitstaande rok en strak lijfje en dus had ik nu mijn zinnen gezet op dit dure beeldschone witte exemplaar met grote rode bloemen. Helemaal af met rode kraaltjes, witte schoenen en een rood tasje… en ergens in je achterhoof het zinnetje:”Als je haar maar goed zit…” Gek genoeg zit het iedere keer tegen als ik dat jurkje draag. Beginnende ambtenaren, computerstoringen, niet uitgereikte formulieren die achteraf noodzakelijk blijken te zijn en ga zo maar door… Ik moet bijvoorbeeld een tweede keer terug naar de Kamer van Koophandel, maar ben de hele middag druk bezig geweest met de website. Omdat ik geen zin heb me helemaal om te kleden doe ik een riem om mijn bruine flodderjurk, leuk hem op met een kleurrijke ketting en sandalen en schud mijn haar enigszins in een warrig model. Ik pak geen tas in maar graai de benodigde formulieren bij elkaar en rijd met mijn favoriete muziekjes op naar de Kamer van Koophandel. En daar zit ik dan… even wachten. En ik zie mezelf binnenkomen. Opgetut, een gemaakt nonchalante glimlach, werktas en handtas bij en alsof het dagelijks kost is, plaatsnemen om te wachten en wat formulieren in te vullen. Ik wil goedemiddag zeggen maar de vrouw heeft een blik die ik eerder misschien voor arrogant aangezien zou hebben maar nu herken als onzekerheid. Ik zie haar denken, zoals ik eerder die week dacht. “Heb ik alles wel op orde? Ben ik echt zo ver? Gaat het nu echt gebeuren?”en een zweempje van “Oh, shit… kan ik dat wel.” Ik mag naar binnen en regel binnen 5 minuten wat ik eerder die week had willen regelen. Achteraf had ik tegen haar willen zeggen:”Zolang je het op jouw manier doet komt het goed…” Want dat is de les die ik geleerd heb van mijn dure mooie jurkje. Het is een mooi jurkje, maar het geeft me het imago van carrièredame, zakelijkheid en formaliteit. Ik pas beter in mijn bruine flodderjurk met warrig haar en blote voeten in teenslippers. Ik ben geloofwaardiger wanneer ik niet het gevoel heb me aan te moeten passen aan mijn jurkje… ik wil helemaal niet zakelijk en formeel zijn. Ik wil een eigen bureau waarin persoonlijk contact en lol in het werk voorop staan. En wanneer het me weer tegenzit in mijn mooie jurkje bij de belastingdienst en de bank besluit ik dat dit geen jurkje meer is wat ik draag wanneer ik zaken moet doen. Het haalt onderuit wat ik ben in plaats van dat het me benadrukt. Hoe dan ook, vanaf 6 juli ben ik gestart als zelfstandig ondernemer.
In een feeststemming ben ik vervolgens de woensdag daarop met mijn moeder, en een oom en tante, naar de opera Fallstaf in Den Bosch geweest. Alhoewel het een onbekende opera was, met een veel te lang intro, heb ik genoten. Vooral van de entourage. Al die mensen op klapstoeltjes met picknickmanden en verrekijkertjes. Spreeuwen die, massaal in grote zwermen, verward hun toevlucht zoeken op de Sint Jan in plaats van in de bomen. Mam had voor wijn, bier, stokbrood en franse kaasjes gezorgd. Onder een dreigende zwarte lucht hebben we zitten smikkelen en genieten van het spektakel. Ondanks een enkele spikkel water bleef het verder droog en genoot een plein vol ouderen, jongeren, vriendengroepen en nieuwsgierigen van de openlucht opera.
En dan, het volgende feestje. Onlangs ontmoette ik bij mijn nicht een kunstenaar (Rik van Rijswick) die werkelijk prachtige objecten maakt. Ik heb een wachtertje van hem gekocht, een prachtig hoofd van houten blokjes met rubber en een roestvrije stalen vizier. Onder het toeziend en motiverende oog van dit wachtertje zit ik nu in mijn nieuwe werkruimte aan dit blog te werken, een soort reminder dat ik leukere dingen zou gaan doen maar daar dan wel in moet investeren. Rik was ook bezig met een grote draak van staal en zou me uitnodigen voor een expositie bij hem thuis ergens in augustus. Tot mijn blijde verrassing kreeg ik echter eerder een uitnodiging voor het Drakenfeest. Het mythische monster was klaar en dat was reden voor een feestje. Er was twijfel of ik wel zou gaan. Ik kende er niemand, of slechts een enkeling heel vaag, wat nou als het niet leuk was… Toch besloot ik te gaan en naast een paar flesjes Gulden Draak bier voor Rik had ik symbolisch een boek meegenomen om te offeren. Een voornemen om minder over avonturen te lezen en er meer te gaan beleven. Spijt heb ik niet gehad, het werd een feest zoals feesten horen te zijn. Mensen van allerlei soorten, maten en leeftijden. Een varken aan het spit, vuurbakken, hapjes, drank, dans en die immense draak midden op het terrein die groots en indrukwekkend boven ons uittorende. Met zijn klauwen bewaakte hij alle cadeaus, boodschappen en symbolen die de feestgangers aan hem geofferd hadden. Ik heb genoten en gedanst tot zeker 5.00 uur in de morgen. Na een korte diepe slaap in mijn blikken hutje op wielen heb ik ’s morgens nog een bakje koffie gedaan en achtergebleven feestgangers bedankt voor de fijne avond. Mijn voornemen om meer avonturen te beleven was meteen goed, want al was het maar een feestje en al is een wijntje drinken en een dansje doen nog zo gewoon en banaal, het was tegelijkertijd een avontuur tussen als die aardige vreemde mensen die ik een volgende keer kan begroeten en terug kan kijken op iets wat we samen beleefd hebben.
Visites waren er ook. Janny die nog gezellig even langskomt voor ze op vakantie gaat, Hennie die komt eten omdat ze hier, vanuit Frankrijk, op vakantie is, Willem en Daan die sportief op de fiets vanuit Nijmegen een bakje komen doen. Het is zomers gezellig, eten en drinken in de tuin, lekker lang licht, geen haast…
Voor het ene feest moet je meer doen dan voor het andere en dus moest tijdens alle drukte van een bedrijf opstarten en feestjes vieren nog geoefend worden voor de 25 jarige bruiloft van mijn zus. Behalve nadenken over een liedje moest ik een kwart van de nachtwacht schilderen. Een origineel maar hels karwei. Mijn zus wilde graag een schilderij als huwelijkscadeau en zo bedacht mijn andere zus dat we de nachtwacht na konden schilderen en dan onze hoofden door de uitsparingen steken om een liedje te zingen met zijn achttienen. Het was absoluut de moeite waard. Een gigantisch doek van 4 panelen, veel hilariteit om de posities die we achter het doek in moesten nemen en een zus en zwager die dubbel lagen van het lachen. En natuurlijk weer fijn gedanst, gedronken en geouwehoerd.
En dan lees ik een bericht van een vriendin dat haar moeder, toch nog eerder dan verwacht, gestorven is. Wonend in een klein dorp waar iedereen elkaar kent wordt de avondwake druk bezocht. De kerk zit zo vol dat een enkeling moet blijven staan. Het is opnieuw een traditionele mis die me eraan herinnert dat ik toch echt mijn wensen onderhand eens vast moet leggen om te voorkomen dat ik ter aarde besteld wordt in een niet bij me passend jurkje. Voor mijn gevoel klopt wat er verteld wordt niet helemaal met hoe het werkelijk was. Ik ben “blij” er geweest te zijn voor mijn vriendin, maar kan enige kriebel niet voorkomen. Toch is belangrijk mee te kunnen leven, het hele gebeuren om zo’n begrafenis heen vond ik uitputtend. Je golft van de ene emotie in de andere, soms niet wetend of die van jou is of voortkomt uit het verdriet wat je ziet bij de achtergebleven echtgenoot, of je broers en zussen. Sommige momenten zijn mooi zoals het ophalen van de herinneringen, anderen zijn pijnlijk zoals over de doden niets dan goeds. En natuurlijk gebeurt het steeds vaker. Onze ouders beginnen ons te ontvallen, je wordt je steeds bewuster van de kortheid van het leven.
Opnieuw ontvang ik een uitnodiging van Rik, dit keer om te komen kijken hoe de gigantische draak op een sokkel geplaatst wordt op de rotonde in Beesel. Het is een heel gebeuren, met twee diepladers en twee kranen. Maar alles gaat vlekkeloos en in no time staat de Draak. Hoe lang hij daar blijft is nog niet bekend, het kan lang maar ook kort zijn… maar hij staat er voorlopig nog.
Ook mijn leven wordt trouwens steeds korter naarmate ik ouder wordt, voorlopig ben ik van plan nog wel effe te blijven. Dat is het volgende feestje. Ik word 44. Ik trakteer bij mam in de tuin op taart, want dan is toch iedereen die niet op vakantie is bij elkaar en op de dag zelf komt mam nog even langs. Ze wil eigenlijk nooit iets drinken en na het overhandigen van de zoenen, de bloemen en een fles wijn stort ze zich op mijn tuin en schoffelt het onkruid weg zodat ik ’s avonds vrienden kan ontvangen voor een barbecue met een tuin die op orde is.
Het wordt een gezellige avond. Het zoontje van een vriendin werpt zich op als volleerd kok en draait ons vlees en vis om en om. Vrienden die wel van elkaar gehoord hebben maar elkaar nog nooit ontmoet wisselen gezamenlijke kennissen en weetjes uit. De regen die de hele middag gevallen is besluit ermee op te houden op het moment dat wij gaan beginnen en regelmatig duikt spontaan iemand de keuken in om af te wassen, op te ruimen of bij te schenken. Ik geniet ervan wanneer mensen zich zo thuis voelen dat ze hun gang gaan. Daarnaast is het ook wel grappig om met zijn tweeën op je knieën voor de magnetron te liggen om uit te vinden hoe je ijs ontdooit. Een van mijn vriendinnen die nog nooit bij mij geweest is (vreemd genoeg zitten we altijd bij haar) biedt spontaan een bureau aan voor mijn nieuwe werkruimte als ik haar laat zien wat ik met de bovenverdieping van plan ben. Van andere vrienden krijg ik een gigantische bol touw die ik ga gebruiken om eindelijk de trap te bekleden. Het wordt een gezellig en niet al te laat feestje.
De cadeaus en ideeën inspireren me zo dat ik de dag na mijn verjaardag direct aan de slag ga. Ik breek mijn slaappodium af, tex kamers, verwijder en verplaats schilderijen en foto’s en sjouw me een breuk aan kastjes en bedden. Maar in 3 dagen is het zover dat alles staat waar het moet staan en er spullen opgehaald kunnen worden. En dus haal ik donderdag het loodzware Memphisdesignbureau op, compleet met losse wandplanken. Ik krijg het voor een schijntje en ben ze zeer dankbaar daarvoor.
Ik ben niet van de Ikea… ik geniet niet van de overzichtelijke indeling, het alles in één concept en de zelfbedieningsmodule die Ikea tot Ikea maakt. Gelukkig is daar dan Naatje, mijn ondersteunende begeleidster wanneer ik vrijdag naar Ikea moet. Ons goede plan om erg vroeg te gaan leidt ertoe dat we tot 10.00 uur gratis koffie moeten drinken in het restaurant waar complete families en bouwvakkers zich geïnstalleerd hebben voor een ontbijt van één euro. Alsof het een pretpark is staan mensen in de rij voor de roodwitte ketting die pas verwijderd wordt wanneer het 10.00 uur is. Gelukkig zijn we goed voorbereid en kunnen efficiënt in een half uur alle spullen halen die we nodig hebben en nog iets afhandelen bij de klantenservice. ’s Middags krijg ik hulp bij het naar bovensjouwen van het bureau en ik verbaas me de hele week al regelmatig over hoe sterk ik soms ben. Complete pallets heb ik naar beneden gesjouwd, planken naar boven en kasten van links naar rechts. Na de hele dag worstelen met bureaus, planken, kasten en Ikea-systemen ben ik ’s avonds moe maar voldaan. En nog voor ik naar mijn volgende feest vertrek heb ik mijn eigen werkruimte, met uitzicht op het veld voor de deur, het speeltuintje en de drukke straat waar de hele dag van alles gebeurt. De zon komt pas eind van de middag en dus is het er overdag lekker koel. Ik slaap nu aan de achterkant waar ik ’s morgens vogeltjes hoor in plaats van brommers en waar het stukken koeler is in de zomer. Of het komt door al het sjouwen en feesten of gewoon door de ligging en de rust van de kamer… ik lig eerder in bed dan voorheen.
Op dinsdagmiddag is het tijd voor een verjaardagsfeestje waar het gonst van de wespen. Ik weet dat ik allergisch ben maar omdat het zo lang geleden is dat ik zo heftig reageerde neem ik het niet meer zo serieus. Ik dacht altijd dat het wel meeviel. Nou, dat viel het dus niet. Ik raak een wesp, ik word nog niet eens gestoken, slechts een kleine botsing tegen mijn hand. Aangezien ik niet benauwd wordt of opzwel besluit ik een pil te pakken in plaats van mijn Epipen. Alles lijkt goed te gaan maar tegen de avond is mijn hand en arm wel erg dik. Overleg met de huisartsenpost en met azijn, azaron en icepacks probeer ik de avond door te komen. En dan slaat toch de paniek toe als ik op tijd naar bed wil. Morgen vertrek ik naar het Landjuweelfestival op Ruigoord… mijn arm is nog twee keer zo dik geworden en mocht ik alsnog in shock raken dan overleef ik de nacht niet. Mijn zus adviseert me toch naar de huisartsenpost te rijden en ware het niet dat ze gedronken had, dan kwam ze me ophalen om mee te gaan. Maar dan is daar natuurlijk Naatje… lieve trouwe solide nuchtere Naatje. Ze haalt me op, houdt me kalm en zet me thuis weer af. Dat allemaal rond middernacht. Omdat ik twee allergiepillen gehad heb hoef ik geen Pretnizon… wel zal ik er nog last van hebben de komende dagen.
Niet uit het veld te slaan (het paardenveldje wel te verstaan) leef ik de volgende dag nog en rijd ik met icepacks op mijn hand en arm naar Amsterdam, zet twee tenten op in de paardenwei. Een grote waarin ik slaap en waar we eventueel kunnen zitten en eten als het regent, en een slaaptentje voor Hennie die donderdags arriveert. Het is geweldig. Het weer is prachtig, leuke buren waaronder twee broertjes uit Den Bosch, de muziek is goed, de sfeer super. Ik constateer met enige verbazing dat ik in deze hoek van Nederland inmiddels meer kennissen en vrienden heb dan in mijn eigen woonplaats. Er wordt regelmatig gezoend, omhelsd en geknuffeld… ondanks instructies tegen de Mexicaanse Griep. Het is ook wel bijzonder om een keer een paar dagen met Hennie op te trekken. Normaal vliegt ze even binnen om samen te eten en een paar uurtjes bij te kletsen maar net wanneer je op gang komt moet ze altijd weer weg naar de volgende afspraak. Logisch omdat ze meestal maar kort in Nederland is. Maar omdat ze nu op een huis past in Amsterdam kan ze mee en hebben we eindelijk eens tijd om door te kletsen, te lachen, rond te hangen, samen te koken en steeds de draad van het gesprek weer op te pakken. Af en toe is het ook vermoeiend, we zijn allebei afwisselend erg druk en erg stil en die momenten lopen niet altijd synchroon. Wanneer ik nog wakker moet worden is Hennie al fit als een hoentje bezig met het ontbijt. En als ik ’s avonds nog honderdduizend mensen de revue laat passeren compleet met doopceel, goede en slechte eigenschappen, zit Hennie beleefd te knikkebollen. Gelukkig is Hennie geen hangtype wat zich afhankelijk opstelt. En wanneer zaterdag dan eindelijk, na zorgelijke berichten, onbeantwoorde voicemailberichten en smsjes Ed uiteindelijk toch nog arriveert raken we elkaar een avondje uit het oog.



Ed en ik zien elkaar een paar keer per jaar, op bijvoorbeeld Oerol en Landjuweel. Oerol moest hij helaas missen omdat hij ziek was, helaas... Ed heeft me vorig jaar ervan overtuigd dat ik naar Landjuweel moest komen dat jaar, ondanks dat ik aankondigde alleen maar te kunnen praten over mijn afscheid van het werk. Hij heeft aldoor naar me geluisterd en genoten van mijn verhalen. Nu was het andersom. Ed had van alles te vertellen, maar een korte toelichting op zijn huidige staat van zijn volstond en zijn behoefte was vooral lol maken, even vergeten wat er allemaal tegenzit. En lol maken kunnen wij samen uitstekend. Vanaf dat we elkaar ontmoeten tot aan het afscheid hebben we een soort humor en uitstraling die een positief effect heeft op mensen om ons heen. Behalve dat kunnen we uren lullen over (on)interessante zaken. Voor degenen die Allstars kennen, we hebben een soort Eredivisievriendschap.
Ed is dronken, op een leuke manier. Wanneer we ergens heen lopen weet hij precies de weg maar zodra zijn benen in beweging komen gaan ze naar links in plaats van rechtdoor. Effect is dat we steeds net ergens anders belanden dan oorspronkelijk gepland wat tot aangename ontdekkingen en verrassende ontmoetingen leidt. Ed maakt kennis met mijn vrienden en kennissen die hij nog niet kent en nergens blijven we erg lang hangen omdat we het zo druk hebben met drukte maken. Het wordt ondertussen licht en hebben nog steeds het gevoel dat we niet klaar zijn met het feest. Om een uur of zes ’s morgens komen we uit bij de housebus waar allerlei pretpillen en lollijntjes te verkrijgen zijn. Ik ben daar niet van en ga voor een boterham pindakaas omdat ik barst van de honger. Daar kan niemand mij aan helpen, wel krijg ik een pakketje koude makreel. Terwijl ik vis sta te peuzelen worden er om mij heen pillen gepopt en staat iedereen te tandenknarsen van de drugs. Ik kan me er wel mee amuseren, de euforische helemaal uit hun dak gaande bende komt inmiddels op me over als een meute mechanisch hopsende moderne hippies met een vastgepakte glimlach… ze vermaken zich prima. Ik ook, maar als een jongen die er uitziet als 16 me zijn liefde verklaart en mijn tegenargumenten om niet te gaan zoenen (ik kan zou zijn moeder kunnen zijn) van tafel wil vegen door zijn rijbewijs te laten zien om aan te tonen dat hij 25 is, vind ik tijd om te gaan slapen. Om 7.30 uur rol ik in mijn bedje en om 8.00 uur weer eruit omdat het veel te heet is in de tent. Na een nacht zonder slaap (wat iets anders is dan een slapeloze nacht) besluiten we de grote tent vast af te breken zodat ik maandagochtend niet al te veel hoef te sjouwen, Hennie gaat die avond naar huis.
En ook nu komt er slecht nieuws, een ernstig zieke vriend van Hennie blijkt al overleden te zijn. Het is onwezenlijk om tijdens een feest vol muziek, drank, dans, kunst, cultuur, vrolijke mensen… zo’n boodschap te krijgen en te verwerken. Er vallen regelmatig stiltes in een poging te bevatten dat het al afgelopen is. Hennie besluit eerder die middag te gaan in plaats van met de laatste bus… Ed ben ik ’s morgens ergens verloren en die laat weten dat hij veilig thuis is en niet meer terugkomt naar het feest. En opeens ben ik even een beetje ontheemd. Maar al snel laat ik me weer leiden door de sfeer, de zon en de muziek. Ik geniet nog een avond, dans me in het zweet, krijg spierpijn in mijn enkels en laat de alcohol achterwege. Maar ik geniet zo en realiseer me dat ik het zo leuk heb, me zo goed kan vermaken, dat ik niet anders kan constateren dat ik verliefd ben… op mezelf. Ondanks af en toe een naar moment toch een goed gevoel. Een prachtige zomer.

Geen opmerkingen: